Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Joris Lenaerts amuseert zich bij Studio Brussel

ARENDONK – Op achttienjarige leeftijd ging Joris Lenaerts uit Arendonk aan het RITCS studeren met maar één doel voor ogen: radiopresentator worden, het liefst van al bij Studio Brussel. Nog voor hij zijn studies had afgewerkt won hij de talentenwedstrijd bij zijn geliefde zender en kon hij er aan de slag als radiopresentator. Een droom laten uitkomen hoeft niet altijd moeilijk te zijn. Wij zochten hem op in Antwerpen waar hij samen met zijn Arendonkse vriendin een eigen stekje heeft gevonden.

Zelf werd ik geboren begin jaren ’70 en groeide ik op met Madonna en Michael Jackson. Niet meteen het doelpubliek van Studio Brussel dus. Reden te meer om van naderbij kennis te maken met de jonge Kempense radiopresentator. Want eerlijk is eerlijk, radio blijft toch nog altijd tot de verbeelding spreken. Zeker als het gemaakt wordt binnen het historische gebouw van de VRT aan de Reyerslaan. Daar wil ik dus alles over weten. Van de uitbundige en heftige redactievergaderingen in de ochtend tot de enigszins eenzame momenten tijdens de late avonden. Joris neemt me met plezier mee.

Het beroep van radiopresentator hoort voor mij in het rijtje thuis van de profvoetballers, zangers en brandweermannen. Wanneer wist de kleine Joris dat zijn droom radio maken was?
“Wel, ik ben van kindsbeen af altijd veel met muziek bezig geweest. Niet meteen het bespelen van een instrument, al heb ik wel een tijdje saxofoon gespeeld, maar vooral opzoekingswerk. Van wie is welk nummer? Wie zijn de bandleden? Wie is de auteur van het nummer? De producer? Toen we met het vijfde jaar van het Sint-Pietersinstituut in Turnhout op bezoek waren bij de VRT was ik echt gefascineerd door de verschillende radiozenders. Ik heb daar gevraagd welke bagage ik nodig had om radiopresentator te worden en ze raadden mij een opleiding aan het RITCS in Brussel aan. En voilà, mijn keuze was gemaakt.”

Lijkt me toch niet evident om vanuit het nuchtere en rustige Arendonk in onze hoofdstad aan een artistieke opleiding te gaan studeren.
“Goh, nee. Eenvoudig was dat niet. Ik kende daar absoluut niemand. En je hebt gelijk, het RITCS, voluit het Royal Institute for Theatre, Cinema and Sound, is een artistiek instituut waar mensen studeren die het willen maken binnen de kunst, de film, radio of televisie en zo verder. Er lopen dus wel wat zonderlingen rond. Zowel bij de studenten als bij het onderwijzend personeel. Maar al bij al viel dat wel mee. Niet dat het gemakkelijk was want je krijgt daar ook een flinke theoretische achtergrond mee. Voor vakken als literatuur en de geschiedenis van de popmuziek moest je toch behoorlijk blokken. En niet te vergeten, je moet slagen voor een toelatingsproef alvorens je aan de opleiding mag beginnen. Maar de vakken die gerelateerd waren aan het radio maken boeiden me uiteraard enorm. Je krijgt dan presenteertechnieken, je leert documentaires maken, audiokunst in het algemeen. Het voelde allemaal wel goed aan. Ik wist dat ik daar op mijn plaats zat.”

Was de voorliefde voor Studio Brussel toen al aanwezig?
“Absoluut! Tomas De Soete en Otto-Jan Ham waren mijn voorbeelden. Daar keek ik erg naar op en dat wilde ik ook doen. Toch startte ik in eerste instantie bij Sporza Radio. Dat was nog tijdens mijn opleiding. Ik coördineerde mee de zondagnamiddag. Dat was altijd een hectische gebeurtenis. Er zijn dan verschillende sportwedstrijden op hetzelfde moment bezig en het was mijn taak om de presentator, toen was dat Tom Coninx, zoveel mogelijk te ontlasten. Een ideale leerschool eigenlijk. Plus, sport interesseerde me ook erg.”

Hoe en wanneer heb je dan de sprong gemaakt naar de alternatieve jongens van Stubru?
“Toen ik bij Sporza werkte, organiseerde Studio Brussel een talentenwedstrijd voor presentatoren. Dat kon ik natuurlijk niet laten liggen. Al kwamen er wel bijna duizend inzendingen binnen, waarvan er maar acht geselecteerd werden. Wonder boven wonder werd ik gekozen. Ik mocht toen een testprogramma maken en dat was zeer leuk, hoewel het wel allemaal erg competitief was. Iedereen die nog in de running was, wou erbij zijn uiteraard. Dat was een zeer leerrijke ervaring. Toen ik dan het nieuws kreeg dat ik één van de acht was, kon mijn geluk niet op. Dat was de reden waarom ik aan het RITCS ging studeren en waarom ik vier jaar in Brussel had gewoond. Omdat ik nog studeerde, kreeg ik in eerste instantie het zondagnamiddagprogramma ‘Super Sunday’. Ik zat hoofdzakelijk alleen in de studio en moest zelf de platen starten, de jingles verzorgen, overschakelen naar het nieuws, het weer, de verkeersinformatie. Het was meteen duidelijk dat echt radio maken toch nog iets anders was dan op school. Maar het lag me wel en boeide me enorm.”

