Opvallende bezigheden

Leon Van Gestel: De stem van de cross neemt na 45 jaar afscheid

Gepubliceerd: 28 april 2026  |  Door: Tom Claessen  |  Onderox editie: 263

ARENDONK — Als de motoren in de Kempen brulden, was de kans groot dat de stem van Leon Van Gestel (71) boven het lawaai uitsteeg. Al 45 jaar lang fileert hij de wedstrijden, met de laarzen in de modder op lokale crossen of van in tv-studio’s. Maar na bijna een halve eeuw aan de microfoon vindt Leon het welletjes. “Been there, done that,” zegt hij nuchter. Een gesprek over passie, de magie van de Kempen en de kunst van het zwijgen op het juiste moment.

Leon, Je stond in 1981 voor het eerst achter de microfoon in Pulderbos. Hoe kwam je daar terecht?
Leon Van Gestel: “Eigenlijk is die microbe er al van kinds af aan ingeslopen. Mijn vader nam me mee naar de cross en terwijl de meeste kinderen enkel naar de motoren staarden, keek ik op naar de man achter de microfoon. Mijn grote voorbeeld was Jos Van Luydt. Die man kon de micro bespelen als geen ander. Als hij over het veld riep dat bepaalde banden ‘kilometers beter’ waren dan de rest, dan geloofde je dat direct. Dat geluid van die microfoon, die resonantie over het terrein... Ik was daar zot van. Omdat ik zelf altijd wel vlot uit mijn woorden kwam, ben ik er toen in Pulderbos naadloos ingerold. Ik heb die microfoon daar vastgepakt en sindsdien eigenlijk nooit meer losgelaten.”

Je zegt vaak dat motorcross meer is dan alleen maar gas geven. Wat fascineert je er zo aan?
“Het is de combinatie van brute kracht, uiterste concentratie en technische skills. Mensen onderschatten hoe moeilijk het is. Ik heb ooit voor mijn broer een briefje van 1.000 frank op het zadel van een machine gelegd en gezegd: ‘Als je een minuut kunt blijven zitten zonder je voeten aan de grond te zetten, is het geld van jou.’ Na een paar seconden stond hij al met zijn voeten op de grond. Het evenwicht en de beheersing die die mannen hebben, is fenomenaal.”

Waarom is de Kempen eigenlijk zo’n bakermat voor de motorcross?
“Dat heeft diepe wortels. Na de Tweede Wereldoorlog bleven er in de Kempen, de Zuiderkempen en het Hageland heel wat legermotoren achter. Die ‘verdwenen’ dan in schuren en stallen. Durfals gingen daarmee crossen in de bossen en op de velden. Hele buurten kwamen kijken als die machines in gang werden gestampt. Die evenementen waren de opvolgers van de brommerscross die hier al was ingeburgerd. De zandgrond van de Kempen zit in het DNA van de sport.”

Heb je zelf ook ooit op een wedstrijdmotor gezeten?
(Leons vrouw Fanny begint te lachen op de achtergrond) “Ik heb gereden als hobbyrijder, ja. Maar als ik dat vertel, roept mijn vrouw altijd: ‘Gereden heb je niet echt hoor, je was er gewoon bij!’ En gelijk heeft ze. Crossen is een stiel apart. Als je die motorcrossers door het veld ziet vliegen, lijkt het alsof het iets van niks is, maar dat is niet zo. Motorcross is moeilijker dan het lijkt.”

Is jouw bijdrage aan de motorcross dan beperkt tot de verslaggeving?
“Neen, ik heb ook in het hart van de sport gezeten als begeleider. Het sportieve hoogtepunt was zonder twijfel in september 1992. Ik was toen nauw betrokken bij het RS-team. Met sponsors van buiten de motorcross kregen we een budget bijeen voor een semi-professioneel team. Arendonkenaar Paul De Proost uit Arendonk was één van onze rijders. Toen hij in Denemarken Europees kampioen werd, dat was een onvergetelijk moment. Je zit er dan zo dicht bovenop, je voelt de spanning en de ontlading van het hele team. Dat is de pure kant van de sport.”

Er is een groot verschil tussen live verslaggeving op het veld en televisiecommentaar.
“Absoluut. Op het veld moet je de massa meekrijgen, op tv zit je in de huiskamer. Maar in beide situaties is stemtechniek cruciaal. In je enthousiasme gaat je stem vaak omhoog, de intonatie stijgt mee met de spanning op het circuit. Maar de kunst is om op tijd weer te verlagen. Als je constant op een hoog volume en een hoge toon blijft hangen, vermoei je de luisteraar en jezelf. Je moet spelen met die dynamiek om de spanning telkens opnieuw te kunnen opbouwen.”

Je bent nu aan het afbouwen. Waarom juist nu?
“Ik merkte dat ik in clichés begon te vervallen. Na 45 jaar heb je alles wel een keer gezien en gezegd. Ik heb altijd geprobeerd om de toeschouwers iets méér te vertellen dan alleen wie er op kop rijdt. Waarom is die ene rijder vandaag zo goed? Waarom is een ander nu minder in vorm? Als je voelt dat de frisheid eruit gaat, moet je eerlijk zijn naar jezelf. ‘Been there, done that.’ Ik heb alles bereikt wat ik wilde bereiken in dit wereldje.”

Als je terugkijkt, wat is dan het moment dat je het meest is bijgebleven?
“Dat was een heel emotioneel moment in Lommel toen ik de kinderen van de overleden Eric Geboers interviewde. Er stonden 20.000 mensen rond het circuit. Maar op het moment dat die kinderen begonnen te praten, werd het muisstil. Je kon letterlijk een speld horen vallen. Dat je met een microfoon zo’n collectief moment van respect en stilte kunt regisseren bij een publiek dat vooral van het lawaai van de motoren houdt, dat doet wat met een mens. Dat blijft me voor altijd bij.”

Foto’s: Leon Van Gestel

Meer lezen van Tom Claessen
Meer lezen over
sport

Meer Opvallende bezigheden

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.