Wereldreizigers

Een leven vol avontuur brengt Frank Janssens naar Madagaskar

Gepubliceerd: 15 december 2025  |  Door: Nele Caeyers  |  Onderox editie: 259

MADAGASKAR/HERENTALS — Als kind al was Herentals te klein voor avonturier Frank Janssens (57), al was hij toen vooral aangewezen op zijn verbeelding. Vandaag maakt hij mee het mooie weer op het Afrikaanse eiland Madagaskar.

Jij hebt al heel wat van de wereld gezien. Wanneer voelde jij dat de Kempen te klein werd?
Frank Janssens: “Als lid van de scouts genoot ik van het buiten zijn, kamperen in de Ardennen, de zin voor avontuur. Puur genieten! Tijdens wandelingen met de hond trok in naar de bossen buiten Herentals en verzon daar allerlei spannende tochten door woestijnen en de jungle. In mijn kinderlijke fantasieën reisde ik over alle continenten. Ik wist al snel dat ik dat ook ‘in ’t echt’ wilde doen. En zo rond mijn vijftiende kreeg ik ook effectief het bewijs dat dat mogelijk was. Mijn goede vriend Marc Helsen maakte toen een wereldreis. Je kan gerust zijn, dat sprak tot mijn verbeelding!”

Je kocht ook een grote rugzak?
“Ja! Na mijn legerdienst greep ik elke gelegenheid aan om te reizen. Ik werkte als kelner bij verschillende hotels en restaurants in Herentals waarmee ik altijd de afspraak had dat ik voor langere tijd verlof kon opnemen. Zo gauw ik wat gespaard had of ik het gewoon terug voelde kriebelen, was ik weer voor enkele maanden weg. En na de reis stond ik ’s anderendaags opnieuw op de werkvloer. In het begin trok ik vooral naar Afrika om bergen te beklimmen. De Kilimanjaro, Mount Kenia,… Ik heb ze allemaal gedaan. Op mijn 22ste trok ik met de Transsiberië Express naar Azië, nog later verkende ik ook het Midden-Oosten. Altijd met de rugzak. Het gaf een enorm gevoel van vrijheid.”

Nooit het gevoel gehad dat het tijd was om je te settelen?
“Heel even was het bijna zover. Hotel De Zalm wilde een nieuwe koers varen met grondige verbouwingen en een vernieuwde aanpak. De eigenaar zag wel iets in mij als maître d’ hôtel en ik zag zo’n job met wat verantwoordelijkheid wel zitten. De verbouwingen zouden een jaar duren en in die tijd maakte ik nog een laatste verre reis naar Centraal-Amerika. En dan werd het serieus. Anderhalf jaar lang heb ik het beste van mezelf gegeven in De Zalm, maar toen was het op. Dat soort van leven was duidelijk niet aan mij besteed.”

Maar toch, om te reizen zijn er ook centjes nodig.
“En daarom zocht ik naar een job waarbij ik ook kon reizen. Via een vriend kwam ik te weten dat Nederlandse reisorganisaties continu op zoek waren naar Nederlandstalige reisbegeleiders voor groepsreizen. Wat opzoekwerk op het internet, dat pas begon te piepen, leidde mij uiteindelijk naar ‘Koning Aap’ die mij wilde inzetten in Azië, de regio die mij toen het meest aansprak. Maar toen kwam 11 september 2001… En stortte de reissector helemaal in. Ik moest me weer opnieuw uitvinden, kreeg en greep kansen als safaribegeleider in Afrika, in de hoop om later de draad in Azië weer op te pikken. Maar zo ver is het nooit gekomen. Ik vond mijn draai en begon in 2002 aan mijn nieuwe leven op het Afrikaanse continent. Tien jaar lang leefde ik uit mijn rugzak, die ik zelfs nooit helemaal leeg maakte. Ik sliep 250 nachten per jaar in een tent tussen de wilde dieren en reed met vrachtwagens door landen als Kenia en Tanzania.”

