Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Onze reporter schrijft een wereldhit

Toen Lou Deprijck in 1976 ‘Ça plane pour moi’ fabriceerde, was hij de laatste die had gedacht dat het een internationale klepper zou worden. Een jaar later had het nummer de tekstschrijver uit Henegouwen al genoeg geld opgeleverd om er de rest van zijn leven mee te kunnen rentenieren. Hoe moeilijk is dat eigenlijk, een wereldhit uit de pen knijpen? Onze reporter deed de test.

Elke maand neemt onze reporter een atypische, spannende of relaxerende activiteit onder de loep. Kritisch, maar met een kwinkslag rapporteert hij zijn wedervaren. Deze maand: maak een (wereld)hit.

Voor wie niet heeft opgelet tijdens de les muziekgeschiedenis: Deprijck is niet de enige Vlaming/Belg die de internationale hitlijsten heeft platgewalst. Rocco Granata deed het met ‘Marina’, Technotronic van Aalstenaar Jo Bogaert met ‘Pump up the Jam’ en — niet zo lang geleden — was er Gotye met ‘Somebody that I used to know’. De laatste veertig jaar hebben naar schatting zestig nummers van Belgische origine wereldwijd indruk gemaakt en kassa’s doen rinkelen. Daar kan dus altijd nog eentje bij.

Na bijna dertig actieve jaren in de Vlaamse journalistiek vind ik de tijd meer dan rijp om iets te schrijven met een langere houdbaarheidsdatum dan een reportage voor een dag- of maandblad, al onderschat ik het metier van liedjesschrijver niet. Precies daarom kies ik een mentor die helemaal thuis is in de wereld van songwriting: Paul Mateki uit Bedford, Texas. Mateki sleepte met zijn verhalende liedteksten al een wagonlading trofeeën in de wacht en is uitgegroeid tot de chouchou van de Amerikaanse countryliefhebbers. Waarmee ik meteen ook het uitverkoren genre voor mijn eerste eigen nummer heb verklapt: country. “Bij het schrijven van teksten kan je twee kanten op”, zegt Mateki aan de telefoon. “Ofwel schrijf je een random nummer dat elke countryzanger kan vertolken, ofwel schrijf je een tekst voor een welbepaalde artiest.” Ook daar heb ik al over nagedacht: het wordt een lied voor Willie Nelson, de 86-jarige coryfee uit Austin (V.S.) die in Europa bekend raakte met ‘To all the girls I loved before’, maar in eigen land al meer dan veertig nummer 1-hits op zijn naam heeft staan. Daarmee leg ik de lat hoog, akkoord, maar wie niet waagt, niet wint.

Verse cannabis
“De eerste opdracht is de makkelijkste”, dicteert Mateki. “Zonder je enkele dagen af van de rest van de wereld en beluister elk album van Nelson van a tot z. Maak notities als bepaalde overeenkomsten jou opvallen, zowel qua tekst en thema als timbre en klankbeeld. Probeer die gelijkenissen goed te onthouden, ze zullen later van pas komen.” Tijdens de daaropvolgende week trek ik me — zoals opgedragen — helemaal terug uit mijn sociale leven. In een viersterrenhotel in het zuiden van Frankrijk, of all places. Waarom ook niet? Nu is mijn spaarrekening nog geen vetpot, maar dat kan volgend jaar anders zijn. Kijk maar naar Lou Deprijck.

Na een dikke week ken ik het oeuvre van Nelson bijna uit het blote hoofd en denk ik parallellen ontdekt te hebben in de manier waarop hij zijn nummers vertolkt. Ook thematisch vist good old Willie regelmatig op dezelfde vijver, zo blijkt uit mijn studie: enerzijds lachen met zijn gezegende leeftijd en het feit dat hij op websites al meermaals voor dood werd verklaard, anderzijds spotten met de Amerikaanse overheid die hem al jaren probeert te klissen omwille van zijn buitensporige trek in verse cannabis. Geen controversieel thema is de tachtiger vreemd.

Ervan uitgaand dat ik er effectief in zal slagen om mijn nummer tot bij Nelson zelf te krijgen, kies ik voor een kruising tussen zelfspot en bittere ernst: Willie die beseft dat hij niet altijd volgens de regels heeft geleefd en zich in de winter van zijn bestaan zorgen begint te maken over de vergevensgezindheid van God. Daarmee wijk ik inhoudelijk niet ver af van de realiteit: de countryvedette is gelovig, maar met mate. Bovendien heeft hij evenveel weed gerookt als de hoeveelheid die nodig is om wereldwijd alle pijnpatiënten levenslang te behandelen. Ik overdrijf schromelijk, maar ook dat is Willie ten voeten uit.

