Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
TURNHOUT/RIJKEVORSEL — Storm Vervloet (19) beleefde op 5 februari een hoogdag. De stad Turnhout bekroonde hem met de titel van Sportlaureaat 2025. Logisch en verdiend, de jonge atleet werd vorig jaar Vlaams kampioen op de 1.500 meter. Tijdens een gesprek in koffiebar Breek droomde Storm niet voor niets even weg. Richting de Olympische Spelen van 2032. Een droom die hij graag zou waarmaken.
Jouw jongste jaren speelden zich op een aparte plek af: op een woonboot in een zwaaikom van het kanaal Dessel-Schoten, ergens tussen Beerse en Rijkevorsel. En toch ben je Sportlaureaat van Turnhout geworden.
Storm Vervloet: (glimlacht) “Die boot lag nog net in Beerse, maar eigenlijk groeide ik op in Sint-Jozef Rijkevorsel. ik heb daar ongeveer acht jaar gewoond. Daarna zijn we naar Turnhout verhuisd. Ik ben dus wel ‘van Turnhout’. Maar ik kan mijn roots niet verloochenen. Ik weet niet of ze het hier graag zullen horen, maar ik vind mezelf meer een cementzak dan een bink. (lacht) Binnenkort is het weer de voetbalderby van Rijkevorsel: Sint-Jozef tegen Zwarte Leeuw. Dan sta ik er natuurlijk.”
Opgroeien op een boot met een bos in de buurt. Heeft dat misschien iets met snel kunnen lopen te maken?
“Ik was daar altijd aan het ravotten, maar het ging dan vooral om crossen met de fiets. Mijn vader baatte langs het kanaal ook een spiegeltent uit. Daar trok ik altijd te voet naartoe. Dat leek toen een verre tocht, al was dat natuurlijk niet zo.”
Je had het net over de voetbalploeg van Sint-Jozef. Het stadion lag vlakbij de woonboot. Waarom dan toch voor atletiek gekozen?
“In Turnhout woonden we dichtbij Oosthoven, daar begon ik te voetballen toen ik in het eerste leerjaar zat. Ik merkte daar al dat ik snel was. Het is dan echt begonnen met succes op de Scholencross in Oud-Turnhout. Kon ik niet beter aan atletiek gaan doen? Ook omdat een ploegsport mij niet echt lag. Ik heb dat lopen nog lang met fietsen gecombineerd. Tussendoor heb ik zelfs nog wat gebokst. Ook dat vond ik heel leuk. Mijn ouders vonden het goed dat ik van alles kon proeven, daar ben ik ze ook heel dankbaar voor. Uiteindelijk heb ik dan toch voor dat lopen gekozen. Twee weken later stond ik al aan de start van de Crosscup aan het Zilvermeer in Mol. Ik kende er niets van. Ik stond daar met mijn nummer in een joggingbroek en een lange trui op mijn ‘Air Maxen’, maar ik won wel.”
Dat is straf. Die jonge atleten lopen al op spikes en zijn vaak erg professioneel.
“Ik zat in het tweede leerjaar, maar dacht: over mijn lijk! Dat had ik toen al, ook op school. Ik wilde overal de beste en de snelste zijn. Dat heb ik nog, maar ik focus me nu meer op sport. Als ik nu een gezelschapsspel verlies, dan kan ik dat al makkelijker verwerken. (lacht) Aan die periode denk ik vaak terug als ik aan mezelf begin te twijfelen. Zo van: het talent had ik toen al, dat kan dus niet weg zijn.”
Je kan dat wel naar de knoppen helpen door als tiener voor het uitgaansleven te kiezen.
“Ja, maar ik ben nooit veel uitgegaan. Bij mij ging het meer om de twijfel. Ik moest echt een knop omdraaien. Vorig seizoen heb ik nog eens de fiets genomen. Meedoen aan een race om uren aan een stuk af te zien. Toen heb ik de klik gemaakt en heb ik de killer in mij weer ontdekt. Bijna uit het niets liep ik toen de EK-limiet op de 800 meter. Al geloofde ik wel dat ik dat kon. Maar ik heb er toch hard aan gewerkt, om die twijfel weg te krijgen, ook met de hulp van sportpsychologen. Uiteindelijk moet je het wel zelf doen. Ik ben blij dat ik heb doorgezet.”
