Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
WORTEL/KAPELLEN — Met veel moeite slaag ik erin om de paar plantjes die ik in huis heb in leven te houden. Ik probeer ook al drie jaar aardbeien te kweken in een pot, maar verder dan een tiental exemplaren geraak ik voorlopig niet. Raf Lenaerts (47) is van een ander kaliber. Hij verzamelt zeldzame struiken en bomen van over de hele wereld. Via een zandweggetje tussen huizen bereik ik zijn kwekerij: een stuk grond met daarop drie serres en verschillende planten in de buitenlucht.
Exotische en zeldzame planten verzamelen: het is toch weer net iets anders dan anders. Hoe ben je daarmee begonnen?
Raf Lenaerts: “Mijn ouders hielden zich bezig met exotische dieren, dus misschien komt mijn interesse voor het vreemde en bijzondere daar vandaan. Verder dan dat gaan de vergelijkingen echter niet. Ik heb altijd al een brede interesse voor natuur, planten en dieren gehad. Rond mijn veertiende of vijftiende ben ik begonnen met cactussen en vetplanten verzamelen en van daaruit is het langzaam geëvolueerd naar wat ik nu doe.”
Heb je daar dan ook je studies op afgestemd?
“Mijn ouders lieten me alles proberen waar ik goed in was en wat ik leuk vond. Ik begon met hotelschool, want ik kookte graag. Omdat ik ook creatief ben, ging ik daarna grafisch ontwerp doen. Uiteindelijk ben ik overgestapt naar tuinbouw. Van die drie dingen bleek dat de juiste keuze. Om het helemaal af te ronden, deed ik in Geel ook nog mijn graduaat sierteelt.”
En nu verzamel je dus zeldzame planten van over de hele wereld. Hoe moet ik dat precies zien?
“Goh, er zijn hier heel veel planten die ik niet heb en veel soorten worden ook met uitsterven bedreigd. Bij dieren weten we dat al, maar bij planten lijkt dat minder bekend. Je kunt natuurlijk niet zomaar overal zaden of plantjes vandaan halen. Sinds 2012 regelt het Nagoya-protocol dat. Daarmee kan elk land zijn biodiversiteit beschermen. Zo waren we bijvoorbeeld in Vietnam, net buiten Sapa, op een bepaalde berg waar de ‘Aesculus wangii’ groeit, een soort paardenkastanje. Vroeger was die boom daar dominant, maar nu staat hij nog maar op één berghelling. De zaden zijn bijna zo groot als een appel. We hebben er toen ingezameld, maar vijf zaden wegen bijna een kilo, dus je kunt er niet te veel meenemen. Toen wij er waren, hoorden we trouwens nog de kettingzagen: er werden nog bomen afgezaagd. Binnen pakweg tien jaar zijn die allemaal verdwenen. De zaden die wij meenamen, vormen in elk geval genetisch materiaal dat bewaard is gebleven. Zo draag ik een steentje bij aan het behoud van diversiteit.”
Zijn het altijd zaden of vruchten die je meebrengt?
“Nee, vaak neem ik gewoon takjes mee om te enten. Op expeditie heb ik alles mee wat ik nodig heb: een snoeischaar, ziplockzakjes en enthout. Dat bevochtig ik een beetje en stop ik in een zakje. Enthout is een takje van een soort die compatibel is. Ik snij het schuin aan, net als het takje dat ik ermee wil verbinden, zodat de schorslaagjes op elkaar komen. Onder de juiste omstandigheden groeien die aan elkaar en komt er uiteindelijk een plant uit.”
Je zegt dat je twee verschillende soorten, die wel compatibel zijn, gaat mixen. Ga je dan geen andere soort krijgen?
“Nee, ze moeten echt aan elkaar verwant zijn, anders wordt het afgestoten. Bij zeldzame soorten moet je soms goed zoeken voordat je de juiste onderstam vindt.”
Hoe weet je op voorhand of een plant, die je vanuit Azië bijvoorbeeld hebt meegebracht, hier op te kweken is?
