Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Yannick Michiels: de wereld rond dankzij het oriëntatielopen

DESSEL — Yannick Michiels (28) is momenteel de nummer één in de wereld in het oriëntatielopen. Dankzij zijn meest recente winst in de World Cup finale in China, waar hij alle wereldtoppers te snel af was, tankte hij volop vertrouwen voor de topwedstrijden die er voor hem aankomen. Zijn loopsnelheid scherpt hij minutieus aan en een kaart lezen doet hij nu al sneller dan de doorsnee gps

Oriëntatielopen was voor deze volgeling van Baden Powell iets van op kamp. Een stafkaart, een kompas, veel geluk en de nodige kilometers autostop, meer had je daar niet voor nodig. Blijkt dat toch wel iets anders in elkaar te zitten. Yannick Michiels zet op de 5.000 meter een tijd van 13’47” neer. De legendarische Miel Puttemans deed dat in 13’13”. En de kaarten met daarop het parcours, die hij vlak voor de start in handen krijgt, leest hij met satellietsnelheid. Want dat is oriëntatielopen: heel snel lopen en al racend ongelooflijk snel een kaart kunnen interpreteren.

Hoe ben jij in het atletiekwereldje terecht gekomen?
Yannick Michiels: “Dat zal rond mijn zevende geweest zijn. Ik liep mee in de scholencross in Bonheiden en dat lopen beviel me wel. Toen ik 12 was, verhuisden we naar Dessel en daar heb ik me aangesloten bij de atletiekclub van VABCO. In die tijd nam ik aan allerlei loopwedstrijden deel.”

En dan rol je plots in het oriëntatielopen?
“Dat moet rond mijn veertiende gebeurd zijn. Mijn toenmalige fondtrainer deed zelf aan oriëntatielopen. Hij liet ons oefenen in de zandvlakte en op de heide aan Heidehuizen in Mol. Ik had meteen door dat ik moeiteloos tien posten kon onthouden. En dat deed ik graag. Dus ging ik wedstrijden lopen. Ik haalde daarna snel de nodige Belgische titels binnen en ik mocht als junior al mee naar het WK.”

Is dat niet verdomd moeilijk, enerzijds heel snel lopen en anderzijds je oriënteren? Hoe oefen je bijvoorbeeld kaartlopen in een omgeving die je niet kent?
“Het lopen zelf, daar train je voor. Zo ga ik zodadelijk nog met mijn trainer aan de slag op de piste in Mol voor een paar sessies 800 meter. Bij het kaartlezen is het de ervaring die er telkens weer bij komt. Elke wedstrijd leer je iets bij. Bij een wedstrijd krijgen we de kaart pas even voor de start in handen. In een urban-race (in een stedelijke omgeving, niet in de bossen, nvdr.) zie je je startpunt aangeduid en vanaf dan is het zelf beslissen welke weg je neemt om op het volgende controlepunt te geraken. Dat besluit komt er in fracties van seconden, maar je kan kostbare seconden winnen of verliezen. En je kan een wedstrijd winnen met luttele seconden voorsprong. Sommige lopers kunnen op het einde van de wedstrijd nog ‘een ferme spurt trekken’, ze kunnen nog versnellen. Ik ben meestal van in het begin goed weg. Zoals bij de wielerwedstrijden zit degene met de beste tijd in de hot seat. Omdat ik momenteel eerste ben op de wereldranglijst, moet ik als laatste van start. Dan heb je wel zicht op de tijden van je concurrenten. Als je dan doorkrijgt dat je de beste tijd hebt, geeft dat vleugels. We mogen ook nooit op voorhand trainen in de steden waar het WK is. Voor de wedstrijd worden we ‘in embargo’ gezet. Daar moeten we opwarmen en er mag aan ons geen info doorgegeven worden.”

Is oriëntatielopen een lucratieve sport?
“Niet echt. We krijgen bijvoorbeeld geen startgeld. En de prijzen dat zijn de trofeeën die je wint. We krijgen wel ondersteuning van de federatie en er is wat sponsorgeld. In China wordt er wat prijzengeld gegeven. Maar alles samen kun je daar niet van leven. Dus ik werk deeltijds als adviseur bij Runners Lab. Ik vind het een leuke baan. Ik voel bij de Belgische jeugd dat de interesse voor het oriëntatielopen toeneemt. Na mijn actieve carrière zou ik wel aan de slag willen als coach of trainer.”

