Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
WIEKEVORST/NIANING — Future du Senegal, de school die Frank Lambrechts (62) en Erik Somers (63) in 2008 uit de grond hebben gestampt, schonk intussen al een paar duizend Afrikaanse jongeren hoop op een betere toekomst. “De Senegalezen overtuigen van onze moderne visie op degelijk onderwijs heeft ons bloed, zweet en tranen gekost.”
Future du Senegal is gevestigd in Nianing, ten zuiden van hoofdstad Dakar. De vzw dankt zijn bestaan aan een speling van het lot. “Het was mijn vrouw die de regio eerst heeft leren kennen, tijdens een reis met een kappersvereniging”, blikt Frank Lambrechts terug. “Ik had destijds een baan in het onderwijs en kon haar daarom niet vergezellen. Weer thuis raadde ze me aan om de streek rond Dakar zelf te gaan bezoeken. Het is pas na een gesprek met iemand die in Senegal al een project had opgestart dat ik effectief naar Afrika ben gereisd. Daar liep ik Erik Somers uit Herk-de-Stad tegen het lijf, mijn huidige compagnon. Toen we de ellende zagen waarmee de inwoners van Nianing geconfronteerd werden, hebben we samen besloten om een school te bouwen. Op die manier wilden we de jeugd van Nianing een betere toekomst bieden.”
Dat was in 2008. Beschrijf de situatie ter plaatse eens?
Frank Lambrechts: “Vóór 2008 konden de kinderen van Nianing maar in één school terecht. Er was amper plaats voor vijfhonderd leerlingen, terwijl zo’n vierduizend jongeren voor onderwijs in aanmerking kwamen. Gevolg: veel straatkinderen zonder een sprankeltje hoop op een mooie toekomst. Op 1 mei 2008 hebben we de eerste steen van onze school gelegd. Zes maanden later ging de kleuterafdeling open, weer een jaar later zijn we gestart met een lagere school. Momenteel hebben we drie kleuterklassen en twaalf groepen in de lagere afdeling.”
Twee Belgen die in Senegal een nieuwe school uit de grond stampen: dat klinkt makkelijker dan het wellicht was?
“Een lap grond kopen was in die tijd eenvoudig, zelfs voor twee Belgen. Met geld is in Senegal zowat alles mogelijk. Nadien hebben we de school gebouwd met eigen middelen, gefinancierd door Toekomst voor Senegal, de vzw die we in eigen land hebben opgericht. Op administratief vlak werken we wel samen met een plaatselijke verantwoordelijke. Niet onbelangrijk: bij de realisatie van de school hebben we afgesproken dat we dit willen blijven doen. Je wil ze namelijk de kost niet geven, de mensen die ons zijn voorgegaan, maar al weer snel de handdoek in de ring hebben gegooid. Dat waren in veel gevallen ook geen echte scholen. Rieten hutten met plaats voor amper twintig kinderen, meer niet. Aanvankelijk reageerden de lokale inwoners argwanend. Tijdens het eerste schooljaar kwamen maar weinig leerlingen opdagen. Dat aantal is in een recordtijd gestegen. Op dit moment telt onze school zeshonderd leerlingen. Meer moeten er dat voor ons niet zijn. Het moet behapbaar blijven.”
In welke mate bepaalt de Afrikaanse staat wat wel en niet mag in Future du Senegal?
“Het gaat om een privéschool, wat betekent dat de staat geen cent subsidieert. Het nadeel is wel dat we er helemaal alleen voor staan. We hadden ook kunnen kiezen voor een staatsschoolformule, maar dan zou de overheid na vijf jaar alles kunnen opeisen. Dat scenario wilden we vermijden.”
Een privéschool in een regio die met armoede te kampen heeft, dat klinkt paradoxaal.
“Dat is het nochtans niet. De ouders zijn mee verantwoordelijk voor hun kinderen. Wij dragen een flink steentje bij, maar we verwachten dat ook van hen. Een privéschool is nu eenmaal duurder en dat is in Senegal niet anders. Een publieke onderwijsinstelling is goedkoper, maar in die kringen worden leerkrachten vaak maandenlang niet betaald. Daar zijn de kinderen uiteindelijk de dupe van.”
