Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
MOL/CRESSY-SUR-SOMME — “Mijn moeder had al snel in de gaten dat ik hier mijn plekje had gevonden”, weet Greet Caeyers (56), afkomstig uit Mol, nog. Samen met echtgenoot Eddy Melis (60) uit Retie geniet ze van het rustige leven in de Bourgogne in het midden van Frankrijk.
Jullie hebben dit jaar al achttien jaren op de Franse teller staan. Die verhuis werd een succes, dus?
Greet Caeyers: “Dat klopt. In 2007 kochten we hier ons eerste huis, in januari 2008 zijn we verhuisd. En nog geen moment spijt van gehad.”
Eddy Melis: “We waren wat uitgekeken op België en waren verliefd geworden op deze streek nadat we verschillende jaren de Tour de France volgden met de camper. Die rust hier, die uitgestrektheid… Hier wonen drie mensen per vierkante kilometer. In België driehonderd! Dan weet je het wel, he.”
Greet: “Toch dachten we in het begin wel dat ons verblijf in Cressy-sur-Somme maar tijdelijk zou zijn. We zouden misschien ook nog wel eens naar de kust willen. Maar je ziet, bijna twintig jaar later zijn we helemaal geïntegreerd en laat het dorp ons niet meer los.”
Cressy-sur-Somme is inderdaad een dorpje, met de nadruk op ‘-je’.
Eddy: “Er wonen hier amper 180 mensen. Je kan het bezien als één grote familie. Iedereen kent iedereen en iedereen zorgt ook voor elkaar. Jong en oud helpt waar nodig, er is respect voor ieders inbreng.”
Greet: “Je ziet dat de jeugd, na wat jaren van studeren in de stad, toch terugkomt. Dat is het beste voorbeeld om te tonen wat een hechte gemeenschap het hier is. Ze zijn Cressycois pour la vie.”
Voelden jullie je dan niet een beetje als indringers?
Greet: “Het eerste jaar hebben ze misschien een beetje de kat uit de boom gekeken, maar ondertussen hebben ze ons allemaal geadopteerd. We zijn één van hen. We hebben ons ook snel geëngageerd in de gemeenschap en dat werd geapprecieerd. Deze maand, in maart, zijn er verkiezingen in het dorp, ik kom voor de derde keer op.”
Je bent dus ook politiek actief?
Greet: “Hier in het dorp zijn geen politieke partijen. Ze zoeken gewoon elf mensen die zich willen inzetten voor de gemeenschap. Twaalf jaar geleden hebben ze mij gevraagd voor een termijn van zes jaar. Ik was voordien het aanspreekpunt voor mensen die naar het dorp verhuisden maar geen Frans spraken. Dat was sommige mensen dus opgevallen. Normaal gezien begin ik dit voorjaar aan mijn derde legislatuur en mijn dertiende jaar als gemeenteraadslid. Het is een vrijwillige taak en heel boeiend. Zo krijgen we bijvoorbeeld een budget voor het onderhoud van de wegen. De burgemeester legt dan een busje in, kruipt achter het stuur en rijdt met alle raadsleden heel het dorp rond. Overal gaan we kijken waar er putten in het wegdek zijn, waar er nog verkeersborden nodig zijn of vervangen dienen te worden en of de verkeerssituaties nog overal veilig en duidelijk zijn. Of nog: de gemeente verhuurt vier studio’s voor korte termijn aan mensen die het nodig hebben: jongeren die het huis uit willen, ouderen die kleiner willen gaan wonen, nieuwkomers die nog moeten zoeken naar een geschikte woning,… Ik vind het fijn om zo’n dingen mee te kunnen opvolgen. Het is echt samenwerken en heel dicht bij de mensen.”
Eddy: “Zo was er onlangs nog een ouder koppel waar de man lange tijd in het ziekenhuis lag. De vrouw was elke dag op post aan het ziekbed. Maar daardoor vergat ze hout voor de winter op te slaan. Vanuit de gemeente wordt er dan gezorgd dat enkele vrijwilligers de handen uit de mouwen steken zodat die mensen voldoende hout hebben voor de komende winter. En ook de plantsoenen en perkjes worden goed onderhouden. Wij zijn één van de ‘Villages Fleuris’, bloemendorpen, wat wil zeggen dat ons dorp baadt in een bloemenzee in de zomer. Allemaal vrijwilligerswerk.”
Dan is er geen tijd om je te vervelen in Cressy-sur-Somme dan?
Greet: “Elke dag van de week kan je hier gratis deelnemen aan activiteiten. In de oude school, die helaas jaren geleden gesloten werd door een tekort aan leerlingen, kan je deelnemen aan het open crea-atelier. Ik kan er naar hartenlust schilderen, maar anderen haken, knutselen of zorgen dat er kerst- of paasversiering is. Op woensdag is er tai-chi, gegeven door een gepensioneerde legerinstructeur gevechtstechnieken. Op donderdag geeft een gepensioneerde kinesitherapeute gymlessen. De 65-plussers zijn lid van de ‘Club Saint Martin’, waar ze kaarten en kletsen, maar ook vorming krijgen over bijvoorbeeld het internet of artificiële intelligentie.”
Eddy: “In de winter hebben we spelletjesavonden, in de zomer uiteraard de petanque. We zijn tenslotte in Frankrijk! En dan zijn er nog de dorpsfeestjes. De burgemeester hier is een hele sociale persoon, het feestcomité hangt goed aaneen, er is geen jaloezie,… We zijn echt blij hier deel van te kunnen uitmaken. De mensen zeggen dat ze ons geadopteerd hebben, dus die integratie is 100% gelukt. Wij gaan hier niet meer weg. Zelfs het dialect van het dorp hebben we ons eigen gemaakt.”