“Dat weet je niet, en dat is juist wat ik hier probeer uit te zoeken. (Hij loopt mee naar een boom) Dit is een bijzondere eik uit Mexico. Er werd gezegd dat hij niet winterhard is, maar dat test ik nu uit. Met magnolia’s heb ik hetzelfde ervaren: veel planten kunnen genetisch winterhard zijn. In China groeien sommige groenblijvende soorten eigenlijk subtropisch, maar ze zijn tijdens de opkomst van de Himalaya en de ijstijden verdrongen. Ze zijn nooit meer teruggeraakt tot het gebied waar ze vroeger voorkwamen. Historisch hebben deze planten veel koudere temperaturen doorstaan en hadden ze een veel groter verspreidingsgebied. Planten waarvan je zou denken dat ze subtropisch zijn en geen kou kunnen verdragen, kunnen soms zelfs tot -20°C overleven. Al die magnolia’s die de afgelopen 15 à 20 jaar uit China zijn gekomen, test ik nu allemaal uit. Inmiddels heb ik een assortiment van twintig soorten waarvan ik weet dat ze hier perfect kunnen groeien.”
Je hebt je intussen gespecialiseerd in die magnolia’s. Vertel daar eens iets meer over.
“Er bestaan ongeveer 300 soorten die voornamelijk in Azië, Noord- en Zuid-Amerika voorkomen. Daarnaast zijn er minstens 800 geselecteerde vormen, cultuurvariëteiten en hybriden. In het begin spraken vooral de grote, spectaculaire bloemen me aan. Inmiddels is mijn interesse verschoven naar de zeldzamere, vaak uit China afkomstige, groenblijvende magnoliasoorten.”
Je hebt je dan wel gespecialiseerd in magnolia’s, maar je werkt natuurlijk ook met heel veel andere soorten. Je hebt onlangs zelfs een prijs gewonnen met één van je nieuwe introducties?
“Ja, dat klopt. Met de ‘Cercis griffithii Blue Lagoon’ kreeg ik op de IPM-beurs in Essen (Duitsland, nvdr.) een onderscheiding voor mijn nieuwe introductie. Zo’n onderscheiding is natuurlijk goed voor de naamsbekendheid. Een zelf opgekweekte soort kan bovendien gepatenteerd worden, wat financieel helpt. Dat maakt het mogelijk om mijn werk voort te zetten. Het is niet de bedoeling om van mijn kwekerij een commercieel bedrijf te maken. Het gaat vooral om meer ruimte te maken om te blijven zoeken naar nieuwe en bijzondere planten.”
Wat gebeurt er eigenlijk met al deze planten die je hier zo hebt staan?
“Het voorjaarsseizoen moet nog komen, met plantenbeurzen en zo. Vanaf eind juni sluit ik de kwekerij voor de zomer, maar elk jaar organiseer ik een open dag: de ‘Rare Plant Day’. Die valt op de laatste zondag van augustus. Om 10 uur gaat de poort open en dan zijn alle nieuwe planten beschikbaar. Ik neem geen reservaties aan, want er zijn altijd mensen die het proberen, maar dan zijn de beste exemplaren al weg op voorhand. Van sommige soorten heb ik maar vijf of tien plantjes. Het is altijd een beetje een Black Friday-toestand. Mensen staan soms al om 7 uur ’s morgens aan de poort en zodra die open gaat, spurten ze naar binnen. Echt gevechten zijn er nog niet geweest, maar er zijn wel mensen die proberen plantjes te pakken uit de selectie die anderen al opzij hadden gezet. En bezoekers komen echt van heinde en verre: zo waren er eens mensen uit Zweden die in hun auto hadden geslapen, en een jongeman uit Letland die met het vliegtuig was gekomen en een hoop karton had meegenomen om de planten in te pakken. Verder zijn er bezoekers uit Tsjechië, Duitsland, Engeland, Denemarken… Echt van overal.”
Het lijkt me een monnikenwerk om dat allemaal bij te houden.
“Ik heb al wel één en ander gedocumenteerd, maar het kan echt nog beter. Het begint gewoon te veel te worden om alles nog uit het hoofd te onthouden.”
Dat is ouder worden hè.
(lacht) “Ja… Maar het mooiste blijft dat ik met al dat reizen, al dat werk, een stukje natuur kan behouden voor de toekomst.”
MEER INFO
Fcebook: Botanic-Treasures
Tekst en foto’s: Els Meulemans
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.