Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
WESTERLO – Het gaat hard voor Otto Teulingkx. Op sportief vlak gooide de 20-jarige Westerlonaar vorig jaar hoge ogen door Europees beloftenkampioen te worden in de crossduatlon, een sport die hij combineert met studies geneeskunde. De focus ligt vooral op het laatste, maar met het talent waarover hij beschikt zal hij zeker nog schitteren in de sport.
Otto, het is duidelijk dat je over sportieve genen beschikt, een Europese titel komt er immers niet zomaar. Wanneer ben je begonnen met sporten?
Otto Teulingkx: “Dat moet geweest zijn toen ik een jaar of zes was en begon te voetballen bij Tongerlo. Het duurde niet lang of ik werd opgevist door Westerlo waar ik in de nationale jeugd speelde en mocht aantreden tegen grote clubs als Anderlecht en Standard. Mijn grote voordeel was dat ik kon blijven lopen en ook nog redelijk snel was. Toen ik rond mijn dertiende hier bij de club Westfit een keertje mee ging fietsen was ik eigenlijk meteen verkocht. Ik vond dat te leuk en het was jammer om enkel met voetbal bezig te zijn. Maar vier keer per week voetbaltraining en dan nog een wedstrijd in het weekend, dat was te veel om te combineren met de fiets. Ik ben nog wel een tijdje doorgegaan met voetballen op dat niveau, mijn ouders vonden het belangrijk dat ik aan ploegsport deed. En nadien heb ik ook nog een jaar op een lager niveau gevoetbald, vooral voor het plezier. Op deze manier kon ik beide sporten blijven doen, een ideale afwisseling op die leeftijd. Maar het gevoel dat een individuele sport meer iets voor mij was overheerste en het fietsen lag me best goed.”
Je hebt dan de nadruk gelegd op de mountainbike en dat bleek een succes.
“Ik nam af en toe wel eens deel aan een wedstrijdje en ging een keer of twee per week fietsen, maar eigenlijk was ik er niet zo heel serieus mee bezig. In die eerste jaren had ik geen trainingsschema’s, ik fietste maar wat en trainde vooral op techniek. Pas rond mijn zestiende kwam dat er wel bij kijken en heb ik werk gemaakt van mijn kracht en uithoudingsvermogen. Ik ging ook koersen op de weg, als eerstejaars nieuweling. Er was een koers hier vlakbij in Voortkapel, het kwam tot een sprint en ik besloot mee te doen. Helaas liep het fout met een zware valpartij tot gevolg. Ik hield er niet enkel de nodige lichamelijke schade aan over, ik pakte ook een schrik die me nog even zou bijblijven. Nadien reed ik nog enkele koersen, vooral dan klimkoersen in de Ardennen, waar het gewoel en gedrum heel wat minder is. Maar ik legde me eigenlijk nooit echt toe op het wegwielrennen. Vanwege aanhoudende rugklachten kwam ik die periode nooit volledig tot mijn recht, wat soms heel frustrerend was. Door specifieke krachttraining en door mijn botten die aan een trager tempo begonnen te groeien kreeg ik dat meer onder controle, maar dan was ik al voorbij de leeftijd van ‘show what you can do’. In het hedendaagse wielrennen wordt er vooral met contracten gesmeten naar renners rond hun zeventiende. Hoe jonger hoe beter. Er is veel minder aandacht voor laatbloeiers, voor hen wordt het steeds moeilijker om nog opgevist te worden. Al ben ik natuurlijk best nog jong. Om het echt te maken moeten er bovendien veel meer uren getraind worden en moet ik er vooral veel voor laten. Verder studeren zou dan bijvoorbeeld moeilijker worden. Er zijn jongeren genoeg die hun jeugd opgeven om het tot prof te schoppen, maar die kans is slechts weinigen gegeven. En zij die er wel in slagen zijn dan vaak nog knechten in de koers. Dat heb ik er niet voor over, denk ik. Ik wil niet degene zijn die de leukste jaren van mijn leven opoffert om er uiteindelijk niets aan over te houden, daar zou ik later nog meer spijt van hebben dan van het niet eens geprobeerd te hebben. Moest ik over het talent van Pogacar beschikken, ik had misschien een andere keuze gemaakt.” (Lacht)
En zo kwam je eerder toevallig in een discipline terecht waarin je nu uitblinkt.