Is er dan genoeg werkgelegenheid voor zo’n klein dorp?
Eddy: “Cressy-sur-Somme is een landbouwdorp. Er zijn nog heel wat boeren en de boerderijen worden nog van vader op zoon doorgegeven. Verder is er ook een tractorbedrijf waar wat volk werkt en in de buurt is een fabriek waar er heel wat naartoe trekken. Het kuuroord Bourbon Lancy is vlakbij, dus daar werken ook wel enkele dorpsgenoten. Zelf hebben wij vakantiekamers en in het weekend doen we ons restaurant nog open. Door de week werken we ook als makelaarsagent voor een immokantoor. We zorgen zelf voor alles: het zoeken naar mensen die hun huis willen verkopen, de schattingen, prijsoffertes, plaatsbezoeken en het maken van foto’s en video’s. En dat alles tot zo’n honderd kilometer in de omtrek. Op die manier komen we nog steeds op fantastisch mooie plekjes die we nog nooit bezocht hebben.”
Greet: “Het mag dan wel ‘werk’ zijn, zo voelt het voor ons absoluut niet. Het lijkt bij een plaatsbezoek altijd alsof we een daguitstapje maken. Het landschap is hier zo onbeschrijflijk mooi en elk seizoen heeft zijn pracht. Wij geraken er niet op uitgekeken.”
Krijgen jullie dat ook verkocht dan, of staan er toch veel panden leeg?
Greet: “Neen, helemaal niet! In ons dorp is geen leegstand. We zeiden al dat de jongeren terugkomen, dus we hebben plaats nodig voor die jonge gezinnen. Er zijn vandaag 24 kinderen onder de tien jaar in het dorp. Genoeg om terug een school te openen, maar ondertussen zijn ze het gewoon om met de bus naar het dorp tien kilometer verderop te gaan. Dat is allemaal mooi geregeld. We hebben natuurlijk ook wel wat tweede verblijven in het dorp. Mensen uit Zuid-Frankrijk die in de zomer de hitte willen ontlopen, trekken naar hier. Of Parijzenaren die de rust opzoeken, die hebben we ook. En, naast ons, toch ook nog enkele buitenlanders.”
Eddy: “Om nog eens duidelijk te maken dat we aan de streek verknocht zijn: we kochten zelf nog twee huizen bij. We zitten met het immokantoor aan de bron, natuurlijk, dus hebben wat vooruit gedacht voor onszelf. We kochten het oude treinstationnetje, dat we momenteel helemaal renoveren zodat we er zelf kunnen gaan wonen wanneer we zouden stoppen met de verhuur van vakantiekamers. Een tweede huis dient als gite, vakantiehuis. Vrije tijd is er dus niet meer. Wanneer we niet aan het werk zijn of ons amuseren met de dorpelingen, zijn we aan het werk in één van de huizen of de tuinen. Er komt heel wat onderhoud bij kijken, maar dat nemen we er graag bij. Het voelt helemaal niet als werken, eerder als een hobby.”
Dan zijn jullie al voorzien voor jullie ‘oude dag’, dan?
Eddy: “In België zouden we niet meer passen, denk ik. Het is er veel te druk. De kleine gemeenschap, de rust, de hechtheid van het dorp,… Het houdt ons hier. De voorzieningen zijn hier ook prima wanneer je wat ouder wordt of wanneer je zorg nodig hebt. Mensen blijven lang in hun huis wonen en kunnen dat net omdat er zoveel voorzien wordt. Heb je vervoer nodig naar een ziekenhuis of de apotheek? Gewoon vragen. Hulp nodig om boodschappen te doen? Altijd iemand die je helpt. Het lijkt alsof we hier zestig, zeventig jaar terug in de tijd gaan. Zo moet het in de Kempen ook geweest zijn toen.”
Greet: “Maar goed, we komen nog graag op bezoek naar onze roots, hoor. We proberen de kerst- en nieuwjaarsdagen toch in België door te brengen. Maar ik moet zeggen dat er in die twintig jaar toch veel veranderd is. Ik groeide op in Mol-Centrum, ik ben van de Rozenberg. Onze familie was destijds heel actief in het verenigingsleven zoals de Lichtstoet. Ik kende bijna iedereen in de straat. Maar als ik er nu wandel, kom ik geen vijf bekenden meer tegen. Ons ouderlijk huis is weg en heeft plaatsgemaakt voor appartementen.”
Werd jullie vertrek goed onthaald in de familie destijds?
Greet: “Mijn moeder had het snel door dat ik mijn ziel verloor aan deze streek. Hoewel ze het ergens zag aankomen, was het toch een hele schok. Het was voor mij heel moeilijk om het haar te vertellen dat we zouden verhuizen. Sommigen vinden het nog altijd erg dat we vertrokken zijn, maar ze zien allemaal hoe gelukkig we hier zijn, hoeveel vrienden we hier hebben en hoe goed we geïntegreerd zijn. De angst dat we met ons tweetjes zouden wegkwijnen, is gelukkig verdwenen.”
Eddy: “En ze komen allemaal ook graag op bezoek hier! Iedereen probeert elk jaar wel een keertje langs te komen. We zitten tenslotte maar op zo’n zevenhonderd kilometer van de Kempen. Op zeven uurtjes ben je hier. We zien ze allemaal graag komen.”
Jullie leven duidelijk als God in Frankrijk.
Eddy en Greet: “Absoluut. Het was een gokje zo’n twintig jaar geleden, maar we hebben goed gegokt. Wij blijven hier.”
Ben of ken jij zelf ook een Kempenaar in het buitenland? Laat het ons weten via redactie@onderox.be.
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.