Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Jelle Palmaerts: de ster van Tytgat Chocolat

TURNHOUT – Weerman Frank Deboosere bevestigde het nog niet officieel, maar sedert de serie ‘Tytgat Chocolat’ op televisie loopt, werd het in Vlaanderen enkele graden warmer. Voor één keer blies de vertedering alle zakelijke kilheid weg. Enkele Kempenaars met een beperking beroerden gans Vlaanderen. Onderox voelde hoofdacteur Jelle Palmaerts aan de tand samen met Marc Bryssinck die samen met Filip Lenaerts de reeks schreef en regisseerde.

Vooraleer je in Kasterlee terecht kwam woonde je in Boom, Jelle…
Jelle Palmaerts: “Jazeker en het was daar ook zeer leuk. Ik liep wel lagere school in Puurs. De leukste herinneringen die ik daar aan overhoud zijn de bos- en boerderijklassen. Ik volgde daar ook muziekschool en leerde er djembe spelen. Ook bij de scouts was het leuk. Ik mocht met die mannen mee op kamp. De strafste belevenis blijft toch het kampvuur dat we daar mochten meemaken. Dingen die ik na de verhuis moest opgeven.”

Wanneer verkaste je naar de Kempen?
Jelle: “Toen ik veertien was. Dat kwam door papa zijn werk. Ik herinner me dat het niet zo gemakkelijk was om voor mij een goede school  te vinden. Maar ik had niet echt heimwee omdat ik hier nieuwe vrienden leerde kennen bij VIBO De Brem en nu ook bij Theater Stap. Heel soms heb ik nog wel eens contact met mijn vroegere vrienden.”

Hoe kwam je bij Theater Stap terecht?
Jelle: “Ik denk dat mijn papa gepraat heeft met Ingrid Van Den Bergh. (de coördinator van Dagcentrum Kasteel, nvdr.) En dan heb ik stage gedaan om bij het theater terecht te komen. Er was daar een plaats vrijgekomen, zodat ik vaste speler kon worden.”
Marc Bryssinck: “Jelle heeft eerst vrij lange tijd onze jongerenwerking meegemaakt op woensdagnamiddag. Die werking is opgezet voor jongeren met een beperking die nog op school zijn tot hun 22 à 23 jaar. Toen er een plaatsje vrij kwam, kreeg hij de kans om over te stappen naar de vaste groep.”

Allemaal niet zo vanzelfsprekend.
Marc: “Nee, maar dat geldt eigenlijk ook voor jongeren die in een ander circuit zitten. Maar Jelle heeft geluk gehad, want dit is voor hem ‘de’ plek waar hij het best gedijt.”

Waar staat Theater Stap eigenlijk voor?
Marc: “Wij maken professioneel theater met mensen met een beperking. Ze krijgen een opleiding op maat die zo ver reikt als mogelijk. We houden daarbij rekening met hun potentieel. Vrij vertaald: we laten hen het beste van zichzelf geven. Zo is Jelle, in de tien jaar dat hij hier verblijft, enorm gegroeid. Maar hij spant zich daarvoor ook echt in.”

Vertel eens wat je zoal hebt beleefd Jelle.
Jelle: “Ik heb op de rode loper gestaan op het filmfestival in Cannes met Gust Van den Berghe, in smoking! Verder zat ik nog o.a. in ‘Het  Bombardement’, een film van Jan Smit, in Spoed, Wittekerke en Code 37. Daarnaast waren er diverse theatervoorstellingen en ook nu staat er nog heel wat op stapel.”
Marc: “Hij heeft al een mooi palmares.”

De speellijst van jullie is indrukwekkend, maar waar gaat jullie voorkeur naar uit?
Marc: “Alle optredens zijn voor ons dankbaar, zowel op televisie als in het theater. De voorstellingen in het theater zijn intens en spannend, maar met televisie zit je al vlug aan een potentieel van een miljoen kijkers, wat mooi is meegenomen. Ons punt: we beseffen dagelijks welk talent er in onze mensen verscholen zit en vanuit onze missie willen we dat ook tonen aan een brede massa. Theater geeft warmte, maar film en televisie verbreden ons werkveld.”

Hoe klikt het tussen jullie?
Jelle: “We zijn het bijna altijd eens, maar Marc is baas en dan moeten we luisteren.”

Doet dat dan zeer?
Jelle: “Nee.”
Marc: “Wat heel bijzonder is aan de groep: bij onenigheid of onduidelijkheid overleggen we. De mannen kunnen zeer goed luisteren en stappen altijd constructief mee in de richting van de oplossing van een probleem. Ook al dachten ze daar eerst anders over. Ze zijn nooit cynisch, maar wel blij met de marsrichting die we samen kiezen. Dat geloof en onuitputtelijk vertrouwen beschouw ik als begeleider als een groot cadeau.”
Jelle: “(lacht) Dat is voor ons altijd een grote uitdaging en ’s avonds als ik in mijn bed lig, ben ik blij met de oplossing.”

Welke acteur of actrice is voor jou een groot voorbeeld?
Jelle: “Els Dottermans, Mieke De Groote, Frank Focketyn, Wim Opbrouck, Marc Van Eeghem, Jan Decleir en Koen De Graeve.”
Marc: “Niet toevallig zijn dat allemaal mensen die in de serie meespelen. En dat ligt vers in het geheugen. Maar het is wel zo dat de acteurs van Stap vrijwel altijd een hoge pet hebben van de beroepsacteurs.”

