Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
GEEL – In een mix van zelfgeschreven gedichten en citaten die hem inspireerden en zijn kunst neemt Umar Badawi (50) je mee in zijn integratieverhaal dat hij neerpende in het pas verschenen boek ‘Umar van Akko’. 10 jaar geleden vluchtte hij uit Libanon, nadat hij bedreigd werd omwille van zijn kritisch getinte cartoons. Ondertussen groeide hij uit tot een gekend figuur in Geel. “Wij vluchtelingen zijn een stuk van het verhaal hier.”
Umar Badawi staat me op te wachten aan zijn woning in Geel, zijn echte thuis. “Wanneer ik buiten Geel ben, voel ik dat er iets ontbreekt. En wanneer ik dicht bij Geel ben, voel ik dat ik thuis ben”, zegt hij. Hij overhandigt me meteen zijn boek. Ik blader door zijn levensverhaal.
Waarom wilde je dit boek uitbrengen?
Umar Badawi: “Ik wilde mijn levensverhaal delen, in combinatie met mijn kunst, gedichten en citaten van mensen die mij al van jongs af aan inspireren. Er hangt vaak een negatief beeld rond vluchtelingen. Maar ik wil niet praten over politiek. Voor mij gaat het om het menselijke, om mijn verhaal delen, om samen te leven met andere mensen. Ik ben nu 50 jaar, ooit zal ik sterven. Iedereen zal sterven. Maar mijn boek blijft bestaan. En ooit zal iemand het na mijn dood openen en mijn verhaal lezen. Wij vluchtelingen zijn een stuk van het verhaal hier. Ik wil op deze manier ook steun bieden aan diegenen die hier nu aankomen en van nul moeten beginnen, en zo hoop creëren. Want hoop is belangrijk, en geloof. Pak de kansen en ga ervoor, anders kan je beter terugkeren. Het leven is geven en nemen. Je kan niet zomaar nemen zonder te geven.”
Je kwam hier zelf 10 jaar geleden toe als politiek vluchteling uit Libanon. Ondertussen heb je je leven opgebouwd en ben je toch wel gekend in Geel. Hoe is dat verlopen?
“Ik ben in Libanon geboren als vluchteling zonder nationaliteit, want mijn ouders kwamen van Akko in Palestina. Vandaar de titel van mijn boek. Ik heb dus 40 jaar zonder nationaliteit in Libanon geleefd, er gestudeerd en er gewerkt als leraar. Ik hield van het land en deed er mijn best. Maar na de start van de oorlog kwam ik in de problemen door mijn kritische cartoons die ik inzette als provocatie tegen de haatideeën die er heersten. Mijn leven raakte in gevaar en dus besloot ik samen met mijn gezin naar Europa te vluchten. België was mijn eerste keuze, ik geniet nu 10 jaar van de vrede hier. In het begin verbleef ik 84 dagen in een gesloten centrum, tot ik erkend werd als politiek vluchteling en mijn papieren in ontvangst mocht nemen. Ik ben nooit mijn geloof in België verloren. Ik zou hier mijn leven opbouwen, en dat is ook gebeurd. Dankzij de steun van de maatschappij, Thomas More, de dienst Gelijke Kansen in Geel, Stad Geel zelf, de burgemeester, Peter Weyens van 7/9 Publishers – die in een boekenreeks verhalen van vluchtelingen aan bod laat komen, waaronder dus ook het mijne – en het CVO. Ze pushten mij en hielpen mij geraken tot waar ik nu ben. Vrij snel startte ik de vzw Refuchances op in Geel, dat onder andere uit het theaterteam Schizophrenia bestaat. Vluchtelingen krijgen er via voorstellingen een stem en kunnen hun gevoelens en gedachten uiten en hun verhaal brengen. Daarnaast is er het dansteam Elkofia, die de traditionele Levantijnse Dabka-dans brengt. Ik richtte ook een Arabische school op, omdat het Arabisch één van de meest gesproken talen ter wereld is en vluchtelingen zo hun moedertaal kunnen blijven onderhouden. Er is ook nog RefuFood – waar Arabische gerechten worden klaargemaakt – en Workrefuchanges – dat (hoogopgeleide) vluchtelingen helpt om een geschikte job te vinden. Tenslotte is er nog Togather – waarbij vluchtelingen hun ideeën over waarden en normen kunnen bespreken – en Refuchild om kinderen te informeren over bepaalde gevaren. In het kader van dit allemaal maakte ik ook het stripfiguurtje Vluchtee, dat vlucht uit diens geboorteland.”
