Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Carl Plasschaert: in vijftig dagen de Atlantische Oceaan over

LAAKDAL — Tussen het Canarische eiland La Gomera en het Caraïbische Antigua liggen vijfduizend kilometers oceaan. Carl Plasschaert (41) uit Laakdal legde die afstand af in vijftig dagen. In een roeiboot, met als enige gezelschap een satelliettelefoon, instrumentenbord, mondvoorraad en twee roeispanen. “En een knop die ik kon indrukken als ik in nood kwam”, zegt hij. “Maar die heb ik gelukkig niet nodig gehad.” Hoe sterk kan de eenzame roeier zijn!

Na zijn veilige aankomst in Antigua op 31 januari 2020, kunnen we Carl enkele weken later in Laakdal interviewen, op het droge. De race over de Atlantische Oceaan wordt elk jaar georganiseerd door de Talisker Whisky Atlantic Challenge (TWAC). In totaal kwamen er op 12 december 2019 vijfendertig teams aan de start, waarvan zeven roeiers die solo de overtocht maakten. “Ik ben niet vertrokken om als eerste over de meet te komen”, zegt Carl. “Voor mij was de uitdaging belangrijker: kan ik dit tot een goed einde brengen?” Mmm, geen competitie… Carl werd in zijn reeks toch maar netjes tweede, na de Brit Marcus Beale die er twee dagen minder over deed. Bovendien is Carl de eerste Belg ooit die de Atlantische Oceaan solo in een roeiboot is overgestoken.

Hoe kom je erbij om zo’n uitdaging aan te gaan en dan nog op je eentje?
Carl Plasschaert: “De kiem voor dit avontuur was twee jaar geleden al gezaaid. Een vriend had een reis gemaakt met een kajak in Nicaragua en dat smaakte naar meer. Toen de race van TWAC in het vizier kwam, vroeg hij me om mee te gaan. Twee maand later begon ik te  trainen: het Netekanaal op en af. Maar de vriend moest afhaken. Ik heb nog lang getwijfeld of ik de race alleen zou doen of niet. Maar toen in mei 2019 mijn roeiboot arriveerde, maakte ik definitief de klik. Wat een geweldige boot, hiermee kon weinig misgaan.”

Wat zijn de voorwaarden om met de TWAC race mee te doen?
“Om te beginnen moet je minstens 120 uren roei-ervaring op zee kunnen voorleggen. Ik ben dus ettelijke keren in Blankenberge de Noordzee opgegaan. Er is een verplichte veiligheidsopleiding en je mag niet vertrekken zonder twee satelliettelefoons aan boord. Ik heb de race echter nooit als een competitie ervaren. TWAC bood mij een platform om de uitdaging aan te gaan. Natuurlijk moet je je bewust zijn van de risico’s die je neemt, zeker als je alleen gaat. Dat je met een noodstop de organisatie kan bereiken als je in moeilijkheden komt, is wel een geruststelling.”

Hoe verliep zo’n dag aan boord?
“Het is cruciaal dat je een strak schema hebt. Ik stond elke morgen op om kwart na vijf en om zes uur startte ik met roeien. Telkens in blokken van twee uur en met een half uur rust daartussen. Tegen tienen ’s avonds had ik dan twaalf uren geroeid aan een gemiddelde snelheid van 6 km/uur. Daarna kroop ik in mijn kajuit voor een verdiende nachtrust en activeerde ik de automatische piloot zodat de boot niet van zijn koers kon afwijken. Dat is het voordeel als je alleen roeit: je kan enkele uren aan één stuk slapen.”

Wat zag je onderweg, buiten water?
“Ik heb fantastische vissen gezien zoals dolfijnen, één keer een walvis en massa’s vliegende vissen. Ik wist niet dat zoiets bestond. Maar verder ben je heel alleen. In La Gomera vertrokken alle teams wel op hetzelfde moment maar na een uur zie je niemand meer. Op de oceaan kan je in een roeiboot trouwens niet verder kijken dan twee mijl. Eilanden onderweg waren er niet, de verleiding om ergens aan land te gaan was er dus nooit. Ik heb welgeteld één containerschip gezien want het traject waarop wij roeiden is geen drukke scheepvaartroute.”

Wat doe je dan als je zo’n mastodont op je ziet afkomen?
“Het is inderdaad indrukwekkend maar ik kon met het schip gemakkelijk in contact komen via kanaal 16 waar je verplicht naar moet luisteren. Zij hebben zich aangepast aan mijn roeiboot en zijn achter mij doorgevaren. Dat was wel een vreemd moment want plots kwam de gedachte in mij op: verdraaid, het schip is weg. Als er nu iets met mij gebeurt, is de mogelijke hulp net gepasseerd.”

