Bijzondere trends

Davy Beyens: “Op mijn veertiende kwam ik thuis met twee struisvogelkuikens”

Gepubliceerd: 27 oktober 2025  |  Door: Marthe Sledsens  |  Onderox editie: 257

VORST-LAAKDAL — Bij Davy Beyens (44) is het altijd zomer. Naast zijn passie voor travestie houdt hij exotische vogels. Want waarom moet je naar het andere eind van de wereld reizen als de Zuidelijke hoornraaf, Witnekkraanvogel en Tinamoe gewoon in Vorst te vinden zijn?

Je tuin lijkt op het eerste gezicht gewoon een stukje Kempen, maar achter die poort schuilt een wereldreis. Hoe is dat begonnen?
Davy Beyens:
“Het begon toen ik acht of negen was. We verhuisden naar een huis met een grote tuin. Van mijn ouders kreeg ik kippen waar ik zelf voor mocht zorgen. Ik was gefascineerd door eieren in allerlei gekke kleuren en vond het heerlijk om ze te rapen en de verzorging van de dieren op mij te nemen. Niet veel later kreeg ik van mijn grootvader een broedkast. Zo is het eigenlijk wat uit de hand gelopen. Op mijn veertiende kwam ik thuis met twee struisvogelkuikens achter op mijn fiets.” (lacht)

Gebeurde die gezinsuitbreiding in overleg met je ouders?
“Mijn grootouders wisten ervan, mijn ouders niet. Toch schrokken ze er niet van, ze waren gewend dat ik wel eens met ‘speciallekes’ thuiskwam. Door de jaren kwam ik in contact met andere vogelliefhebbers. Internet bestond toen nog niet, dus dook ik in boeken om alles te leren over vogelsoorten en hun verzorging. Daarnaast werd ik lid van Aviornis International vzw, de grootste vereniging in België en Nederland voor liefhebbers en kwekers van wilde hoenderachtigen zoals ganzen, eenden en fazanten.”

Het zijn geen standaard parkieten die je hier thuis houdt. Hoe krijg  je zulke exotische en zeldzame soorten tot in Vorst?
“Ik heb ondertussen een netwerk van kwekers en liefhebbers opgebouwd, vaak via-via. Zo kwam ik ook bij Walsrode, het grootste vogelpark in Duitsland, terecht. Daardoor heb ik heel wat speciale soorten kunnen vinden. Op dit moment is het contact met Walsrode wat verminderd gezien ik intussen over voldoende verschillende vogelsoorten beschik. De teller staat nu op zo’n 150 à 160 stuks, verspreid over een dertigtal soorten. Dat is al iets, hé.”

Heb je een persoonlijke favoriet?
“Voor mij persoonlijk is dat de kasuaris. Die fascinatie ontstond toen ik nog in een struisvogelbroederij werkte, waar we jaarlijks 30.000 eieren uitbroedden voor export. De kasuaris is de zeldzaamste én agressiefste loopvogel ter wereld en legt bovendien prachtige felgroene eieren. Via een ‘breeding center’ in Nederland kon ik uiteindelijk een jong kopen. Dat heeft twintig jaar geduurd dus daar ben ik natuurlijk erg trots op. Momenteel focus ik op de Kluizenaarstinamoe, een met uitsterven bedreigde soort. Ik kweek bewust conservation gericht, om zo bij te dragen aan het behoud van de soort. Enkele vogels breng ik zelf naar een park in Málaga, waar ze in een tropenhal een goede thuis krijgen. Dat afscheid valt me telkens best zwaar. Je bouwt toch een band op, maar het stelt me gerust te weten dat ze goed terechtkomen.”

Ik neem aan dat er heel wat tijd kruipt in het onderhouden van je gevederd gezelschap. Hoe ziet een dag er voor jou uit?
“In het kweekseizoen beginnen mijn dagen al om half vijf ’s ochtends. Eerst controleer ik de eieren en voer ik de kuikens, daarna zijn de volwassen vogels aan de beurt. Vervolgens doe ik nog een laatste ronde om te kijken of alles in orde is. Daarna is het tijd om eieren te rapen, een dagelijks ritueel dat nooit verveelt. Tussendoor werk ik ook nog als schilder, want dat hoort er nu eenmaal bij. (lacht) In de zomer eindigt de dag pas wanneer de zon ondergaat. Dan trekken de vogels zich, net als kippen, terug op stok en kan ik eindelijk zelf ook even uitblazen. Wat het extra bijzonder maakt, is dat sommige vogels ook wandeloefeningen krijgen. Zo ga ik ’s ochtends met de kraanvogelkuikens één voor één wandelen. Dat helpt om hun gewrichten soepel te houden en simuleert de beweging die ze in het wild vanzelf zouden maken. Daar leggen ze namelijk al meteen kilometers af na hun geboorte. Hier probeer ik dat zo goed mogelijk na te bootsen. Een klein detail, maar wel essentieel voor hun welzijn.”