Dat klinkt alsof die kleine jongen van weleer zijn dromen werkelijkheid zag worden.
“Absoluut. Het was een prachtige tijd en ik geraakte helemaal verknocht aan Afrika. Azië hoefde voor mij niet meer. Maar na die tien jaar zocht ik toch naar wat verdieping. De geschiedenis en de cultuur van de landen die ik bezocht, spraken tot mijn verbeelding. Daar wilde ik induiken. En zo kwam ik uiteindelijk, na alle uithoeken van Afrika te hebben verkend, in Madagaskar terecht. Een reisbureau waar ik mee samenwerkte, zocht een nieuwe lokale reisagent op het eiland, na klachten over de vorige waar ze mee samenwerkten. En ik zag mijn kans. Na meer dan tien jaar rondtrekken met de rugzak, zonder eigendommen, werd het tijd om een echte eigen plek te zoeken. Opeens ging het heel snel en voor ik het goed en wel besefte, had ik getekend en was ik een zelfstandig reisagent in Madagaskar. Op 8 maart 2012 was mijn nomadenbestaan voorbij en startte mijn verhaal als eigenaar van Madafocus.”

Maar je koos er dus wel voor om in Afrika te blijven.“Ja, terug naar de Kempen verhuizen was geen optie. Daarvoor was ik al te lang weg. Maar het was best spannend in het begin. Ik huurde een bungalow, liet mijn meubels maken,… Voor het eerst sinds lang had ik een eigen bed en kon ik mijn vier boeken op een schap zetten. Maar ook professioneel was het een uitdaging. Ik had wel een vaste Nederlandse klant, maar moest natuurlijk meer contacten leggen om te overleven. Het eerste jaar organiseerde ik zeven reizen voor de klant en kon zelf ook nog zeven andere reizen organiseren. Ik deed alles alleen, dus dat was zeker geen slecht begin. Er viel voor mij ook nog heel wat te ontdekken. Madagaskar is het vierde grootste eiland ter wereld. Het is heel divers en dus nooit saai, ook vandaag nog niet, en geloof me, ik heb al véél gezien. We zitten op het zuidelijk halfrond, dus de seizoenen zijn hier andersom. Al kennen we hier eigenlijk maar twee seizoenen: een natte en een droge periode. Maar pas op, we zitten hier met een hooggebergte, dus het kan hier ook flink koud zijn ’s nachts. Twee graden in de ochtend en twintig op de middag is geen zeldzaamheid. Maar langs de kust is het wel een tropisch klimaat.”

Run je je reisbureau vandaag nog steeds alleen?
(lacht) “Oh neen, vandaag zit ik hier in de stad Antsirabe met 22 werknemers! We zijn vanaf dag één beginnen groeien en buiten de coronaperiode is dat niet meer gestopt. In 2014 leerde ik mijn vrouw Laurencia kennen, zij werd mijn eerste werknemer. Een jaar later kwamen er nog vijf bij. Om eerlijk te zijn, ik had geen flauw benul van hoe ik een bedrijf moest leiden. Ik deed alles maar op buikgevoel. En gelukkig bleek dat te werken. In 2017 zijn we getrouwd, huurden we een huis met een kantoor erbij, zodat we konden blijven groeien. In 2018 riep ik de hulp in van een bedrijfsconsultant. Hij heeft het bedrijf doorgelicht, strategische stappen aangereikt en structuur gebracht. Dat was nodig. Ik had immers ook een verantwoordelijkheid naar mijn werknemers toe. De coronaperiode was even moeilijk, maar ook daar hebben we ons door gesparteld. In 2024 waren we goed voor meer dan driehonderd reizen, dit jaar zullen we vlot de vierhonderd passeren.”

