Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

De familieman in Herman Van Springel

GROBBENDONK/BOUWEL – Je kan hem nog zo’n drie keer per week tegenkomen, op de Netedijk tussen Bouwel en Duffel. Hij zit dan een beetje scheef op zijn fiets maar niet meer zo scheef als toen hij kleppers reed zoals de ‘Tour de France’ en de ‘Ronde van Lombardije’. We zijn op visite bij Herman Van Springel (73), profwielrenner tussen 1965 en 1981.

Ik ben te jong! Mijn herinneringen aan de wielertijd van Herman Van Springel gaan niet veel verder dan de snaak die in de hete zomeravonden van juli op z’n fietske met een gele tas om de nek door de mulle assenweg van de Desselse Akkerstraat ploegde. “Gazet van de Tour de France”, riep hij dan en schetterde op zijn toeter het volk naar buiten. Om bij Herman niet onbeslagen op het ijs te komen, heb ik dus het boek ‘Herman Van Springel, 68’ gelezen van televisiemaker en sportjournalist Mark Uytterhoeven, nog altijd één van zijn beste vrienden.

Mark schreef het boek ter gelegenheid van je 68ste verjaardag, omdat hij 1968 één van je beste wielerjaren vond. Enig idee waarom hij net die periode eruit pikte?
“Het was toen 29 jaar geleden dat er nog een Belg de Tour de France gewonnen had, toch nog altijd dé wielerwedstrijd van het seizoen. Heel het land zat de wachten op een nieuwe Belgische winnaar. Tot in de laatste rit stond ik als eerste geklasseerd. Maar het liep anders en ik moest de eindoverwinning aan de Nederlander Jan Janssen laten, met 38 seconden. Zoiets onthouden de mensen he. Ik won dat jaar wel de Omloop van Vlaanderen en de Ronde van Lombardije, was tweede in Parijs-Roubaix en het wereldkampioenschap in Italië. Kortom, het was gewoon een goed jaar voor mij.”

Hoe ben je trouwens aan de wielersport begonnen? Zat je als kind al veel op de fiets?
“Bwa neen, niet echt. Ik ben opgegroeid in Oevel. Mijn ouders werkten op de boerderij en we waren thuis met tienen. ‘Evenveel kinderen als koeien’, lachten ze altijd. Ik was de achtste en voor die tijd al een vrijgevochten manneke. Terwijl mijn zussen en broers op de boerderij moesten helpen, ging ik in de bossen brakken met mijn kameraden. Nadien verhuisden we naar Grobbendonk waar mijn oudste zus café ‘De Kruisbaan’ uitbaatte. Op mijn veertiende ging ik van school, hoewel de meester telkens hij in ‘t café sigaretten kwam halen mijn ouders aanporde om mij verder te laten studeren. ‘Die Herman kan dat!’ Maar ik had geen goesting en in de diamantslijperij kon je toen rap geld verdienen.”

Dus profwielrenner worden was niet je eerste ambitie?
“Die is er pas gekomen toen Rik Van Looy op het wielertoneel verscheen. In de Kempen ging het toen over niets anders. Onder andere mijn oudere broer ging regelmatig naar de wedstrijden. Op een dag kwam hij thuis en vroeg of ik ook geen goesting had om te koersen. ‘Allée gij, ik weet niet eens of ik dat kan’, antwoordde ik. Maar hij zou mij een koersfiets bezorgen, dus zei ik ‘ja’. Meer om die koersfiets te hebben dan om de sport. Hoewel, koersfiets… Het was een gewone kader met een koersstuur erop en wielen met tubes, dat bestond toen al. Het eerste jaar won ik er al meteen vier dorpskoersen mee. En dan begin je te denken dat er misschien toch meer inzit.”