Marc is uw grote vriend Jelle, maar luisteren ook de grote externe acteurs naar hem?
Jelle: “Ik denk het wel hé Marc.“
Marc: “Maar ik luister ook altijd naar de acteurs die ik regisseer.”
Jelle: “Dat is waar.”
Marc: “Ik hoef Jan Decleir niet uit te leggen hoe hij moet acteren, dat weet hij zelf wel. En eigenlijk geldt hetzelfde voor ‘mijn’ mannen. Ik wil eerst weten hoe zij iets willen brengen en heel vaak is dat ook de beste manier. Als dat niet het geval is, maak ik hen daar attent op. Dat geldt voor Jelle, maar ook voor Wim Opbrouck. Dat principe geldt voor elke acteur. Ik speel niet zomaar de baas. Wel heb ik als regisseur zicht op het geheel.”

Een mooi principe!
(Jelle knikt nadrukkelijk)
Marc: “Je moet al die spelers op één lijn krijgen en dat verloopt eigenlijk wel zeer vlot.”
Jelle: (knikt fel) “Zo zei hij tegen mij dat ik in de film ‘klein’ moet spelen. En dat was nieuw omdat ik in het theater ‘groot’ mag spelen.” (Maakt een groot omlijstend gebaar met zijn handen)
Marc: “Goed Jelle. In het theater moeten immers de mensen die vijftig meter verder zitten goed zien welke gebaren je maakt en dat is niet nodig op televisie of voor de film. Daar registreren de camera’s alles van dichtbij.”

Voor Tytgat filmden jullie in Kroatië en Kosovo. Dat spreekt tot de verbeelding. Was het doenbaar?
Jelle: “Een groot avontuur en wij hebben dat heel straf beleefd. We zijn allemaal een maand van huis geweest. Heel leuk, maar ook vermoeiend. Het was daar heel warm - een droge hitte - en wij moesten daar heel veel drinken, maar ook weer niet te veel. Dat was moeilijk. Toch was het goed hé Marc.”
Marc: “Het was inderdaad zwaarder dan we ons hadden voorgesteld. Gelukkig was de catering uitstekend. Vergeet niet dat de draaidagen zeer lang waren en dat er hard moest worden gewerkt. Dat rustpunt met lekker eten was goed voor het moreel. (lacht) Al bij al een groot avontuur!”

Je bent nu beroepsacteur. Een jongensdroom die vervuld is?
Jelle: “Ja, ik denk dat wel. Dit is wat ik altijd gewild heb.”
Marc: “Het genre dat wij brengen is eigenlijk taalarm theater. We omzeilen ingewikkelde teksten en spitsen ons meer toe op het beeld en bewegingen.”
Jelle: (trots) “…en improviseren!”
Marc: “Juist. En zo komen wij tot een beeldrijk verhaal. Maar nu met televisie lag dat weer helemaal anders, wat voor ons een uitdaging was. Op de scène maken we dit soort  theater niet.”

Was het stresserend?
Marc: “Eerlijk: er kwam heel wat stress bij kijken. Je zit in een vreemde land op een locatie die je nauwelijks kent, maar waar je bepaalde opnames moet doen op vaste tijdstippen. En al die puzzelstukjes moeten precies en op een geloofwaardige manier in elkaar passen. Soms zit je te wachten op de juiste weersomstandigheden. Dat is best stresserend, want we hebben ook niet het budget om zaken uit te stellen. Bovendien was de hitte verzengend.”
Jelle: “Ja en het moest altijd ‘vandaag‘ opgenomen zijn omdat we ‘morgen’ naar een andere locatie moesten.”

Hoe heb je de VRT ervan kunnen overtuigen om dit te doen?
Marc: “Het enthousiasme van Theater Stap en de sterkte van het verhaal.”

Maakt dat nu iets los voor de toekomst?
Marc: “Ik weet dat echt niet. De serie wordt tot op vandaag goed onthaald, maar dat soort dingen waait ook wel eens voorbij. Het is mogelijk dat dit een effect zal hebben, maar evenzeer bestaat de kans dat het uitdooft. Misschien komt iemand over twintig jaar op het origineel idee van, weet je nog twee decennia geleden… die succesrijke reeks over mensen met beperkingen die baanbrekend was?”

Met hoeveel mensen ben je hier aan de slag?
Marc: “Het ensemble van Theater Stap bestaat uit een twintigtal acteurs. Het ministerie van cultuur subsidieert de theaterwerking (Theater Stap), waarvoor regisseurs en vormgevers worden uitgenodigd. Maar daarrond is er ook de dagopvang voor mensen met een beperking (Dagcentrum Kasteel, nvdr.) waar men permanent met muziek, vormgeving, dans en theater bezig is. Waarvoor overigens een goede structuur is uitgebouwd.”

Hoe ziet  een gewone dag er uit in Theater Stap?
Marc: “De mannen komen ’s morgens toe en dan is het meteen koffie- of theetijd. Er wordt wat gebabbeld en iedereen vertelt wat hij kwijt wil. Nadien beginnen we aan een activiteitenblok en dat loopt ook door in de namiddag. De thema’s worden deels vrijelijk bepaald, maar zijn ook afhankelijk van de engagementen die we aangingen. Zo zijn we nu ook aan het boogschieten met het oog op een kortfilm die zich afspeelt in het milieu van de boogschuttersgilde.”

Geloof je nog in de liefde Jelle?
Jelle: “(lacht) Ik heb heel wat meegemaakt. Maar eigenlijk geloof ik nu wat minder in de meisjes, maar meer in de muziek. Dat is een uitdaging… mijn hart gaat al boenken bij muziek. En Raymond Van het Groenewoud is mijn grote idool! Hij was bij ons op de set. (straalt) Speciaal voor ons heeft hij een liedje gecomponeerd!”


Tekst: Bruno Otten
Foto’s: Bart Van der Moeren


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*