En die avontuurlijke nomade bleek plots een toegewijde echtgenoot?
“Met kind zelfs! Onze dochter Leah is ondertussen vijf jaar oud. Ja, het leven kan rare kronkels maken. Ik had nooit aan kinderen gedacht, daarvoor was mijn leven veel te onregelmatig. Mijn vrouw is een pak jonger dan ik en plots was het toch tijd voor het vaderschap. Maar ik heb er vrede mee dat ik nu op één plek blijf. Het geeft een andere dynamiek. Ik zag de wereld vroeger als speeltuin maar alles bleef oppervlakkig. Mijn kennis van Afrika was toerismegerelateerd. Ik kende het oppervlakkige, het zichtbare, maar weinig tot niets van de mensen en wat hen drijft. Vandaag wordt me een inkijk gegund in het echte leven op alle niveaus. Ik kan alle lagen van het leven in Madagaskar ontdekken, mijn sociale kring is ook veel uitgebreider. Laurencia is afkomstig van het noordoosten van het eiland, een regio die heel moeilijk te bereiken is. Via het land is het een hele uitdaging en een dagenlange rit. Haar grootouders wonen zelfs nog in de jungle. Je moet nog een bootreis van zo’n twee uren doen voor je hen kan bereiken. Ik mag dan wel getrouwd zijn, ik laat het avontuur absoluut nog niet links liggen.”

Word je als Europeaan niet nagekeken?
“Madagaskar was tot zo’n 2000 jaar geleden onbewoond. Vanaf toen kwamen er bij mondjesmaat mensen uit Azië en pas zo’n 500 jaar geleden ontdekten de Afrikanen het eiland. Later kwamen ook de Arabieren, uiteindelijk werd het een Franse kolonie. Die geschiedenis maakt dat niemand het land echt ‘claimt’ als het zijne. Je vindt hier een mengelmoes van culturen, niemand heeft echt zijn wortels in het land. Wanneer je hier langere tijd woont, word je gewoon aanvaard als onderdeel van de bevolking. In andere landen zoals bijvoorbeeld Ethiopië is dat een heel ander verhaal. Daar ben je als blanke veel minder welkom. Dat we veel Franse invloeden hebben, en daarmee ook christelijke, zie je nu ook met de kerstperiode. Je zou denken dat Kerstmis hier een exotisch tintje zou hebben of misschien zelfs niet gevierd zou worden, maar niets is minder waar. De mensen zijn hier nog heel gelovig en trekken met Kerstmis massaal naar de middernachtmis, die trouwens heel lang duurt. De geboorte van Jezus wordt als een heilig, sacraal moment beschouwd. Het is een echt familiegebeuren, net zoals in de westerse wereld. Zelfs met kerstbomen, al beperkt die traditie zich vooral tot winkels en openbare plaatsen. Bij mensen thuis zal je ze niet zo vaak vinden. Kerstmis valt hier ook aan het begin van de zomer, wat natuurlijk meteen een andere sfeer creëert. Maar voor de rest is het dus heel gelijkaardig met hoe we kerst in de Kempen vieren.”

Over de Kempen gesproken, komen jullie nog vaak deze kant uit?
“Sinds onze dochter er is, proberen we toch één keer per jaar naar Herentals te komen. Vooral voor mijn moeder dan, die ondertussen al een mooie leeftijd heeft. Gelukkig begrijpt onze dochter Nederlands, dus communiceren is nooit een probleem. Praten doet ze liever in het Frans, al kan ze tegen mijn moeder ook Nederlands spreken. Maar echt terug naar België verhuizen, dat zit er niet in. Daarvoor is er te veel veranderd. Al weten we natuurlijk niet wat onze dochter gaat doen. Wie weet wil ze wel in Europa studeren. Maar dat is nog veraf, voorlopig zitten we hier goed.”

Ben of ken jij zelf ook een Kempenaar in het buitenland? Laat het ons weten via redactie@onderox.be.

Meer lezen van Nele Caeyers
Meer lezen over
gelukszoekers

Meer Wereldreizigers

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.