Ons onderwijs zit de laatste jaren in de hoek waar de klappen vallen, maar over het Afrikaanse onderwijsmodel valt ook een en ander te zeggen. Was dat een hindernis?
“Dat was het zeker. Afrikanen hebben doorgaans een eigen willetje. Waarom zouden we de zaken wijzigen als het al een halve eeuw op die manier draait, dat was de heersende mentaliteit. De mensen van Nianing duidelijk maken hoe Belgen onderwijs georganiseerd willen zien, dat heeft ons bloed, zweet en tranen gekost. Brachten we in de beginfase een bezoek aan de school, dan werden we door de kinderen letterlijk bestormd. Ze luisterden amper. Bezoek je Future du Senegal vandaag, dan merk je een wereld van verschil. Onze leerlingen hebben respect en begrijpen de meerwaarde van een strenge discipline.”
Vertaalt die aanpak zich ook in betere prestaties van de leerlingen?
“Ik durf zonder blikken of blozen te zeggen dat we een voorbeeld zijn voor andere scholen in de regio. Iedereen kent ons, in die mate zelfs dat we elk jaar leerlingen moeten weigeren. Ook uit de staatsexamens blijkt dat we het uitstekend doen. Nationaal horen we tot de vijf beste scholen, provinciaal staan we op de tweede plaats. Onze leerlingen scoren een gemiddelde van 97%. Dat is niet onaardig. Gaandeweg hebben we ook de omgeving zelf zien veranderen. Van lemen hutjes met een dak van stro naar bakstenen huizen, twintig jaar later. De levenskwaliteit in Nianing in het algemeen is ook toegenomen. Onze school heeft zelfs een gunstig effect op de welvaart. De stad telt nu veel meer inwoners die kunnen lezen, rekenen en schrijven. Sommige van onze oud-leerlingen hebben het al tot vroedvrouw, psycholoog of stewardess geschopt. Zonder onze school hadden zij het wellicht nooit zover kunnen brengen.”
Kunnen jullie voormalige leerlingen die kennis ook lokaal verzilveren?
“Dat blijft moeilijk. In de stad is er bijna geen werk te vinden. Nianing heeft ook geen industrie. De meeste kinderen die bij ons afstuderen trekken eerst naar de middelbare school. Nadien gaan ze hun geluk elders beproeven. Noordwaarts dan, weg van de metropool. Daar lukt het hen uiteindelijk wel. Dat is wat telt.”
Future du Senegal draait louter op giften uit België. Wie zijn jullie geldschieters?
“Dat zijn onze Belgische peters en meters, mensen zoals u en ik. Zij betalen honderd euro om een kind een schooljaar lang financieel te ondersteunen. Van dat geld worden zowel de leerkrachten betaald als het schoolmateriaal voor de kinderen. Ook de ouders leveren een bijdrage. Door de school regelmatig te bezoeken — ik doe dat jaarlijks twee maal, Erik vier keer — kunnen we alle meters en peters degelijk informeren over de schoolse vooruitgang van elk kind.”
Future du Senegal is niet jullie eerste project in Nianing. Wat hebben jullie ter plaatse nog gepresteerd?
“We hebben eerder al graanmolens geplaatst en zelfs een eigen bakkerij gerund, tot het aantal bakkers zienderogen begon te stijgen en onze onderneming niet langer rendabel kon zijn. We hebben in de stad ook een EHBO-post kunnen realiseren.”
Hebben Erik en jij daar stilaan een heldenstatus bereikt?
“We hebben de lokale televisie gehaald, dat wel. In het begin werden we door de lokale bevolking op een voetstuk geplaatst, maar al die tirlantijntjes zijn voor ons niet nodig. We doen het tenslotte allemaal voor de kinderen.”
MEER INFO
www.tvsenegal.be
Foto’s: Toekomst voor Senegal
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.