Talent van eigen bodem

Dirk Peeters blikt terug op meer dan 40 jaar punk bij Funeral Dress

Gepubliceerd: 26 mei 2026  |  Door: Delia Filippone  |  Onderox editie: 264

HERENTALS – Na meer dan 40 jaar punkoptredens over de hele wereld houdt de Kempense punkband Funeral Dress ermee op. Ook het festival Hertals Rock City, dat er kwam dankzij de band, ging in april na 15 jaar voor de allerlaatste keer door in Herentals. Frontman Dirk Peeters blikt terug. “Elke periode had z’n charmes.”

Het was 1985 en punkmuziek werd door velen doodverklaard. De eerste generatie punkbands was ermee opgehouden. Maar als het van Dirk Peeters (61) en zijn vrienden afhing, betekende dat niet het einde. Als ze niet meer naar punkoptredens zouden kunnen gaan of naar plaatsen waar punkmuziek gedraaid werd, dan zouden ze er zelf wel voor zorgen. En zo geschiedde. Funeral Dress ontstond. Met meer dan 1.000 shows, 12 USA-tours en 5 Afrekening-hits werden ze één van de bekendste Belgische punkbands.

Hoe verliep jullie eerste optreden?
Dirk Peeters: “Dat was tijdens de preselecties van de wedstrijd Belgian Rock Concours, zowat de tegenhanger van Humo’s Rock Rally, op 9 april 1985 in de Lux in Herenthout. We hadden al wel in café’s opgetreden, maar onze band bestond eigenlijk nog niet officieel. Gelukkig moesten we maar een kwartiertje spelen, dat was al een hele prestatie toen. (lacht) Margriet Hermans deed ook mee, herinner ik me. Ik woonde in die tijd recht tegenover een funerarium in Heist-op-den-Berg. We droegen destijds al heel veel zwart en waren in Blankenberge wanneer we een paar mensen zich luidop hoorden afvragen of we onderweg waren naar een begrafenis. En zo legde ik meteen de link voor onze bandnaam: Funeral Dress. Nu woon ik al zo’n 29 jaar in Herentals en is ook de bezetting van de band meermaals veranderd, al zijn de drummer en bassist er nu ook al zeker 25 jaar bij. We bestaan nu uit Qrizz, Stef, Joost, Ben en ikzelf.”

Wat zijn je mooiste herinneringen aan 41 jaar Funeral Dress?
“Elke periode had z’n charmes. Het eerste jaar speelden we voor een bak bier in café’s. Natuurlijk wil je als band vooruit en op grotere festivals spelen. Dus toen we voor het eerst op Pukkelpop stonden, was dat ook een heel bijzondere ervaring. We gingen van het ene jeugdhuis naar het andere. Voor het eerst in het buitenland spelen, gaf ook een enorme kick. Maar dan heeft elk land nog zijn eigen muziekscene. In Amerika, vooral tussen de jaren ’90 en 2010, kwam de nieuwe generatie punk heel erg op. Denk maar aan The Offspring en Green Day. De jeugd begon daar steeds meer naar te luisteren, alsook naar de hardere punk, en dus trokken wij daar een heel jong publiek aan. Terwijl we in Engeland een publiek hadden van gemiddeld 50-plussers. Het was dus heel divers naargelang het specifieke land en dat maakte het eens zo plezant. Maar wat me het meeste is bijgebleven, zijn onze vier optredens in de CBGB in New York. Die club bestaat niet meer, maar was gewoonweg legendarisch in de punkscene. Het is waar Ramones begonnen, net als Blondie en Talking Heads. Iggy Pop trad er bijna wekelijks op. Heel veel andere bekende groepen zijn er ontdekt in de jaren ’70. Het was er heel klein, er kon maar zo’n 400 man binnen, maar het ademde gewoon rock-‘n-roll. Wij mochten daar als één van de eerste Belgische bands spelen. Dat was echt memorabel. Optreden en het contact met het publiek blijft toch wel het leukste aan het deel uitmaken van een band. Maar ook het creëren van nieuwe nummers. Muziek moet uit het hart komen. Er moet niet te veel bij nagedacht worden. Al die jaren zijn we gewoon punk blijven spelen.”