Een paar jaar geleden studeerde je als eerste vluchteling af met een hogeschooldiploma Sociaal Werk dankzij MaxiPAC.
“Dat klopt. In Libanon behaalde ik een bachelordiploma ‘English Literature and Psychological Education’ en een masterdiploma ‘Biochemics’. Helaas werden deze diploma’s niet erkend als geldig voor de Belgische arbeidsmarkt en dus ging ik opnieuw studeren via MaxiPAC. Ik ben daar enorm dankbaar voor. Als sociocultureel medewerker geef ik nu onder andere vorming over multiculturaliteit bij Thomas More in Lier, Turnhout en Geel. Ik werk ook bij Fedasil Lommel, waar ik mijn verhaal deel met de asielzoekers. Sociaal werk is voor mij niet alleen werk maar een visie, een missie. Ik probeer altijd de maatschappij kleur te geven. Het is nu heel zwart en grijs, en dat zijn geen lelijke kleuren, maar er mogen ook fellere kleuren zijn. Het belangrijkste voor mij is die boodschap te kunnen blijven geven. Ik zal België altijd dankbaar zijn, tot het einde van mijn leven. Maar ook hier zijn er problemen waarvan we ons bewust moeten zijn, zoals armoede. In ieder geval is een multiculturele samenleving in mijn ogen altijd sterk. Uiteindelijk lijken we allemaal op elkaar. We eten allemaal met onze handen, lopen allemaal op onze voeten. Ik ben vooral ook dankbaar dat ik erkend ben als persoon. Ik was eerst geen bestaande persoon. Ik was staatloos, had geen bewijs een vluchteling te zijn. België gaf me die erkenning als persoon en dat zal ik nooit vergeten. Mijn vrouw en kinderen hebben hier nu ook hun leven kunnen opbouwen, ze steunen mij altijd. Mijn zoon is verpleger, mijn dochter kinderbegeleidster. Ik geloof dat we hier zijn om iets moois van ons leven te maken. Ik ben hier niet om ruzie te maken met mijn medemens, maar om een verhaal van liefde te creëren. Dat doe ik grotendeels met mijn kunst, bijvoorbeeld graffiti.”
Wat zou je zeggen tegen iemand die hier pas toekomt?
“Geloof in jezelf, het land waarin je toekomt en de mensen om je heen die je steunen. Ik kwam met een zware rugzak aan levenservaring naar hier, als 40-jarige met een vrouw en twee kinderen. Dat is niet hetzelfde als een jonge persoon die hier helemaal iets nieuws moet opbouwen. Ik kwam al met een levensverhaal. Het is belangrijk dat levensverhaal niet te vergeten. Via Refuchances wil ik vluchtelingen hier nog in contact laten blijven met hun roots en cultuur, ook de jongere vluchtelingen. Mijn overtuiging, die overigens veel migratiedeskundigen delen, is dat ze zich daardoor juist positiever opstellen tegenover de Europese en Belgische samenleving. Als je eigen roots onderdrukt worden, ga je je afzetten tegen de dominante cultuur. Dat is mij ook overkomen in Libanon. Multiculturaliteit kan zo mooi zijn. Maar zoals ik al zei, moet je nemen én geven, de juiste steun krijgen, en blijven hopen. Voor mij betekent burgerschap niet enkel de Belgische nationaliteit bezitten, maar 100 procent lid zijn van de gemeenschap. Het was voor mij niet moeilijk om me aan te passen aan de Belgische samenleving, omdat ik geloof dat mensen kunnen samenleven en dat altijd zal blijven doen.”
Foto’s: Delia Filippone en Fedasil Geel
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.