Wereldreizigers

Leerlingen springen in de bres voor Oost-Afrikaanse schooljeugd

Gepubliceerd: 28 april 2026  |  Door: Peter Briers  |  Onderox editie: 263

GEEL/TANZANIA — Gerenoveerde klassen, een opgeknapte keuken en stenen trappen om veilig de heuvels in de omgeving te kunnen trotseren. De balans van de vijfde buitenlandse werkstage van middelbare school Sint-Jozef uit Geel oogt indrukwekkend. Voor de scholieren van het Tanzaniaanse Moshi is de passage van de Vlaamse crew een opsteker van formaat. “Deze vrijwilligersreis is vooral een eye-opener”, zegt leraar Koen Leysen.

Voor de inwoners en schoolgaande jeugd van het Tanzaniaanse Moshi is Koen Leysen (46) inmiddels een ancien. Leysen was dit jaar aan zijn derde stage toe. “Tien jaar geleden zijn we voor de eerste keer met een aantal van onze studenten naar Tanzania afgereisd”, vertelt Koen. “Het initiatief kwam van een Belgische benefietorganisatie die al langer in Oost-Afrika actief was en vandaag nog altijd focust op het opwaarderen van lokale scholen. In het kader van het technische luik werden Vlaamse scholen gecontacteerd, waaronder ook Sint-Jozef.”

Waar is het voor jullie allemaal begonnen?
Koen Leysen: “Voor onze leerlingen was de reis in 2016 een eerste buitenlandse werkervaring. Stages waren ze al langer gewoon, vanzelfsprekend, maar veldwerk combineren met een inspanning voor het goede doel, dat was voor iedereen toen compleet nieuw. Maar de opdracht van onze laatstejaars in Tanzania is voor hen geen verplicht nummertje. In het voorlaatste jaar al krijgen de leerlingen de kans om zich kandidaat te stellen. Dat doen ze aan de hand van een motivatiebrief. Onze oproep van vorig jaar leverde vijfenveertig kandidaten op. Uiteindelijk werden zestien jongeren geselecteerd uit de afdeling Wetenschap en Techniek. De uitdaging is niet gering, want iedereen moet elke klus aankunnen, van schilderen en mortel maken tot sjouwen met stenen. Ook de leerkrachten steken de handen uit de mouwen. Het is niet zo dat wij alleen maar toekijken, zoals een turnleerkracht die zijn leerlingen zegt dat ze rondjes moeten lopen, maar zelf aan de zijlijn blijft staan.” (lacht)

De gekozen leerlingen nemen het hele kostenplaatje voor eigen rekening. Hoe krijgen ze dat voor elkaar?
“Dat doen ze aan de hand van een rist benefiet­acties, zoals een spaghettidag, een mosselslag en een wafelverkoop. Met die opbrengsten wordt zowat alles betaald: van de vliegtuigtickets en het verblijf ter plaatse tot de materialen die nodig zijn om het bouwproject te doen slagen. Ook daar schuilt een vorm van solidariteit in. Studenten zetten zich niet louter voor hun eigen deelname in, maar voor de participatie van de hele groep. Het opgehaalde geld gaat in één pot, die nadien gelijk wordt verdeeld.”

Sint-Jozef ondersteunt alleen staatsscholen. Vanwaar die keuze?
“Staatsscholen moeten het in Tanzania zien te redden met weinig subsidies. Dat merk je aan alles. Voetballen doen de kinderen met een lege fles water, als ze die al hebben. Tijdens de pauze spelen ze simpele spelletjes, waar geen materiaal voor nodig is. Ook de werkomstandigheden zijn er anders: wij hebben voor alles een machine, maar daar vergt elke kleine of grotere ingreep handarbeid.”

Hoor ik jou nu zeggen dat Vlamingen daar nog wat van kunnen leren?
“Dat kunnen we zeker. Wat ze in Moshi kunnen met een eenvoudig truweel, bijvoorbeeld, dat hebben wij nog nooit gezien, laat staan geprobeerd.”