Reis je soms naar het buitenland om nieuwe soorten te ontdekken of inspiratie op te doen?
“Op reis gaan, lukt me eigenlijk niet. Ik blijf het liefst thuis om zelf voor mijn vogels te zorgen. Uiteindelijk voel ik me altijd weer een beetje op reis wanneer ik mijn tuin in wandel. Gelukkig vindt Stef, mijn partner, dat niet zo erg. Hij kent me en weet hoe belangrijk mijn vogels zijn voor mij. Als ik die zorgen moet uitbesteden aan anderen, zou ik niet gerust zijn. Daar komt ook zo veel bij kijken, hé. Fruit snijden, vlees en meelwormen voorbereiden,… Ik heb hier bijvoorbeeld ook acht of negen verschillende soorten voer staan. Iedere vogelsoort vraagt een eigen verzorging en dieet. Dat maakt het allemaal heel complex. Omdat we volgende maand voor een paar dagen naar Spanje trekken, komen er wel wat mensen voor de dieren zorgen. Zij weten ondertussen al dat ze zich aan een tiental telefoontjes per dag kunnen verwachten.” (lacht)

Welke vogel is volgens jou de grootste diva van de volière?
“Zonder twijfel Frieda, een Zuidelijke hoornraaf. Ik vind het fantastisch dat ze ook heel sierlijke wimpers heeft. Het is ook een speciaal karakter, hoor. Ze paradeert vaak heel statig en fier rond. Het is ook met haar dat ik een sterke connectie voel. Ze kijkt je echt aan wanneer je haar eten komt geven.”

Je combineert twee buitengewone hobby’s, namelijk travestie en het houden van tropische vogels. Zijn er bepaalde gelijkenissen volgens jou?
“De grootste gelijkenis zit hem in de pluimen. Als ik een act doe als ‘Daisy Divine’ hou ik er wel van om echt uit te pakken met pluimen. Mensen lachen er dan wel eens mee en zeggen dan dat ik ze maar in de hof te plukken heb. (lacht) Ik vind het ook fijn om inspiratie voor de nieuwe kostuums te halen bij mijn vogels. Ik neem het ontwerp qua pluimen altijd voor mijn rekening. Mijn vogels zijn voor mij een inspiratiebron. Ik heb ooit een kostuum gedragen met echte pluimen van de Argusfazant. Destijds heb ik daarvoor iedere kweker in België en Nederland opgebeld om aan die pluimen te geraken. Op dat stuk ben ik toch wel heel trots.”

Met welke passie zie je jezelf nog het langst doorgaan?
“Met mijn vogels. Na een tiental keer te zijn geopereerd, is het niet altijd gemakkelijk om nog aan travestie te doen. Ook het houden van mijn vogels moest ik beperken, omdat mijn lichaam dat niet meer aankan. De voorbije twee jaar sukkelde ik met mijn arm en volgde een zware revalidatie, wat ook mentaal zwaar was. Mijn vogels hebben me erdoor geholpen: zij rekenen op mij, hun zorg gaat altijd door. Toch hoop ik nog even met travestie bezig te blijven, want Daisy is mijn alter ego. Zodra ik mijn make-up op heb, ben ik iemand anders en put ik daar veel energie uit.”

Wat is de allermooiste les die je leerde van je vogels?
“Wat ik het mooiste vind, is dat mijn vogels altijd blij zijn om me te zien. Ze oordelen niet, ze aanvaarden je gewoon zoals je bent. Dat is iets wat ik als kind gemist heb. Ik ben vroeger fel gepest geweest omwille van mijn geaardheid. Dieren geven dat vertrouwen onvoorwaardelijk en precies daarom bewonder ik mijn vogels zo. Ze nemen me gewoon zoals ik ben.”

Foto’s: Mien Sledsens

Meer lezen van Marthe Sledsens
Meer lezen over
dierennatuur

Meer Bijzondere trends

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.