Talent van eigen bodem

The Lowland Pipers zet al 63 jaar doedelzakmuziek op de kaart

Gepubliceerd: 28 april 2026  |  Door: Annelies Vrints  |  Onderox editie: 263

TURNHOUT — Zeg niet zomaar doedelzakcompagnie tegen pipeband The Lowland Pipers. De groep ontstond vanuit scoutsgroep Sint-Joris in Turnhout en bestaat 63 jaar later nog steeds. Voorzitter Jim Sprangers is een trotse ambassadeur van de doedelzakmuziek.

Je hoort bijna nooit doedelzakmuziek op de radio. Waarom beginnen mensen dan toch doedelzak te spelen?
Jim Sprangers: “Heel vaak is dat ofwel door een liefde voor Schotland en zijn cultuur ofwel door iemand te kennen die in een pipeband zit. In mijn geval speelde mijn vader tijdens mijn jeugd bij The Lowland Pipers. Pas rond zijn pensioen is hij opnieuw beginnen spelen, toen ben ik ook gestart. Zelf ben ik nog nooit in Schotland geweest, anderen zijn dan weer fervente Schotlandreizigers. Al zijn reisjes naar Schotland sinds de Brexit wel duurder en moeilijker geworden.”

Uit hoeveel mensen bestaat The Lowland Pipers?
“Momenteel uit 12 muzikanten, waarvan 6 pipers. Een pipeband bestaat immers niet alleen uit doedelzakspelers, maar ook uit drummers – snaar, tenor en bass. Bij ons is dat dus fiftyfifty. De jongste, Simon, is bijna 20 jaar oud en speelt nog geen 2 jaar doedelzak. De oudste speler is Wilfried met zijn 78 jaar, die pas op 60 jaar beginnen spelen is. De anderen zitten er qua leeftijd tussenin. Marleen is het langst spelend lid, sinds 1990. Zij speelt momenteel drum. Het is dus een heel gevarieerde bende.”

Jullie repeteren nog wel altijd op het Groen aan de Sint-Jorislaan in Turnhout, waar het verhaal gestart is. Hebben jullie allemaal een band met Turnhout?
“Helemaal niet. Toen Eddy Devolder en Marcel Segers in 1963 met de groep startten, was het de regel dat je lid moest zijn van de scouts om ook lid te kunnen worden van The Lowland Pipers. Dat is nu dus niet meer van toepassing. Ook de band met Turnhout is losgelaten. Onze muzikanten komen vanuit de hele provincie tot zelfs vanuit Nederland. Vroeger hadden we zelfs leden uit Jumet in Wallonië, Wijgmaal bij Leuven of uit Limburg. Maar iedereen komt dus wel elke week naar Turnhout om te repeteren.”

Bestaan er veel pipebands in Vlaanderen?
“Je hebt er wel een aantal, in Antwerpen heb je er bijvoorbeeld al drie en ook in Westmeerbeek en Ham bestaat er een groep. In 2014, 100 jaar na de start van de Eerste Wereldoorlog, werden verschillende Belgische doedelzakgroepen gevraagd om in Ieper te spelen. In de namiddag speelden we op het grote plein met de ‘massed band’ en ’s avonds marcheerden we van het stadhuis naar de Menenpoort om daar allemaal samen te spelen. Zoveel groepen samen, dat was een onvergetelijke ervaring.”

Kom je verder vaak andere pipebands tegen?
“Dat gebeurt voornamelijk als je meedoet met competities. Aan dat circuit doen wij niet mee. Wij houden ervan om de traditionele nummers te spelen en daarmee regelmatig op te treden. Als je aan wedstrijden wil deelnemen, dan moet je veel meer variatie brengen in je nummers, meer complexe nummers spelen en vooral veel meer repeteren. Wij hebben ervoor gekozen om dat niet te doen.”

Wat moet je kennen of kunnen om doedelzak te beginnen spelen?
“Eigenlijk niets, ook geen notenleer. Je moet alleen veel zin hebben om het instrument te willen spelen en over veel geduld en doorzettingsvermogen beschikken. Je leert alle theorie en techniek tijdens onze repetities. Eerst leer je spelen op een oefenchanter, wat eruitziet als een lange blokfluit. Als je een stuk of 10 tunes kunt spelen, dan schakel je over op een échte doedelzak. Dan moet je eigenlijk weer opnieuw beginnen studeren. (lacht) Op de doedelzak speel je zonder partituur en moet je alle muziek uit je hoofd kennen. Ken je ongeveer 20 tunes, dan kan je met ons mee naar optredens, maar dan moet je ook stap drie nog tot een goed einde brengen, het marcherend spelen. Dat is weer een hele uitdaging. Meestal hebben nieuwelingen tot 2 jaar nodig om het tot spelend lid te schoppen.”