Jullie begonnen 15 jaar geleden ook met het festival Hertals Rock City.
“Klopt. Het ontstond naar aanleiding van ons 25-jarig bestaan als band. De eerste twee edities  waren in het Netepark in Herentals. Na een slecht jaar zetten we het festival even ‘on hold’. We toerden toen al veel in Amerika en de organisatie van zo’n openluchtfestival was enorm veel werk. Toch organiseerden we Hertals Rock City daarna opnieuw, maar in zaal ’t Hof in Herentals. Daar is het al die tijd blijven doorgaan. Het zijn telkens goede edities geweest, de zaal zat telkens helemaal vol. We zijn zelfs enkele keren moeten verhuizen naar de Dreef in Vorselaar omdat er te weinig ruimte was. Alle genres kwamen aan bod. Van punk, metal, new wave, rock’-‘n-roll tot rockabilly. De laatste edities waren het vooral punkbands. Doordat we al 41 jaar in de punkwereld vertoeven, hebben we dan ook goede contacten en konden we dikwijls vrij bekende bands voor een betaalbare prijs boeken. Grote namen die de revue passeerden, zijn onder meer The Boomtown Rats – bekend van hun nummer ‘I Don’t Like Mondays’ – en The Kids. Dit jaar trad ook Anti-Nowhere League op. In de punkwereld zijn ze heel bekend. Ze traden zelfs verschillende keren op met Metallica, die op hun beurt dan weer één van hun nummers coverden.”

Hoe is de laatste editie verlopen?
“Net zoals andere edities opnieuw heel goed. Er zijn zoveel mooie momenten verbonden aan het festival. 80 procent kwam elk jaar terug. Het publiek was eigenlijk één grote vriendenkring geworden. Iedereen kende elkaar, het zijn vaak mensen die naar dezelfde optredens gaan, dat maakte het eens zo tof. De stad liet ook weten dat het nooit problemen heeft gehad met ons festival en dat de politie nooit is moeten tussenkomen. Mensen denken dikwijls dat we ruig en agressief zijn met ons gekleurd haar en tattoos, maar zo kunnen we bewijzen dat dat helemaal niet het geval is. Dat imago is met de jaren ook wel minder geworden. Vroeger moesten we tien keer vragen aan de burgemeester om iets te organiseren omdat ze bang waren dat we de stad gingen afbreken, dat hoeft nu gelukkig niet meer.” 

Zijn er fans die er al vanaf het prille begin bij zijn?
“Zo zijn er verschillende fans, ja. Maar er is er eentje die al zeker 600 à 700 keer is komen kijken naar een optreden van ons. Hij volgt ons zelfs naar het buitenland. Zo kwamen we hem eens tegen in Venetië en riep hij: hé mannen! De laatste jaren lukt het iets moeilijker, omdat hij soms ’s nachts werkt. Maar zelfs dan komt hij nog bijna elke keer kijken. Dus ik denk dat hij wel onze allergrootste fan is. (lacht) Daarnaast reizen er vaak zo’n 30-tal mensen uit België mee met ons als we bijvoorbeeld in Spanje of zo optreden. Heel plezant.”

Wat staat er nog op de planning voor het laatste jaar Funeral Dress?
“In 2025 brachten we ons langverwachte album ‘Goodbye’ uit. We doen nog een afscheidstournee, ook in Amerika. Er is een concert bijgekomen in Spanje. Daarnaast ook nog festivals, zoals Alcatraz in Kortrijk. Op 24 oktober treden we op in CC ’t Schaliken in Herentals. Dat zal heel speciaal worden, want het is een zittend concert. Zo kunnen onze oudere fans ook nog eens een optreden van ons meemaken. Maar dan houdt het normaal echt op, of bollen we op z’n minst toch uit, met misschien eens een uitzondering en een nieuw nummer hier en daar. Aan alles komt een einde, maar zeg nooit nooit.” (lacht)

Foto’s: Luc Luyten van Who Cares

Meer lezen van Delia Filippone
Meer lezen over
muziek

Meer Talent van eigen bodem

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.