En nu noemen ze je ‘Monsieur Bordeaux-Paris’. Dat moet je toch eens uitleggen.
“Dat zal wel zijn omdat ik die koers zeven keer gewonnen heb zeker? We vertrokken in Bordeaux om 2 uur ’s nachts en na 250 kilometer kwamen we dan tegen dat ’t licht werd aan bij de gangmakers. Daarna was het 350 kilometer achter de derny’s. Ik had  het geluk dat ik een goeie gangmaker had, iemand die ik door en door vertrouwde en waarvan ik perfect wist hoe hij door de bochten ging. Dan durf je er vlak achter fietsen tegen een snelheid tot 70 kilometer per uur. Bordeaux-Parijs was zo’n beetje mijn koers. Al durfde ik hem na zeven overwinningen niet meer te rijden. Bang om te verliezen en dat het de koers te veel zou zijn. Spijtig dat hij nu niet meer gereden wordt.”

Maar in 2014 deden Tom Waes en Koen Wauters het nog wel eens voor een televisieprogramma.
“Hmm, daar heb ik toch mijn bedenkingen bij hoor. Zonder enige voorbereiding, met zo’n oude fiets en in de kledij van honderd jaar terug? Na de uitzending belden journalisten mij om te vragen of zoiets kon. Ik heb toen geantwoord dat het een fantastisch programma was met twee geweldige acteurs. En daar blijf ik bij.”

De wielerwereld was Herman Van Springel dus nog niet vergeten. Wat was het eerste wat je deed toen je in 1981 de koersfiets aan de wilgen hing?
“(lacht) Eens goed op café gaan, want vanaf dan mocht het. Een wielerseizoen begon in januari met de trainingen en eindigde half oktober. We reden zoveel mogelijk koersen waar er iets te verdienen was. Iedereen deed dat toen, het was onze kostwinning. We reden ook de kermiskoersen in het dorp want winnen voor eigen volk was toch net iets plezanter. In de winterstop gingen we dan bij elkaar naar de supportersbals. Voor een andere hobby was er geen tijd. Na mijn wielercarrière ben ik gaan werken in de verkoopsector en op mijn vijfenzestigste ben ik zoals iedereen gewoon met pensioen gegaan.”

Zo kreeg je ook wat meer tijd voor je familie. Had je iets goed te maken?
“Onze kinderen reclameerden wel dat ik er nooit was op communiefeesten en verjaardagen want die vielen allemaal in het wielerseizoen. Tenminste dat hebben ze toch toevertrouwd aan Mark toen hij dat boek over mij schreef. Maar ik had geen andere keuze want er moest brood op de plank komen. Mijn hart brak elke keer als ik in juli voor een maand naar de Tour vertrok. Ik probeerde dan zo goed mogelijk te presteren, zodat ze dan toch trots konden zijn op hun vader. Met mijn broers en zussen is de band altijd heel hecht geweest. Op één zus na, zijn we er nog allemaal. Op het jaarlijkse familiefeest waar ook alle kinderen en kleinkinderen bij zijn, tellen we nu zo’n tachtig man.”

Zit er tussen die kleinkinderen een toekomstige wielerheld?
“Ik zou wel willen maar voorlopig heeft er zich nog niemand aangediend. Moest het gebeuren, dan zou ik zeker naar zijn wedstrijden gaan en wat goede raad meegeven of moed inspreken. Van onze drie dochters heeft niemand een sport opgenomen en… (nauwelijks hoorbaar)… onze Peter heeft geen kans gehad. Hij was achttien toen hij een virusinfectie kreeg op de hersenen. Nog geen week later waren we hem voorgoed kwijt… (Hermans’ hoofd zakt nog wat dieper). Maar (herpakt zich) je mag over hem in je artikel schrijven hoor. Hij verdient ook een plaatsje.”