Hoe kwam je uit bij de 800 en 1.500 meter?
“Ik ben van nature wel snel, maar geen sprinter. En ik heb een vrij grote motor. De 800 meter is eigenlijk een langgerekte sprint. Naar die afstand ben ik nu meer aan het gaan. Ik blijf dat wel combineren met de 1.500 meter. Tussen die afstanden kan je schakelen, dat zorgt ook voor afwisseling.”
Als je in België over die afstanden praat, kom je nog altijd uit bij Ivo Van Damme. Twee keer zilver op de Olympische Spelen van 1976. Hetzelfde jaar overleden bij een verkeersongeval, amper 22.
“Ik ken die naam wel. Ik heb er over gelezen en ook al een paar beelden gezien. Een tragisch verhaal natuurlijk.”
Je sprak eerder zelf over de Olympische Spelen. Die zijn in 2028 in Los Angeles, is dat realistisch?
“Ik hoop er ooit aan deel te nemen. Daar wil ik alles voor doen. Vanaf ik begon te lopen, heb ik dat altijd gezegd. Het is mijn droom om daar ooit te staan. Over Los Angeles wil ik nog geen uitspraken doen. Van die deelname hangt nog veel af. Stel dat ik nog een paar seconden van mijn besttijd kan doen, dan komt dat alweer wat dichter. Maar ik zit meer met Brisbane 2032 in mijn hoofd. Als alles goed blijft evolueren en ik erin blijf geloven, is dat misschien haalbaar. Ik blijf ervan dromen. Als je dat niet doet, dan lukt het zeker niet.”
En wat is de ambitie dan? Deelnemen is belangrijker dan winnen of ga je echt voor het hoogste?
“In een finale kan alles gebeuren, zeg ik altijd. Stel dat je die finale haalt, dan moet je daaraan beginnen met het besef dat je kan winnen. Niet zeggen: dit gaat niet lukken, gewoon omdat iemand veel sneller is. Mocht ik er ooit staan, dan hoop ik dus wel op een finale, zeker voor de 800 meter. Dan zit je sowieso bij de top 8 en heb je al een olympisch diploma.”
Je bent nu al Vlaams kampioen op de 1.500 meter en dat in alle categorieën, ook niet mis. Of zijn er Waalse atleten die veel sneller zijn?
“De tegenstand was groot in de wedstrijd die ik won. Maar bijvoorbeeld Pieter Sisk deed niet mee, hij nam al deel aan de Olympische Spelen. En er zijn op die afstand nog snellere lopers in België. Maar het is wel een titel die je op je palmares mag zetten. En ik heb het geluk om te kunnen trainen met leeftijdsgenoten, onder meer met Elliot Vermeulen. Hij werd vorig jaar op de 1.500 meter derde op het EK U20. Hij is sneller, maar door samen te trainen, word je zelf ook beter. We zijn ook vrienden geworden, goede maten, echt heel tof.”
En waar train je dan?
“We trainen in Huizingen, net voorbij Brussel. Dat is via het station van Halle goed te doen. Maar de trainingen zijn op zondag, dus meestal zorgen mijn ouder voor het vervoer. Ik heb nog geen rijbewijs… Een indoorpiste in de provincie Antwerpen zou wel makkelijk zijn. Ik kan ook trainen in Gent of Louvain-La-Neuve, in Nederland moet ik naar Apeldoorn. Dat is niet echt dichtbij. Het zou echt tof zijn mocht er iets in het Antwerpse komen, ook voor de Nederlandse atleten die dichtbij de grens wonen. Maar voor de rest moet ik niet klagen. België blijft een klein land, eigenlijk ben je maar even onderweg. En ik hoop snel mijn rijbewijs te halen, dan wordt het ook wat makkelijker.”
Is dat wel te combineren met de studies?
“Ik studeer hier in Turnhout bij Thomas More, maar heb wel een topsportstatuut. Er was wel een topsportschool voor atletiek in Leuven, maar blijkbaar kostte die te veel. Dus ja… Nee, ik zit hier wel goed.”
Je bestelde net een plat watertje, wellicht geen toeval?
“Thuis staat de weegschaal. Het nieuwe seizoen komt eraan. Ik wil dit jaar echt goed zijn.”
Foto’s: Storm Vervloet
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.