Ben je ooit in de problemen gekomen?
“Ik ben één keer echt bang geweest, toen er een metershoge golf op mij afkwam en de boot dreigde te kapseizen. Dat was echt een muur van water. Maar ik zei het al: ik had een geweldige boot en hij heeft standgehouden. Het is wel belangrijk dat je je altijd vastmaakt want sla je overboord, dan kan je de boot onmogelijk zwemmend inhalen en ben je verloren.”

Waarin lag de grootste fysieke uitdaging?
“Je moet dagelijks bezig zijn met je conditie. Ik heb veel last gehad van spierpijn en verzuurde pezen. Ik had altijd wel ergens pijn maar nooit op dezelfde plaats. Bij elke rustpauze probeerde ik dan het melkzuur weg te rollen en wat te stretchen. Veel plaats was er niet. De boot is zeven meter lang met twee kajuiten van elk twee meter, de grootte van een badkuip dus.”

Hoe was het eten aan boord? Even de hengel uitgooien en een pannetje vol verse vis?
“Absoluut niet! Ik heb geen enkele vis gevangen en dat was ook niet nodig. Trouwens, waarom zou ik een vis doden om er dan misschien een tiende van op te eten? Van de organisatie ben je verplicht om voor 90 dagen eten mee te nemen. In functie van mijn gewicht moest de dagelijkse voorraad 6.000 kcal bevatten. Dat is gigantisch. Een voedingsdeskundige in Leuven die ik vooraf bezocht had, raadde me gevriesdroogd voedsel aan, aangevuld met sportdranken, maaltijdshakes en energierepen. Maar dat gevriesdroogd gedoe vond ik maar niks en ik ben dan ook vijftien kilo vermagerd. Dat zag ik echter pas toen ik aan land kwam en voor het eerst weer in een spiegel keek. Mijn gezicht was ingevallen en mijn schouders stonden naar voren. Heel bizar want op het water voelde ik me fysiek wel oké.”

Vijftig dagen alleen op de wereld. Dan moet je toch eenzame momenten gehad hebben?
“Dat viel best mee. Via de satelliettelefoon kon ik elke avond bellen met mijn echtgenote Katrien. Zij hield me op de hoogte van het reilen en zeilen in Laakdal en hoe het ging met onze kinderen Jules en Max. Vrienden hadden podcasts gemaakt die ik aan boord kon beluisteren en ik had enkele audioboeken bij. Vooraf was ik wel wat bang om me eenzaam te voelen maar die angst heb ik duidelijk overschat. Alleen in de laatste week had ik het moeilijk. Er was geen wind en de hitte van de Caraïben begon me parten te spelen. Ik had ook de verkeerde beslissing genomen om in rechte lijn te varen terwijl de stroming noordwaarts ging. En bovendien wist ik dat Katrien en de kinderen me in Antigua stonden op te wachten.”

Hoe was het om je familie terug te zien en weer vaste grond onder de voeten te hebben?
“Uiteraard vond ik het geweldig om iedereen weer terug te zien en was er de blijheid dat het allemaal gelukt was. Fysiek was het wat anders. Ik was mijn evenwicht kwijt en kwam zwijmelend van de boot. Dagen later had ik daar nog last van. Ook mijn vingers moet ik nog extra soigneren. Aan boord moest ik ze al elke dag terug bij elkaar duwen en nu nog staan ze ’s morgens gespreid.”

Zou je zo’n race nog terug doen?
“Neen, het blijft bij deze ene keer. Ik heb al enkele uitdagingen achter de rug zoals het Kanaal over zwemmen van Dover naar Calais en de Iron Man in Maastricht. Het leuke aan dit soort evenementen is dat je in een clubje terechtkomt met zielsverwanten. Zowel het Kanaal over zwemmen als de Atlantische Oceaan over roeien heeft telkens twee jaar in beslag genomen. Nu is het tijd om mijn dagelijkse leven in Laakdal weer op orde te zetten. De TWAC Race is een prachtig verhaal om te vertellen en later aan terug te denken. En misschien is het belangrijkste: ik hoef nooit spijt te krijgen dat ik mijn droom niet ben gevolgd.”

Tekst: Suzanne Antonis
Foto’s: Romy Vosters en TWAC


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*