En voor je het weet werk je al meer dan vijf jaar voor Studio Brussel. Nog veel leuke dingen mogen doen in die jaren?
“Heel veel. Tijdens mijn studies deed ik enkel presenteerwerk in het weekend. Maar daarna kreeg ik ook de kans om volledige programma’s te maken, playlists mee samen te stellen, redactiewerk te verzorgen en uiteraard nog altijd blijven presenteren. Zo vormde ik al een duo met Linde Merckpoel en met Ilse Liebens. Allemaal prettige ervaringen. Music For Life zeker niet te vergeten. Al in 2011 werkte ik mee achter de schermen van toen nog het Glazen Huis. Topmomenten waren dat. Toch jaarlijks een absoluut hoogtepunt voor Stubru. In 2012, ik was toen nog maar pas afgestudeerd, presenteerde ik de nachtshift. De volgende jaren heb ik steeds achter de schermen meegewerkt aan Music For Life. Elk jaar kijk ik er opnieuw naar uit.”

Als bekende radiopresentator kom je natuurlijk op de beste feestjes. Vertel daar eens iets over.
“Ik vrees dat ik je moet teleurstellen. Ik geef toe, als student had ik het radio maken ook wel romantischer voorgesteld. Momenteel doe ik de ochtendshift van zes tot negen. Dat wil zeggen dat ik om vier uur opsta. Moeilijk te combineren met feestjes tot diep in de nacht. Eén keer ben ik trouwens overslapen. Dat was na het feest van ‘30 jaar Studio Brussel’. Maar dankzij een wakkere collega heeft de luisteraar er niets van gemerkt. Het is dus echt wel werken. Al zijn onze redactievergaderingen misschien net iets anders dan een doorsnee meeting op kantoor. (lacht) Maar dankzij Studio Brussel kom je natuurlijk wel op plaatsen die voor anderen moeilijker toegankelijk zijn. De Jamaican Party na de Memorial Van Damme waar Usain Bolt als gast-DJ kwam draaien was echt onvergetelijk. En natuurlijk de festivaluitzendingen tijdens de zomer zijn ook superleuk. Werchter, Pukkelpop, Tomorrowland, je staat altijd op de eerste rij. En als je dan op de foto kan met Damon Albarn van Blur of Kevin Parker van Tame Impala beleef je een topmomentje. (lacht)”

Hoe ziet een doorsneeweek van een radiopresentator eruit?
“Daar is moeilijk een lijn in te trekken. Dat is zeer variërend. Ook omdat ik voor en achter de schermen werk. Sommige weken heb ik de ochtendshift ‘Stubru staat op’. Maar dat kan ook ’s avonds zijn. Of in’t weekend. ‘Super Saterday’ bijvoorbeeld doe ik nog regelmatig. Tja, voor een gewone nine-to-fivejob moet je niet op de radio zijn. Daarnaast doe ik ook nog regelmatig opdrachten voor Play Sports waar ik sportverslaggeving doe. Dat maakt het allemaal erg afwisselend en druk maar dat heeft me altijd aangetrokken.”

Je woont in Antwerpen en je werkt in Brussel. Nog tijd om naar Arendonk te komen?
“Minder en minder eerlijk gezegd. Maar elke maand passeer ik er nog wel. De meesten van mijn vrienden wonen nog in de buurt en die zitten in de fase van trouwfeesten en babyborrels. Dus als ik naar Arendonk kom is het altijd om te feesten. (lacht) Trouwens, ook mijn vriendin is van Arendonk. We hebben er dus nog veel vrienden en familie wonen. Mijn vader woont ondertussen in Turnhout en baat daar café Ranonkel uit. Daar passeer ik ook regelmatig.”

Heb je nog andere plannen binnen de media?
“Niet meteen. Ik heb als afwisseling eens mee de vragen bedacht voor ‘De premiejagers’. Omdat ik ook eens iets voor televisie wou doen. Allemaal wel leuk om mee te maken maar toch niet hetzelfde als radio maken. Zolang ik mij amuseer, blijf ik bij Stubru en wie weet ga ik daarna wel iets helemaal anders doen. Ook een café uitbaten bijvoorbeeld. Of een visrestaurant. Dat spreekt me wel aan. Wie weet...”

Tekst: Peter Meulemans
Foto’s: Bart Van der Moeren


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*