Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
HERENTALS/PORTUGAL — “Ik ben een beroepswappie, ik geloof in een paradijs op aarde voor iedereen, zoals in de boeken van Anastasia beschreven”, meent Leen Van Melle (59). Afkomstig uit Herentals, is ze al bijna dertig jaar haar eigen, speciale zelf diep in het Portugese binnenland. “Voor ons hele gezin was verhuizen naar Portugal de beste beslissing ooit.”
Nochtans was emigreren niet altijd een doel op zich?
Leen Van Melle: “Helemaal niet. Ons verhaal begint een goeie dertig jaar geleden zoals zoveel migratieverhalen beginnen: met een vakantie. Ik had een nicht die al een hele poos in Portugal woonde en wij gingen gewoon als jong gezin met onze dochter van anderhalf jaar oud bij haar op vakantie. Het was voor ons alle drie puur genieten. Maar een keer terug in België merkten zowel mijn man Gino als ik dat de muren op ons afkwamen. We namen natuurlijk de draad van ons dagelijkse leven terug op, maar we voelden allebei dat die uitstap naar het zuiden in ons lijf gekropen was. Stiekem begonnen we uit te zoeken of en hoe we in Portugal een leven zouden kunnen opbouwen. Maar telkens was er toch iets dat ons in de weg stond om ook effectief de stap te zetten.”
Wat deed jullie dan uiteindelijk overstag gaan?
“Een geluk bij een ongeluk, letterlijk. Gino werkte op de groendienst van de gemeente, fysieke arbeid dus. Maar op een dag kreeg hij een serieuze knak in zijn rug. Het was meteen duidelijk: hij zou zijn werk nooit meer kunnen doen. De pensioencommissie oordeelde dat zijn lichamelijke toestand alleen nog maar zou verslechteren, dus werd Gino op medisch pensioen gezet. Hij was 33 jaar! Ik moet er dan geen tekening bij maken dat dat niet is wat je voor ogen hebt als je aan je volwassen leven begint: een piepklein pensioen en ondertussen ook twee kleine kinderen. Er kwamen dus heel wat vragen op ons af, vooral dan over hoe we dat zouden kunnen trekken. Maar tegelijk gaf het ons de vrijheid om te gaan en te staan waar we wilden. En toen kwam dat Portugal-idee toch terug boven. De levensduurte is hier heel wat lager, dus we zouden met dat minipensioentje toch meer kunnen doen. Tegelijkertijd stegen de prijzen van het vastgoed in België in die periode sterk, zodat we een mooie prijs voor ons huis konden krijgen. De puzzel viel dus in elkaar. Nu, dertig jaar later, voelt het alsof we toen de lotto wonnen. Al klinkt dat misschien wat raar, want Gino bleef natuurlijk werkonbekwaam.”
Die stiekeme dromen bleken dan ineens toch vaste grond te krijgen?
“Inderdaad. Onvoorzien, maar het plaatje klopte. Ik trok mijn stoute schoenen aan en ging met mijn schoonbroer op huizenjacht. Het heeft niet veel tijd gekost om onze droomlocatie te vinden. Het was van minuut één duidelijk toen ik hier aankwam. Ik viel als een blok voor het huis, de omgeving en de rust. Hoewel het een bouwval was, grotendeels geplunderd, verloor ik mijn hart. Gino had het niet eens gezien voor we het kochten, ik was zelfs vergeten om foto’s te nemen. Wat kan er misgaan, dachten we, en we zijn er vol voor gegaan. Geen seconde spijt van gehad!”
Met een baby en een kleuter naar het binnenland van Portugal verhuizen, dat is toch niet niks. Je bepaalt ook hun toekomst.
“We hebben de keuze ook voor hen gemaakt. Achteraf gezien kunnen we alleen maar zeggen dat we het juiste gedaan hebben. We geven toe dat de scholen en het onderwijssysteem in België beter zijn, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Johanna, de jongste, heeft ruimte nodig, plaats om haar creativiteit te botvieren. En als er iets is wat we hier hebben, is het wel ruimte en rust. Ze is ondertussen 29 en heeft hier een mooi leven opgebouwd. Ze woont in de buurt met haar vriend en doet wat haar gelukkig maakt: creatief bezig zijn en met haar handen werken. Ook Lente, die nu 31 is, is in de buurt blijven hangen. Na haar studies in de stad is ze teruggekomen. Het is voor haar ook duidelijk waar ze thuishoort. Ze werkt online, dus dat kan van overal, maar ze wil op termijn ook meer betrokken worden bij onze ‘quinta’, onze boerderij. We zijn alle vier nog wel officieel Belg, al hebben we geen van allen het gevoel thuis te horen in België. Hier blijven we natuurlijk ook, zelfs na dertig jaar, nog altijd de ‘vreemdelingen’, maar ik voel dat het veel beter is om een vreemdeling te zijn in het buitenland, waar het normaal is, dan een vreemdeling in eigen land. Want dat begrijpen mensen niet. Ik ben bijvoorbeeld heel gevoelig aan straling en word gek van wifi. Mijn hart begint ervan te bonzen en ik krijg steken in mijn borst. Het is oké voor even, maar ik kan geen week overleven in een stad als Gent. Hier kan ik ontsnappen aan de straling. We hebben enkel vast internet en de zogezegde ‘smartphone’ wordt enkel gebruikt om foto’s te maken. Mensen zullen me misschien een ‘weirdo’ vinden, maar voor ons werkt het dus wel.”
Toch leek jullie droom zo’n tien jaar geleden even in een nachtmerrie te veranderen.