“Klopt. Ik was een jaar of zeventien toen ik voor de fun inschreef voor de crossduatlon in Lichtaart. Mijn conditie onderhield ik wel op de mountainbike, maar lopen deed ik niet echt veel. Zonder echte voorbereiding strandde ik maar net naast het podium. Vooral de wissels van lopen naar fietsen en omgekeerd verliepen niet zo vlot. Maar ik had de smaak te pakken en toen een jaar later in Geel het Belgisch kampioenschap werd gereden, stond ik aan de start en pakte de titel bij de beloften en meteen ook een ticket voor het Europees kampioenschap. Ik was eigenlijk nog junior, maar koos omwille van de langere afstand toch om bij de beloften te rijden en dat bleek de juiste keuze. De hoop was om vooraan te kunnen meestrijden, maar ik had nooit verwacht de Europese titel te pakken.”
Het betekende een mijlpaal in je sportieve carrière, maar hoe kijk je nu naar de nabije toekomst?
“De crossduatlons leven in de Kempen, dus dat wil ik zeker blijven doen. Het ligt me ook wel. Duatlon en triatlon winnen aan populariteit, dus er zijn zeker nog mogelijkheden. Dit seizoen ga ik het ook proberen op de weg. Het zal een kleine aanpassing vragen, want de positie op een racefiets is niet gelijk aan die op de mountainbike. Als je in de beugels ligt is de houding toch anders dan fietsen met een breder mountainbikestuur. Daarnaast zal ook het lopen belangrijker worden, daar is progressie zeker mogelijk. Uit de crossduatlons bleek toch dat vooral de fiets mijn sterkste wapen is. Maar op de weg hoop ik er te staan als het BK begin mei in Viersel wordt gereden. Dat is mijn doel voor de examens. In juli, vrij kort na de examens, wordt het EK crossduatlon gereden in Spanje. Ook dat staat aangestipt in mijn agenda. Een crosswedstrijd in de zomer, het is eens wat anders. Maar het past natuurlijk wel in het plaatje van een multisportweekend. Zo weet ik dus de komende weken en maanden nog wel wat te doen. Het WK staat eind dit jaar nog op de agenda en zou doorgaan in Abu Dhabi, alleen is het gezien de huidige situatie wel onzeker of dat zal kunnen doorgaan.”
Zijn er in je sport dromen die je nog najaagt?
“Dat zijn er best nog wel wat, maar ik ben nog jong en heb nog een lange weg af te leggen. Eentje daarvan is zeker de Hel van Kasterlee, toch een mythische wedstrijd die leeft in het wereldje. Momenteel acht ik mezelf nog te jong om hier aan deel te nemen, maar ooit wil ik die sfeer toch meemaken en dat liefst met een topresultaat. En op de weg won de sport aan populariteit dankzij onder meer de Wereldspelen, ook dat staat dus op mijn verlanglijstje. Verder denk ik er ook sterk over na om het eens te wagen in de triatlon en zwemlessen te nemen. Mijn lichaamsbouw moet zich hiervoor wel lenen, lange armen en grote handen zijn zeker een voordeel in het zwemmen. Dus mijn ultieme droom is misschien wel een volledige Ironman tot een goed einde te brengen. Dat lijkt me zo cool, maar tegelijk ook heel extreem. Ik kijk met veel bewondering naar atleten als Marten Van Riel en Jelle Geens. Het zou fantastisch zijn moest dat me ooit lukken.”
Ondanks je knappe sportieve prestaties blijf je vooral inzetten op je studies. Valt dat alles nog te combineren?
“Ik zit momenteel in mijn tweede jaar geneeskunde en het is best wel pittig. In het eerste jaar waren de punten goed en ook nu ziet het er goed uit. Mijn droom is om dokter te worden. Niet dat ik in de voetsporen van mijn vader (sportdokter Tom Teulingkx, nvdr.) wil treden, maar al als kind had ik interesse in het menselijk lichaam. Het sprak voor zich dat ik een wetenschappelijke richting zou volgen en toen opnieuw een keuze moest worden gemaakt wezen infosessies me naar geneeskunde. Ik bracht het ingangsexamen tot een goed einde, misschien wel de grootste hindernis in mijn hele loopbaan. Het hoofddoel is om mijn studies tot een goed einde te brengen, dat vind ik echt wel belangrijk. In welke richting ik me zal specialiseren, daar ben ik nog niet uit, maar ik ben er wel volop over aan het denken. Gelukkig heb ik nog even tijd, want het is een belangrijke en dus geen gemakkelijke keuze. Er is ook nog een lange weg te gaan. Misschien dat ik een jaartje wat minder studiepunten opneem om me even wat meer te richten op mijn sport, maar voorlopig is dat nog niet aan de orde. Op dit moment valt het allemaal mits een goede planning nog perfect te combineren. Een goede balans behouden is alles.”
Foto: Eddy Leysen
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.