Opvallende bezigheden

Jan Van Den Bergh: Staat al een halve eeuw achter de discobar

Gepubliceerd: 26 mei 2026  |  Door: Peter Briers  |  Onderox editie: 264

WIEKEVORST — Muzikant, radiopresentator, zaakvoerder en dj: Jan Van Den Bergh (64) is het allemaal. Met All Music — de discobar waarmee hij al op 5.000 trouwfeesten de dansvloer deed vollopen — spant hij de kroon. “Ook na een halve eeuw krijg ik er maar niet genoeg van. Ik sterf nog liever achter mijn platenspelers dan ermee op te houden.”

Waar komt de liefde voor muziek vandaan bij jou?
Jan Van Den Bergh: “Die heb ik meegekregen van nonkel Gust. (lacht) Hij was mijn dooppeter en had thuis een enorme collectie langspeelplaten. Die was heilig voor hem, in die mate dat zelfs zijn kinderen die ongemoeid moesten laten. Behalve ik. Ik was acht en ging er regelmatig op bezoek. Tijdens die visites mocht ik plaatjes draaien voor hem. Daar, in zijn living, is mijn liefde voor muziek geboren. Wat later ging mijn broer onder de wapens in het Duitse Soest, waar militairen taksvrije aankopen konden doen. Hij kocht er een grammofoon en singles. ‘Dat ik daar niet mocht aankomen’, dat heb ik hem wel tientallen keren horen zeggen. Ik deed wat hij vroeg, tot hij weer de deur uit was en hij toch niet wist wat ik thuis aan het doen was. Hij had een dertigtal singles en die kende ik gaandeweg van buiten, zelfs de B-kantjes. Op mijn twaalfde kocht ik dan van mijn communiegeld een complete stereoketen. Trots dat ik was, want dat had toen nog niemand. Vanaf dat moment pendelde ik als kind om de haverklap naar Dilewijns, toen nog dé platenzaak van Antwerpen.”

Herinner je jouw allereerste aankoop nog?
“Dat was Easy Livin’ van Uriah Heep. Mijn haren werden al wat langer en dat nummer paste wel bij mij, vond ik. Als tiener mocht ik van mijn ouders alleen uitgaan in het lokale Jeugdhuis Kwinten. Daar stond een muziekinstallatie en wie zin had mocht plaatjes draaien. Veel kandidaten waren er niet, dus heb ik daar tijdens nogal wat fuiven en vaten de dansvloer doen vollopen. Ook leuk: de diskjockey kreeg gratis drank, dat was mooi meegenomen.”

Jouw jeugd viel zowat samen met de gloriejaren van Radio Veronica, de tijd waarin presentatoren als Eric de Zwart en Adam Curry voor goden werden versleten.
“Dj’s hadden toen inderdaad aantrek van veel vrouwelijk schoon en dat was bij mij niet anders. In Vlaanderen waren diskjockey’s bovendien een compleet nieuw fenomeen, discobars bestonden zelfs nog niet. Uiteindelijk heb ik op die manier ook mijn vrouw leren kennen. En ja, wij zijn nog altijd samen.”

Waarom leg je daar zo de klemtoon op?
“Omdat niet alle presentatoren met zoveel aandacht van vrouwen overweg konden. Aan elke vinger tien, wordt wel eens gezegd. Wel, dat was destijds écht het geval. Die adoratie heeft veel populaire dj’s hun carrière gekost. Niet iedereen respecteerde zijn grenzen, met veel miserie tot gevolg. Voor mij hoefde dat allemaal niet, ik had en heb nog altijd een schat van een vrouw.”

Genoeg over de vrouwen, terug naar de muziek. Wanneer heeft All Music voor het eerst het licht gezien?
“Toen ik veertien werd, gooide ik het op een akkoordje met de man van mijn nicht, een muzikant en een echte muziekkenner. Samen zouden we met een discobar de baan op gaan. Een kostelijke zaak, vanzelfsprekend. Of ik honderdvijftigduizend frank mocht lenen, vroeg ik aan mijn ouders. Dat was te veel, maar de helft kon wel, op voorwaarde dat ik het later zou terugbetalen. We kochten ons materiaal bij All Music, een muziekwinkel in Vorselaar. Daar kregen we van de uitbater een t-shirt met daarop reclame voor zijn zaak. De naam van onze discobar was snel gekozen: All Music, want de T-shirts hadden we al. Gratis, nota bene. Onze eerste opdracht was een bal van de lokale voetbalclub. Ik had alleen ervaring met jongerenmuziek, maar ook de walsen en marsen gingen ons blijkbaar goed af. Gevolg: diezelfde week nog stroomden de aanvragen binnen. Na verloop van tijd heb ik andere dj’s moeten uitsturen. We kregen de klussen alleen niet meer geklaard.”