Dan moet je inderdaad over veel doorzettingsvermogen beschikken.
“Het kan ook sneller, hoor, maar dat zijn de uitzonderingen. Onze youngster Simon was amper 18 jaar toen hij met doedelzak begon en hij heeft het traject in zowat 7 maanden afgewerkt. Hij had natuurlijk het voordeel dat hij al notenleer gestudeerd had en via saxofoon al een instrument met blaastechniek onder de knie had.”

Moet je over een goed stel longen beschikken om goed doedelzak te kunnen spelen?
“Er zijn eigenlijk best wel wat spelers in de doedelzakwereld die verstokte rokers zijn, al zijn er bij ons geen. Dus nee, een bepaalde longcapaciteit is geen vereiste. Eigenlijk gaat het niet over de kracht of de grootte van je longen, maar wel over de goede techniek. Doedelzak spelen is vooral een technisch gegeven en dat kan iedereen leren.”

Een doedelzak is een indrukwekkend instrument. Is het dan ook een dure hobby?
“Goedkoop is zo’n doedelzak niet. De meest eenvoudige modellen kosten zo’n 1.200 euro, maar wie de mooiste afwerking wil met alle mogelijke opties moet 6.000 tot 9.000 euro betalen. Gemiddeld betaal je tussen 1.500 en 2.000 euro. Je start met spelen op een oefenchanter en als je er klaar voor bent, kan je een doedelzak van de band gebruiken. Zo kan je testen of het instrument je ligt en leren doedelzak spelen, zonder dat je al een definitieve aankoop moet doen. Onderhoudskosten aan de instrumenten worden bij ons door de club gedragen. Daar gebruiken we de inkomsten van optredens voor.”

Is er dan zoveel onderhoud nodig aan een doedelzak?
“Toch wel. Het gebeurt wel eens dat er een lek in de zak komt of dat een riet verslijt of beschadigd geraakt. De zak moet regelmatig gelucht worden, zodat het vocht dat erin komt door het blazen niet tot schimmel of bacteriën kan leiden. Vroeger, toen de zakken nog uit schapen- en geitenleer gemaakt werden, moest je ook regelmatig de zak inmasseren met vet om het leer soepel en luchtdicht te houden. Gelukkig is dat met de huidige synthetische zakken niet langer nodig, want dat was wel een vettig boeltje.”

Hoewel we niet vaak in contact komen met pipebands, treden jullie wel vaak op. Waar kunnen mensen jullie gezien hebben?
“Er is best veel vraag naar onze optredens. Je hebt de traditionele gelegenheden, zoals de herdenkingen van de oorlogen, Sint Barbara-vieringen – de patroonheilige van de brandweer – of allerlei ceremonies. Maar even goed worden we gevraagd voor jubileums, carnaval- of lichtstoeten. Tijdens officiële plechtigheden dragen wij ons militaire uniform, fulldress, waar we best fier op zijn. Op andere gelegenheden dragen we onze daydress.”

Wat is voor jullie het meest speciale optreden dat jullie ooit gedaan hebben?
“Dat moet in Brussel geweest zijn tijdens de nationale urneplechtigheid. We moesten de (oud)para’s begeleiden naar verschillende monumenten. Het was toen aan het gieten, niet normaal. Aan de monumenten bleven de para’s stokstijf staan in de regen, zonder een krimp te geven. Wij konden dus niet anders dan hetzelfde te doen. We waren kletsnat, maar hebben de muzikale begeleiding verzorgd alsof het niet regende. De drums moesten we regelmatig omkeren om het water eraf te gieten. Om nooit te vergeten!”

MEER INFO
Wie interesse heeft om lid te worden van The Lowland Pipers kan mailen naar info@lowlandpipers.be.

Foto’s: Annelies Vrints en The Lowland Pipers

Meer lezen van Annelies Vrints
Meer lezen over
muziek

Meer Talent van eigen bodem

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.