Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
We zijn in 1992 ongeveer. We betalen nog met Belgische franken, de wielerhelden zijn onder andere Vanderaerden en Museeuw, en Jean-Luc Dehaene is onze premier. Ik wil maar zeggen, het is even geleden. Ik wandelde met enkele vrienden naar een optreden van de Ramones hier in het dorp. Hoewel de carrière van deze Amerikaanse punkrockers wat op z’n einde liep, wilden we dit optreden toch graag meepikken. Een avondje ‘Gabba gabba hey’, ‘Hey ho, let’s go’ en uiteraard ‘One, two, three, four’ zagen we wel zitten.
Wat er die avond op weg naar het optreden precies is gebeurd, is me niet meer helemaal duidelijk. Maar ik kan me herinneren dat we toen werden aangesproken door enkele individuen met de vraag of we onze kaarten niet wilden verkopen. “Waarom zouden we dat doen?”, zou dan een logische respons zijn geweest. Maar die gasten hadden blijkbaar een dermate hoge overredingskracht, wat maakte dat we onze kaarten verkocht hebben. Op ongeveer twintig meter van de deur. Ik kan maar hopen dat ik er nog winst op gemaakt heb.
Hoe die avond verder is verlopen, weet ik niet meer. Maar ik werd alleszins wakker met het knagende gevoel van “Dit was geen goed idee”. Het is wat het is. De Ramones live aan het werk zien zat er dus niet meer in. Op zich valt daar mee te leven, behalve die keer dat je ‘Blitzkrieg Pop’, ‘Sheena is a Punk Rocker’ of ‘Rock’n Roll High School’ op de radio hoort. Maar telkens ik met mijn vrienden van toen aan de toog zit, en de alcohol naar ons hoofd is gestegen, komt steeds weer de vraag: “Waarom hebben wij toch onze kaarten verkocht?”.
Tot er, godzijdank, enkele Nederlandse muzikanten uit de rock- en metalscene beslisten om 50 jaar na de legendarische debuutplaat een welverdiende ode te brengen aan de Ramones. Deze keer lieten we ons niet meer verrassen. Ik had er mij speciaal fleurig voor uitgedost in een zwarte jeans, een mooi zwart T-shirt en bijpassende zwarte trui. We waren er helemaal klaar voor. Alleen het headbangen zou er, gezien de afgeschoren coupe, iets minder fraai uitzien.
En wat waren we blij de avond van het optreden. Oké, het waren niet de echte Ramones maar dichter gaan we niet meer geraken. Trouwens, ik heb ook altijd gedacht dat gitarist zijn bij die band best een chille job was. Iets voor mij dus. Je moet niet te veel akkoorden kunnen spelen, je moet geen heldhaftige solo’s uit je gitaar sleuren en meezingen zou met ‘Now I wanna sniff some glue’, ‘The KKK took my baby away’ en ‘Somebody put something in my drink’ nog net moeten lukken. Maar niets van dat alles. Ik begrijp nu waarom hun nummers gemiddeld tweeënhalve minuut duren. Want. Want als ik anderhalf uur zou moeten spelen wat die gitarist die avond deed, had ik een peesontsteking van mijn pols, over mijn twee oren, tot aan mijn enkels en terug. Topsport was het. En dat is dansen op de Ramones ook. Al weet ik niet of dansen de juiste uitdrukking is. Vergelijk het met de bewegingen die je maakt als men een kikker in je broek stopt. Gabba Gabba Hey!
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.