“Ons huis is in 2017 helemaal in de vlammen opgegaan tijdens een grote brand die de hele regio teisterde. Er is onnoemelijk veel natuur verloren gegaan. Zo’n veertig vierkante kilometer werd compleet verwoest. Het was echt verschrikkelijk. Er woedde een orkaan, het vuur verspreidde zich als een gek, het regende echt letterlijk vuur. Daar valt uiteraard niets tegen te beginnen. We hebben niet, zoals sommigen, geprobeerd om te blussen. Een kennis liet zo het leven. Wanneer de vlammen gewoon uit de lucht vallen, kan je alleen maar machteloos toekijken. We zijn meteen naar het dorp gevlucht, waar er meer beton is en het vuur minder vat kreeg. We rekenden op de brandweer om het huis te redden, maar die zaten zonder elektriciteit en zonder blusvliegtuigen stonden ze machteloos tegenover zo’n inferno. Als bij wonder hebben onze dieren het overleefd. Ik had net ervoor het kippenhok opgeknapt en de nieuwe isolatie heeft geen vlam gevat. Ook de bijenkorven ontsprongen de dans. Het huis daarentegen was reddeloos verloren. We verdenken er stilletjes de houtbaronnen van dat zij het vuur hebben aangestoken. Dat gebeurt wel meer. Er staan hier veel eucalyptusbomen en dat hout is ook nog bruikbaar na een brand. Alleen het ontginnen kan dan veel makkelijker en sneller. Maar je verliest natuurlijk ook de rest, he. De dennen, de kurkeiken… Het was zo jammer.”
Jullie waren plots dakloos. Werd er voor opvang gezorgd?
“We hebben in het begin twee maanden in België verbleven om te bekomen en te bekijken wat we zouden doen. Daarna hebben we afwisselend bij vrienden gelogeerd en wat gereisd. We konden ook een vakantiehuisje van een vriendin huren en verbleven een tijdje in een hotel van een vriend. Gelukkig kwam de verzekering tussen. Uiteindelijk hebben we een tipi, een soort indianentent, kunnen kopen met het geld van een door de familie georganiseerde benefiet. Zo konden we terug in onze tuin wonen. We hebben er zo’n zes maanden in gewoond. In die tijd bouwde ik een klein lemen huisje. Ik ben van opleiding binnenhuisarchitect en had nu volop de kans die kennis te benutten! Ik verdiepte me in bouwen met leem, die grondstof heb ik hier immers met de massa. En dat lukte wonderwel. We hebben twee jaar in dat huisje gewoond voor we uiteindelijk naar ons nieuwe huis konden. Het ontwerp voor de heropbouw is volledig van mijn hand. Omdat we al heel wat jaren op deze plek woonden, wist ik wat voor ons gezin belangrijk was: meer ruimte, grote ramen, natuurlijke materialen zoals leem, kurk en natuursteen en maximaal zicht op de prachtige zonsondergang. Daarnaast wilde ik ook een apart atelier voor mijn creatieve uitspattingen. De binnenkant heb ik volledig zelf afgewerkt. De ramen hebben Romeinse bogen en zijn zonder kader in de muur ingewerkt. Zo behouden we maximaal het uitzicht. We zijn echt trots en blij met het resultaat dat we dankzij het verzekeringsgeld en een spaarpotje van wat erfenissen hebben kunnen neerzetten. Je ziet, ook dat ongeluk hebben we kunnen ombuigen naar iets waar we nu heel blij mee zijn. We wonen echt op het beste plekje van Portugal.”
Die brand had ook een impact op de omgeving. Is de natuur wat hersteld ondertussen?
“Zoals je al wel merkt, zijn wij een familie die leeft met de natuur. We zijn indertijd in een programma gestapt om de herbebossing in gang te zetten. Ik ben nu verantwoordelijk voor dat programma hier in de regio. We proberen de monocultuur van eucalyptusbomen te doorbreken. Het dorp zelf stelt het wel, al merken we dat meer en meer mensen de laatste jaren in overlevingsmodus gaan. Mensen gaan werken en er is geen tijd, geen energie en geen geld meer voor iets anders. We zien dat ook aan de toeristen: die komen naar hier, ploffen neer aan het zwembad en zijn out. Vroeger deed ik veel begeleidde wandelingen, maar daar is na de coronatijd geen fut en/of geen geld meer voor. Corona heeft in dat opzicht veel kapotgemaakt. Ik promoot nog altijd wandelingen via mijn blog, maar ik merk dat die niet meer gebruikt worden, terwijl ik er vroeger regelmatig opuit ging met een groep.”
Jullie hebben het als gezin wel mooi voor mekaar. Hebben jullie nog plannen?
“We willen onze quinta, onze boerderij, nog verder uitbreiden, zowel met tuinbouw als met dieren. De dochters willen daar graag bij helpen. We blijven ook activiteiten organiseren in de gemeenschap: een marktje, een ruilwinkel, de ruilbibliotheek draaiende houden,… Mijn moeder was vroeger in Herentals heel actief in Den Dorpel, een werking voor mensen in armoede. Ik heb die microbe ook wel wat, maar doe het dan op een andere manier in Portugal. Gino amuseert zich als muzikant en speelt bij twee muziekgroepen. We leven inderdaad het mooie leven. Mijn plan is om 150 jaar te worden. Johanna zegt dan dat ze zo’n 130 wil worden, dan kan ze mij nog begraven. Dan zal het wel mooi geweest zijn, zeker?”
Ben of ken jij zelf ook een Kempenaar in het buitenland? Laat het ons weten via redactie@onderox.be.
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.