Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
ARENDONK/DIEST – Het begon met een ludiek afscheidscadeautje voor zijn collega’s, Frans Van Steenbergens passie voor het zingen in het Arendonks dialect. Ondertussen is hij volop bezig aan zijn derde album en bracht hij net een nieuw nummer uit: ‘Winkelkaar Dot Com’. Zijn voornaamste doel? Het Arendonks conserveren voor de komende generaties, onder de naam ‘Fraaanse en z’n gaste’.
Sinds midden jaren ’80 had Frans Van Steenbergen (67) een muziekstudio, die vooral gericht was op beginnende muzikanten en hen aan een betaalbare opname te helpen. Van Steenbergen is zelf ook altijd muzikant geweest – het muzikale zit echt in de familie – maar zijn aandacht ging door de studio steeds minder naar het zelf maken van muziek. Tot er in 2016 opeens veel tijd voor hem vrij kwam.
‘Wall Street Daaanske’: dat is de titel van je eerste nummer in het Arendonks dialect. Maar hoe ben je destijds nu juist tot het maken ervan gekomen?
Frans Van Steenbergen: “Het was 2016, ik werkte in de banksector en veel banken begonnen met het afbouwen van hun kantorennet. In een paar jaar tijd werden er duizenden oudere werknemers op straat gezet, waaronder ikzelf. En dus kwam er opeens heel veel tijd vrij. Mijn idee toen was om mijn achterblijvende collega’s, die nog wat jonger waren, een afscheidscadeautje te geven in de vorm van een nummer over de financiële wereld, gebaseerd op ‘Wall Street Shuffle’ van Ten CC. Dat is dan ‘Wall Street Daaanske’ geworden. Om het een aparte toets te geven, besloot ik het te schrijven in het Arendonks dialect. En zo is het allemaal begonnen. Het nummer belandde op YouTube en geraakte zelfs tot op directieniveau. Het was toen niet meteen duidelijk dat ik die weg om zelf te gaan schrijven zou gaan bewandelen, want ik was nog steeds bezig met mijn muziekstudio. Maar op een gegeven moment sloeg ik toch aan het schrijven en vloeide het nummer ‘Oep de Madritte’ uit mijn pen, een karikatuur van het Spaanse verleden in Arendonk.”
Zit er in al je nummers een link of verwijzing naar Arendonk?
“Niet in al mijn nummers, maar wel in die van mijn eerste album ‘Ujt lè-er öt de telouwer’. Ik heb ook een liedje, ‘Vogelepik’, gezongen door de bekende Arendonkenaren Mieke en Ben Segers, dat over een beruchte kermis gaat in Arendonk. Het is de grootste van de gemeente en berucht om de volksspelen. ‘De Mèt En De Vraai’ dan weer gaat over de dualiteit in Arendonk, en of je ofwel van het centrum ofwel van de Voorheide bent. Er heerst een soort van gezonde rivaliteit tussen beide. Mijn vader en zijn familie woonden bijna allemaal op de Voorheide, mijn moeder en haar familie aan de andere kant. Ik ben dus een product van de twee. En zo zijn die specifieke liedjes allemaal verbonden met een Arendonks thema. De Arendonkse coverband Swizzle zingt op het album ook over hoe het Arendonks hun moedertaal is en verzon er een melodie bij.”
In andere van je nummers zing je ook over maatschappelijke thema’s, zoals je onlangs uitgebrachte nummer ‘Winkelkaar Dot Com’. Waar gaat dat juist over?
“In centrumsteden zoals Diest, waar ik woon, zie je steeds meer leegstand in de winkelstraten. En wat is de oorzaak? De massaconsumptie door het online shoppen. Natuurlijk heeft het z’n voordelen. Vroeger moest je naar artikelen of winkels zoeken en soms veel rondrijden vooraleer je vond wat je nodig had. Nu is het gemakkelijk. Je tikt het in en je hebt het al snel binnen handbereik. Maar het heeft dus ook z’n nadelen. We bestellen veel rommel in het buitenland die we eigenlijk niet nodig hebben, maar die ons instant koopgedrag triggeren. Dat terwijl er nog nooit zoveel leegstand is geweest. Mensen gaan niet meer naar de winkelstraat of tot bij zelfstandigen. Ze winkelen ’s avonds vanuit hun luie zetel. En dan is er nog de grote verleiding om meerdere kledingstukken te kopen en degenen die niet passen gewoon terug te sturen, wat nefast is voor het milieu. Daarover gaat ‘Winkelkaar Dot Com’ dus, dat trouwens ook in het Nederlands te beluisteren is.”
Is het een uitdaging om in het Arendonks te zingen?
“Zeker en vast. De woordenschat in het Arendonks is een stuk kleiner dan in het Nederlands. Er zijn nu eenmaal enkele Nederlandse woorden die ik moet verarendonksen. (lacht) Soms moet ik ze zelfs gewoon in het Nederlands laten of in het Engels, wanneer ik er niet meteen een Nederlands synoniem voor vind. Daar krijg ik dan soms commentaar op, maar zing het maar eens als er geen ander woord voor bestaat. Rijmen is ook een uitdaging. Maar ik blijf het doen, om het Arendonks te conserveren voor de komende generaties. In 2028, wanneer ik 70 word, wil ik met een derde album komen. Dialecten zoals het Arendonks hoor je steeds minder, en ze volledig behouden gaat moeilijk zijn, maar mijn bedoeling is het dus op z’n minst te conserveren, onder de naam ‘Fraaanse en z’n gaste’.”
Tekst: Delia Filippone
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.