Vandaag reikt jouw werkterrein verder dan de Kempen. Heeft dat met populariteit te maken?
“Laat ons zeggen dat de omstandigheden geholpen hebben. Toen in Broechem een diskjockey onverwacht overleed en wij gevraagd werden om zijn agenda over te nemen, hebben we geen seconde getwijfeld en zijn we met een tweede discobar gestart. Eén ding viel ons meteen op: het Antwerpse publiek is beleefder en komt verlegen vragen of we dit of dat plaatje wilden draaien, maar in de Kempen zijn ze altijd directer. ‘Zeg, speel dat nummertje subiet eens.’ Ook op de dansvloer merk je een groot verschil. In en rond Antwerpen staat die altijd vol, bij ons moeten de ‘dansers’ zich eerst moed indrinken.”

Een dansvloer vullen is één ding, hem gevuld houden weer een ander paar mouwen. Heb jij daar een truc voor?
“Ik ga de zaal binnen, scan het publiek en weet al na tien seconden welke muziek ik moet draaien. Veel collega’s spelen het liefst liedjes die ze zelf graag horen. Zo werkt het nu eenmaal niet. Vroeger speelden wij de nummers helemaal, vandaag nog maar korte passages. Tien seconden, meer niet. Jongeren moeten constant getriggerd worden. Voor een set van een half uur heb je vandaag zo’n tweehonderd titels nodig. Op feesten doen de klassieke dansen het nog altijd goed, zoals de ‘In Zaire’ en ‘De Vogeltjesdans’, al blijft de meest gevraagde plaat wel ‘Du’ van Peter Maffay. Aftrappen doe ik steevast met een paar ‘wijvenschuiven’. Nummers van Beyoncé of Rihanna, bijvoorbeeld. Als de vrouwen gaan dansen, volgen al snel ook de mannen.”

Jij bent intussen zowat de oudste van de bende, zeker in onze regio. Krijg je daar schampere opmerkingen over?
“Absoluut! Onlangs nog. (lacht) Dé fuif van het jaar is het Paasbal in Wiekevorst, voor mij als dj al jaren vaste prik. Eerst solo, maar twintig jaar geleden zijn de organisatoren gestart met een line-up van verschillende deejays. Ik mag het rijtje elk jaar sluiten. Op het laatste bal liep ik de backstage binnen. Wie ik kwam halen, informeerde een jong meisje, de vriendin van een jongere collega. Toen ik haar vertelde dat ik de laatste naam op de affiche was, kwam ze niet meer bij van het lachen. Ze geloofde het pas nadat ze mij in de zaal had bezig gezien. Ondanks het blijvende succes blijf ik wel met beide voeten op de grond, ook wanneer ik als dj mijn rider met wensen en verlangens mag indienen. Ik houd het altijd simpel: bruiswater, plat water en Cola Cola zonder suiker. Meer hoeft voor mij niet.”

Vijftig jaar achter de discobar en de kaap van zestig lentes al een poos voorbij: waar blijft die spreekwoordelijke luie zetel?
“Als ik goed geteld heb, heb ik op zo’n 5.000 trouwfeesten gespeeld, de fuiven niet meegerekend. En toch ga ik nog elke week de baan op. Of ik dat nooit beu word? Iets wat je graag doet, word je niet beu. Muziek is mijn lange leven. Tijdens corona heb ik het dj-zijn zelfs zo erg gemist dat ik om de haverklap al mijn elektriciteitskabels uitrolde, om ze nadien gewoon weer op te rollen. Uit pure verveling.”

Dat brengt me dan toch weer bij de vrouw. Hoe houd je die tevreden?
“Voor haar is er altijd een extra centje. Voor leuke dingen, weet je wel. (lacht) Hoe dan ook, mijn vrouw zal me nooit terugfluiten. Ze heeft me trouwens nooit anders gekend dan als dj Jakke.”

MEER INFO
www.discobarallmusic.be

Foto’s: Peter Briers

Meer lezen van Peter Briers
Meer lezen over
muziek

Meer Opvallende bezigheden

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.