Netflix
“Doe zoals ik gedaan heb ik voor ‘Headin’ for you’, één van mijn laatste nummers”, geeft Paul nog mee. “Probeer in de huid van de artiest te kruipen. Stel telkens opnieuw dezelfde vraag: hoe zou Willie dit verwoorden? Welke zinswendingen zou hij gebruiken?” Mijn woordenschat is uitgebreid — met dank aan Dallas en MacGyver, jaren geleden — maar onvoldoende om het Amerikaanse schrijversjargon consequent te kunnen hanteren. Gelukkig vind ik op Amazon een Engelstalige rijmwoordenboek die me een handje kan helpen. Zes euro kost het ding. Als kersvers ondernemer zal ik deze investering later dubbel en dik terugverdienen, maak ik mezelf wijs.

Het kleinood komt van pas. Zoek ik op ‘drizzle’, dan leer ik dat het woord rijmt op ‘chisel’, ‘fizzle’, ‘grizzle’ en ‘swizzle’. Geen flauw idee wat die onzin allemaal betekent, maar het bekt lekker. ‘Ass’ — mocht ik straks onverwacht de ranzige toer willen opgaan — spoort enkel met ‘class’. ‘Hit’ tenslotte, gaat mooi samen met ‘nit-wit’ en ‘quit’. Dat laatste ben ik niet ik geenszins van plan.

Na zeven dagen van schrijven en weer schrappen — soms tot in het holst van de nacht, met een Stetsonhoed op mijn kop en een glas Kentucky bourbon in de hand om het plaatje compleet te maken — is de eerste ontwerptekst klaar. “Not bad”, reageert Paul vanuit de Lone Star State. “Not bad at all”. Laat de tekst nu enkele dagen rusten en polijst hem dan verder waar het moet of kan. Een liedjestekst moet nu eenmaal rijpen.”

Helikopter
Eenmaal de tekst ‘opnameklaar’ is, vertrekt hij in een klassieke omslag richting Austin, vergezeld van een brief waarin ik Willie tekst en uitleg geef bij ‘Heaven’, mijn eerste eigen countryballad. Het is vanaf dan enkel nog een kwestie van wachten op het verlossende signaal, als dat er al komt. In de daaropvolgende nachten droom ik van de internationale roem die mij te wachten staat en hoe ik de rest van mijn leven zal doorbrengen tussen de wereldsterren. “Maak je in deze fase zeker geen illusie”, relativeert Mateki. “Willie heeft een strenge entourage die zijn brieven ‘filtert’. Maar never say never. Wist je dat ‘Sunday mornin’ comin’ down’ van Johnny Cash geschreven werd door Kris Kristofferson, en dat die laatste de tekst van dat nummer met een helikopter in de tuin van Cash heeft gedropt? Het is iets origineler dan een brief per post, maar als het lot meezit, krijgt Willie jouw tekst écht te lezen en vindt hij hem misschien wel oké.”

Bij het ter perse gaan van dit nummer zijn al drie weken verstreken, voorlopig zonder een positief teken uit het kamp van Nelson, al kan het natuurlijk best zijn dat hij na ontvangst van Heaven geen kostbare tijd wilde verliezen, meteen de studio is ingedoken en in die rush is vergeten om mij vooraf even te bellen. Ach, even goede vrienden. Er valt immers niet elke dag een wereldhit in de bus.

Tekst: Peter Briers

Heaven 

Yesterday I reached out to God,
but he didn’t answer my call.
I’m starting to think he’s pissed,
about the weed, the beers and all.

I’m really starting to worry
about me knocking on heaven’s door.
After all I sang and all I’ve done,
maybe he doesn’t want to see me no more.

I know I’ve been pushing my luck,
with lyrics that might struck as odd.
But the bible keeps telling he’s full of forgiveness,
on earth and also abroad.

Chorus

Some think that a few songs have chocked him,
songs like ‘It’s all going to pot’.
But let’s face it, good things like tobacco and weed,
were invented by one man called God.

Maybe, it would not be a bad idea
to take some when I face my time.
So that he and I can smoke some together,
or would that be the ultimate crime?

Chorus

I did a few things that might make him proud,
songs about faith and redemption.
So when that gate stays closed, that’s what I will shout,
to try to pull his attention.

Let’s just wait and see what happens,
I’m not going anywhere for now.
But when my times come, believe me,
I’m getting in heaven somehow


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*