Geconfronteerd worden met pure armoede: wat doet dat met jongeren?
“Voor onze leerlingen is het bezoek aan Tanzania een regelrechte cultuurschok. Het zet hen met beide voeten op de grond. Hebben wij hier iets nodig, dan lopen we naar de winkel, maar in Tanzania is dat allesbehalve evident. We bereiden de leerlingen goed voor op het avontuur dat hen te wachten staat, maar de omvang van de armoede dringt pas echt tot hen door als ze ter plaatse arriveren. Die armoede zit vaak in kleine details, zoals de vuile kleding waarin lokale jongeren de godganse dag moeten rondlopen. Onze tieners trekken grote ogen als ze te zien krijgen in welke omstandigheden hun leeftijdsgenoten moeten opgroeien. Een dure mobiele telefoon, een chique boekentas of sportschoenen van Nike, dat kennen ze daar niet. Wij hopen dat onze studenten leren uit deze ervaring, dat hun herinneringen een poos blijven hangen. De reis zindert wel degelijk na, heb ik al gemerkt. De leerlingen uit mijn klas die aan de werkstage hebben deelgenomen, zullen de eersten zijn die van zich laten horen als anderen weer maar eens zeuren over pietluttigheden. ‘Klaag niet, in Tanzania is het veel erger’, hoor ik ze dan zeggen. Daaruit leid ik af dat de reis wel degelijk indruk heeft gemaakt.”

Wat zouden de effecten op lange termijn kunnen zijn, volgens jou?
“Leerlingen die zijn meegereisd zullen in de toekomst sneller geneigd zijn om in de bres te springen voor mensen in nood, die het met minder middelen en mogelijkheden moeten rooien. We hebben het eerder al zien gebeuren bij leerlingen die aan eerdere edities hebben deelgenomen. Zij laten in de aanloop naar elke volgende reis telkens opnieuw van zich horen, door bijna elke benefietactie te steunen.”

Zopas eindigde de vijfde werkstage van Sint-Jozef in Moshi, op de grens tussen Tanzania en Kenia. Ben je tevreden over het geleverde werk?
“Zonder twijfel. Dit jaar hebben we vier klaslokalen gerenoveerd, van de vloer tot aan het plafond, en hebben we een aantal betonnen trappen gegoten, wat de scholieren in staat moet stellen om zich veiliger te verplaatsen in de soms heuvelachtige omgeving. Ook de keuken werd gemoderniseerd, zodat het koken voor de vrouwelijke chef wat minder omslachtig is geworden. Ook het vermelden waard: tot voor kort moesten zeshonderd leerlingen ’s middags hun vuile bordjes wassen aan twee kraantjes. Dat zijn er nu tien geworden. Dat is nog altijd niet overdreven veel, maar toch al vijf keer beter dan wat het vroeger was.”

De thuisblijvers konden de werkzaamheden volgen via sociale media. Daar ging het nu en dan ook over de Afrikaanse keuken.
“Dat was inderdaad wel een dingetje. Vooraf was er wel wat vrees voor wat de pot daar zou schaffen. Voor alle duidelijkheid: de lokale keuken smaakt heerlijk, maar de gerechten worden niet opgediend zoals wij dat gewoon zijn. In Moshi zijn ze al lang blij met een plastic bord. Grappig detail: wij hebben er zo vaak rijst met bonen gegeten dat ze ons dat gerecht de eerstkomende tijd niet meer moeten voorschotelen. (lacht) Ook het sanitair, een eenvoudige toiletput in de grond, heeft een verhaal opgeleverd dat blijft hangen. Zo’n toilet hadden onze leerlingen nog nooit gezien. Diegenen die het geprobeerd hebben, zullen het niet snel vergeten. Hun hilarische getuigenissen blijven de ronde doen.”

Een werkstage van zeventien dagen, dat moet ook bij tieners onder de huid gaan zitten. Hoe zwaar viel het afscheid?
“Zwaar. Drie weken ter plaatse, dag in en dag uit, dat mag je niet onderschatten. Op die tijd groeien er hechte banden. Sommige leerlingen houden nog altijd contact met de plaatselijke bevolking. Hier en daar in een bijzondere versie van het Engels, met veel haar op, maar het zegt veel over de vriendschapsbanden die er zijn ontstaan.”

Foto’s: Sint-Jozef

Meer lezen van Peter Briers
Meer lezen over
goede doel

Meer Wereldreizigers

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.