Als ik de imposante muur zie met netjes gecatalogeerd alle kaarten van de landen waar je al gelopen hebt, heb je al een flink stuk van de wereld gezien en al behoorlijk wat airmiles op de teller. Wat zijn zo je mooiste reisherinneringen?
“Je bent steeds ergens anders. Hier kan ik de parcoursen van de ‘gewone’ crossen haast dromen. Daar is er altijd die variatie, dat nieuwe. Er zijn heel veel fraaie locaties. Ik probeer ook altijd om iets van de streek waar ik ben te zien. De Scandinavische landen zijn erg mooi. Ik ben dan ook lid van een Finse club: TuMe ofte Turun Metsänkärijät. Maar het mooiste is voor mij nog altijd Nieuw-Zeeland. Het is daar zo divers, daar zou ik graag ooit nog eens terugkomen. In China ben ik al acht keer geweest, maar het blijft toch fascinerend, de mentaliteit is er zo anders. Toen ik er in het najaar was, konden we op de piste van een school intervaltraining oefenen. De hele school kwam altijd naar ons kijken en ze gaven ons water aan. We zijn zelfs met de schoolbus teruggebracht.”

Je bent vaak behoorlijk lang weg van huis. Speelt heimwee een rol?
“Sinds ik begon met oriëntatielopen ging ik al jong naar het buitenland. Toen ik bij de ‘elite’ kwam, nam dat altijd toe. Reizen werd zo een gewoonte voor me. Het was niet bijzonder om regelmatig mijn valies te pakken en een tijd weg te zijn. Soms is dat maar voor een week, soms is dat voor (training)stages een paar weken. Sinds ik een relatie heb, mis ik het thuis zijn wel meer. Gelukkig zijn er de moderne communicatiemiddelen om met elkaar contact te hebben. Ook al zit je aan de andere kant van de wereld.”

Ik kan me voorstellen dat je ‘light’ moet reizen. Je zei al dat het in economy class is. Wat zijn de essentiële attributen in je valies?
“De korte vluchten binnen Europa vallen wel mee, de langere vluchten zijn niet mijn favorieten. Ik probeer wel altijd een goede stoel te bemachtigen. Ik ben vrij groot en een beetje extra beenruimte is wel fijn. Ik heb altijd één setje loopkledij mee in mijn handbagage, als back-up. Verder leesvoer, voldoende water en gezonde snacks. Een leuke aanvulling op de maaltijden tijdens die lange vluchten.”

Lekker eten, valt dat te rijmen met het voedingspatroon van een topsporter? Heb je culinaire toppers?
“Op trainingsstages kunnen we koken wat we zelf willen. In hotels merk ik toch dat de organisatie voorziet in specifieke sportmaaltijden zoals een pastabuffet. Het kan anders: in China kregen we na een lange reis een maaltijd van McDonalds voorgeschoteld. Dat was hun idee van de Westerse cultuur. Maar je hebt op dat moment honger en je eet wat je voorgeschoteld krijgt. In China is het toch soms speciaal en krijg je dingen voorgeschoteld waar ik mijn twijfels bij heb. Geef mij dan toch maar een lekkere pizza in Italië, dat laat ik me smaken.”

Zijn er zaken van thuis die je op verplaatsing mist?
“Ook al reis ik heel veel, de dagelijkse routine thuis in Dessel, die mis ik toch het meest. Mijn eigen bed, eigen eten, stipte trainingsuren en vertrouwde omgeving. Ook op reisdagen probeer ik die dagelijkse routine aan te houden. Een namiddagvlucht is altijd handig. Dan kan ik zowel vooraf als nadien nog wat loslopen.”

Hoe ziet de sportieve toekomst er voor jou uit?
“Dit jaar is er het Urban WK in Denemarken met enkel sprintdisciplines. Er zijn ook nog de Wereldspelen, dat zijn onze Olympische Spelen omdat oriëntatielopen geen Olympische discipline is. En dan komt er het EK in Rusland nog aan. Voor verveling is er alsnog geen tijd!”

Tekst: Jef Aerts
Foto’s: IOF en Romi Vosters


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*