Buiten de kilometers die je over de Netedijk fietst, meet je je krachten nog wel eens met oud-collega’s?
“Fietsen is nu vooral voor het plezier en ik geniet van wat ik onderweg links en rechts allemaal zie. De Kempen en ook Limburg hebben prachtige fietspaden. Ik heb er zestien jaar getraind maar nooit fatsoenlijk rondgekeken want in mijn kopke zat toen niets anders dan koers, koers, koers. En ik ga ook regelmatig met Eddy Merckx een tochtje maken. Zaterdag vertrekken we trouwens met enkele oud-collega’s naar Oostenrijk om er te gaan fietsen. Maar tegen elkaar rijden is er toch wat af hoor, soms nog eens een sprintje. En dan laat Eddy zien dat hij nog altijd de beste is.”

Hoe was dat trouwens, coureur zijn in dezelfde periode als Eddy Merckx?
“Zowel een voor- als een nadeel. Eddy kwam aan elke start met de vaste wil om te koers te winnen. En aan de meet won hij ook elke keer. Dat maakte dat de andere wielrenners die ook goed presteerden soms in de schaduw bleven staan. Het was een gouden generatie die bleef duren. Denk maar aan Walter Godefroot, Roger De Vlaeminck, Freddy Maertens,… Anderzijds, door zo’n fenomeen als Eddy Merckx kreeg de Belgische wielersport veel belangstelling, ook internationaal. Hij was echt wel buiten categorie.”

Zou zijn supertalent vandaag nog voldoende zijn om koersen te winnen?
“Ik denk het niet. De wielersport is veel mondialer geworden. De renners komen nu van overal en dus is de concurrentie groter. Wielrenners vandaag worden ook veel beter begeleid en gesoigneerd. Weet je, ik heb ooit na een tourrit toen ik nog honger had aan mijn sportdirecteur gevraagd of ik nog wat te eten kon krijgen. ‘Ga maar slapen, dan voel je de honger niet’, kreeg ik als antwoord. Zoiets is nu ondenkbaar, soigneurs staan aan de aankomst al klaar met speciale drankjes om het energiepeil weer aan te vullen. En de hotels zijn pure luxe. Ik heb nog in een achtergebouw op mijn training geslapen omdat ik in de hotelkamer niet tussen de lakens durfde te kruipen omdat het er te smerig was.”

Welke raad zou je geven aan een wielrenner die vandaag aan de start komt?
“Als je een bepaald talent hebt, probeer dan zo lang mogelijk om daarin één van de toppers te worden. Dat kan beter bij een kleine ploeg waar je meer kansen krijgt om te ontbolsteren. Eens je kunt laten zien wat je in je mars hebt, stap dan pas over naar een grotere ploeg. Offer je eigen talent dus niet te snel op voor een kopman. En je moet willen afzien. Een goede renner is voor mij 50% klasse, die heb je nodig om mee te kunnen. De andere 50% is karakter en je pijngrens durven verleggen. Op het einde van een koers zit iederéén dood op zijn fiets. Dan is het diegene die nog net iets dieper kan gaan die het verschil maakt en wint.”

Als bij Herman het licht uitgaat, steekt hij een kaars aan en fietst verder (uit het boek van Mark Uytterhoeven).
“Dat klopt wel een beetje, ja.”

Of hij heeft onderweg een drinkbus champagne gekregen. Weet je trouwens al wie die supporter was die je in 1969 op de Galibier die drinkbus gaf, waarna je de rit won van Eddy Merckx?
“Neen, neen, nog altijd niet! Het moet in elk geval een Vlaming geweest zijn, de manier waarop hij ‘Herman,  Herman!’ riep. Hij moet ook geweten hebben dat alcohol niet in mijn benen sloeg en dat ik kon blijven rijden. En het was zeker iemand met een groot hart voor de wielersport want de champagne was prima gekoeld. Schrijf dat zeker in Onderox, dat die supporter zich nog altijd mag komen melden. Ik zou het echt graag weten.”

Bij deze dan, en ongelooflijk bedankt voor dit warme gesprek!

Tekst: Suzanne Antonis
Foto’s: Bart Van der Moeren


Info: het boek ‘Herman Van Springel, 68’ van Mark Uytterhoeven is nog steeds verkrijgbaar bij uitgeverij Kannibaal, www.kannibaal.be


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*