Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
HERENTALS – Wim Veris heeft op 70-jarige leeftijd naar eigen zeggen het toppunt van zijn sportieve carrière bereikt: in hetzelfde jaar heeft hij het Belgisch, Europees én wereldkampioenschap gravel in zijn leeftijdsgroep gewonnen. En te zeggen dat hij pas een jaar geleden de gravelfiets ontdekte.
Op 11 oktober mocht je op het hoogste schavotje staan bij het WK gravel in Maastricht. Was dat de ultieme bekroning?
Wim Veris: “Ik moet zeggen, dat deed me toch wel iets. Mijn vrouw, kinderen, kleinkind Tiebe en vrienden stonden aan de aankomst en dat pakte mij oprecht. Op 70-jarige leeftijd nog zoiets verwezenlijkt krijgen, dat is niet iedereen gegeven. Dat besef ik ook wel. Het is ongelooflijk hoeveel berichtjes ik heb gekregen. Het is echt hartverwarmend dat zoveel mensen nog aan mij denken en deze prestatie bijzonder vinden. Maar eerlijk is eerlijk, ik heb er het afgelopen jaar ook wel echt naartoe geleefd.”
Wanneer is de droom van de drie truien ontstaan?
“Begin dit jaar. Ik heb nog maar sinds vorige zomer een gravelfiets, maar was meteen verkocht aan het gravelen. Ik merkte al snel dat ik er goed in was. Omdat ik dit jaar 70 zou worden, mocht ik al vanaf begin dit jaar in die age group van 70 tot 75 jaar starten. Als ‘jonge’ 70’er heb je dan een lichte voorsprong tegenover de mannen die enkele jaren ouder zijn. Ik heb in maart meegedaan aan de eerste kwalificatiewedstrijd in Turnhout en die kon ik meteen winnen. Dan begin je te dromen van het Belgisch kampioenschap dat in eigen streek, in Westerlo, zou plaatsvinden. Daarna kwam dan het EK in Italië en de bekroning met het WK in Maastricht.”
Nog maar een jaar een gravelfiets en nu al drie kampioenschappen gewonnen. Het lijkt wel vanzelf te gaan.
“Dat is absoluut niet het geval. Ik heb het afgelopen jaar echt geleefd voor mijn sport. Ik deed alle nodige trainingen, ik heb op mijn eten gelet en kreeg van sportarts Peter T’Seyen, al jaren een goede vriend, de nodige begeleiding. Ik heb er alles aan gedaan om scherp te blijven en niet ziek te worden. Het parcours in Maastricht ben ik een keer of zes gaan verkennen, ik kende het op mijn duimpje. Het hele jaar stond in teken van die kampioenschappen, dus ook onze vakanties. Mijn vrouw Hilde heeft me dit jaar ten volle gesteund, maar is nu wel blij dat ik weer als liefhebber ga fietsen en niet als atleet.” (glimlacht)
Ga je volgend jaar je titels ook verdedigen?
“Nee. Ik had me voorgenomen – en dat ook aan Hilde beloofd – dat ik na dit WK geen nummer meer zou opspelden. Trouwens, het WK is volgend jaar in Australië, die verplaatsing is niet evident. Ik vind het dan ook heel knap dat een Amerikaan en een Zuid-Afrikaan bij mij op het podium stonden. Dit jaar had ik nog het voordeel van de verrassing. Ik was voor velen een nobele onbekende. Nu niet meer.”
Gaan we je wel in je regenboogtrui op de Kempense gravelwegen zien?
“Eigenlijk heb ik nooit in mijn vorige kampioenentruien getraind. Ik wil ook niet te veel te koop lopen met mijn titels. Maar misschien dat ik het met deze trui van wereldkampioen toch ga doen. Ik ben hier wel heel trots op.” (glundert)
Gravel is een relatief jonge tak in de wielersport. Wat vind je er zo fijn aan?
“Dat het plezier en de mooie ritten centraal staan en niet de snelheid die je haalt. Bij gravelritten blijf je het liefst weg van drukke wegen en rij je vaak in de natuur. Je rijdt met een groep vrienden, babbelt onderweg over koetjes en kalfjes en geniet van de mooie omgeving. Die kameraadschap en ontspannen sfeer zorgden ervoor dat ik meteen verliefd ben geworden op de sport.”
Wie jou ziet, zou denken dat jij een carrière als profrenner achter de rug hebt.
“Nee, hoor. Ik ben pas beginnen koersen op mijn 39ste, na een knieblessure. Ik heb wel wat wielerwedstrijden gereden, zowel kermiskoersen als internationale gran fondo’s. Ik ben een lichtgewicht en kan goed bergop rijden. De combinatie van een grote motor, sterke benen en een karakterkop heeft ervoor gezorgd dat ik graag lange, harde koersen rijd. Zo heb ik redelijk wat wedstrijden gewonnen voor onze ploeg Gevi.”
Fietsen was dan misschien een latere roeping, maar je bent wel altijd sportief geweest.
“Ik kom uit een gezin van 10 kinderen. We hadden het niet breed, maar mijn vader was wel sportgezind en reed met ons in het weekend naar loopwedstrijden. We hebben quasi allemaal aan veldlopen gedaan. Ik keek wel op naar mijn oom die fietste en wilde dat ook graag doen. Maar dat was geen optie, want dat paste niet in de gezinsplanning.”
Het lopen heeft je ook veel gegeven, niet?
“Mijn vrouw, onder andere. (lacht) Hilde was actief bij AC Herentals en vroeg aan mijn broer of hij mij eens kon meebrengen naar een training. Zo hebben we elkaar beter leren kennen. In de atletiekclub ben ik ook redelijk snel looptrainer geworden. Ik was een strenge trainer, maar wilde mijn pupillen beter maken. Alles bij elkaar heb ik 25 jaar in de atletiek gezeten. In die periode heb ik veel vrienden voor het leven gemaakt, mensen die ik nu nog steeds zie. Maar toen kwam dus een zware knieblessure, waardoor ik moest stoppen met lopen en ik overgestapt ben naar het fietsen.”
Heb je dan nooit gedroomd van een carrière als professioneel atleet?
“Ik kom uit een ander tijdperk, toen je niet kon leven van sport. Ik ben al heel jong beginnen werken in de diamantsector, wat toen een bloeiende industrie in de Kempen was. In die tijd keken we wel op naar coryfeeën als Gaston Roelants, Miel Puttemans of Ivo Van Damme, maar zonder dat we de illusie hadden daar ooit zelf te staan. Toen ik overstapte naar het wielrennen, reed ik wel voor een ploeg die zorgde voor kleding en fietsen. Het fietsen kostte me toen niet zo veel, ook al verdiende ik er amper iets mee. Ik ben daarnaast altijd blijven werken, eerst als diamantbewerker, nadien als magazijnier en verkoper.”
Wat is jouw geheim om gezond ouder te worden?
Actief blijven en sociale contacten onderhouden. Natuurlijk moet je geluk hebben met wat je overkomt – ik ben bij een afdaling ook ooit in een ravijn terechtgekomen – maar je hebt een groot deel zelf in handen. Naast mijn sport blijf ik in de tuin werken en klusjes doen. Verder ben ik ook een actief bestuurslid van het Zeemanskoor in Herentals, een gezellige bende mannen die samen zeemansliederen zingen. Kortom, ik ben van vele markten thuis.”
Je bent heel je leven competitief geweest. Ga je dat competitieve kunnen uitzetten?
“Je hoeft geen nummer op te spelden om competitief te kunnen zijn. (lacht) Ik ga blijven fietsen en sportieve uitdagingen aangaan. Volgend jaar gaan Hilde en ik op vakantie naar de Mont Ventoux. Toevallig – echt waar – vindt daar dan een gran fondo plaats. Daar ga ik wel voor trainen, niet meer om de beste te zijn, wel om ten volle van die rit te kunnen genieten. Ook naast het fietsen ben ik competitief. Zo zei iemand me eens dat ik enkele dagen nodig zou hebben om een kamer te schilderen. Dus deed ik dat op één dag. Sinds enkele jaren heb ik in de tuin een petanquebaan liggen. De truken die daar uitgehaald worden om toch maar te kunnen winnen…” (schatert)
Foto’s: Annelies Vrints en Wim Veris
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.