Talent van eigen bodem

Stef Wils : “Antwerp is gewoon een fantastische club”

Gepubliceerd: 23 september 2025  |  Door: Dominique Piedfort  |  Onderox editie: 256

VOSSELAAR/ANTWERPEN — Stef Wils (43) is sinds dit seizoen de nieuwe hoofdcoach van Royal Antwerp Football Club. Hij begon zijn loopbaan bij KVV Vosselaar en woont nog altijd in de omgeving van de Konijnenberg. Hoe stelt de Kempense coach het bij de Great Old? Daarvoor sprongen we even de Bosuil binnen.

Wat weet je nog over dat prille debuut bij KVV Vosselaar?
Stef Wils: “Ik was toen 6 jaar. Na 5 seizoenen kon ik naar KFC Tielen, toen nog met IJsboerke als grote sponsor. Maar in die tijd kon je geen transfers doen. Mijn ouders kochten me daarom vrij voor 100.000 frank of 2.500 euro. Volgens mij is dat hele systeem een jaar later afgeschaft. Maar het was voor mij wel een heel leuke tijd. Ik herinner me nog een bekerwedstrijd tegen Anderlecht, het voetbal leefde erg in dat kleine dorp.”

Als jonge tiener trok je dan naar Lierse SK. Volg je het amateurvoetbal in eigen streek nog?
“Ja, mijn zoon voetbalt nu bij de U21 in Vosselaar. En ik volg de uitslagen van de teams uit de regio. Ik vind dat clubs als Vosselaar de eigen jeugd moeten laten doorstromen. Daar moeten die kleine clubs nog meer op inzetten. Daar zijn ze erg afhankelijk van. Als je een derby speelt met eigen jeugd, dat lokt toch altijd meer volk. Dat zorgt bijvoorbeeld voor meer familie langs de lijn. De toeschouwers komen meestal uit het dorp. Dan is het leuk als je jezelf met een paar spelers kan identificeren.”

Wie in Vosselaar woont, moet voor Kempens topvoetbal wel het Albertkanaal over richting Westerlo. Vind je dat jammer?
“In de Kempen wonen er ook heel veel Antwerpsupporters. Dat valt nu nog meer op. In mijn rol als hoofdcoach word ik daar nog meer op aangesproken. En Antwerp heeft ook die historie mee. Dat maakt de club extra aantrekkelijk.”

Guido Belcanto is zo’n fanatieke Kempense fan van Antwerp.
“Ja, in de tribune zit het hier vol bekende gezichten. Hoe ontstaat zo’n liefde voor een club? Dat wordt vaak van de ene generatie op de andere doorgegeven. Ik weet nog dat mijn grootvader me meenam naar Antwerp, in dat oude, iconische stadion.”

Hoe is het om als coach hier te werken? In de stad Antwerpen heerst een andere cultuur. Ze zijn hier niet zo bescheiden, toch?
“Ik wil niet tegen schenen gaan trappen. (glimlacht) Maar een Kempenaar is over het algemeen nuchterder. Dat denk ik wel.”

De sfeer bij Antwerp wordt vaak als uniek omschreven.
“Het is gewoon een fantastische club. Die historie, de sfeer waarvoor de supporters elke keer opnieuw zorgen, noem maar op. Ik denk dat je dat in andere stadions niet zo intens meemaakt als hier. Om dat samen met de supporters elke thuiswedstrijd te mogen beleven, dat is gewoon heel mooi. Toen ik hier nog als speler kwam, voelde ik die aparte sfeer. Was dat intimiderend? Een beetje wel, maar er was ook die aparte humor waarvoor de Antwerpsupporters bekendstaan.”

Je debuteert nu als hoofdcoach. Hoe vind je het zelf gaan?
“Ik bekijk het wedstrijd per wedstrijd. We willen elke wedstrijd winnen. Gaat dat lukken? Nee, natuurlijk niet. Maar we moeten wel die drive uitstralen. Ik blijf daar ook nuchter onder. Uiteindelijk zijn het de spelers die het op het veld moeten uitvoeren. We proberen wel met het hele team om hen zo goed mogelijk voor te bereiden. Hard blijven werken, dat is de belangrijkste boodschap. En dan de voetjes op de grond houden. Zo kan je het verst geraken.”

Je hoort nu bij een groep jonge Belgische coaches die hun kans krijgen. De tijd van de grote namen uit het buitenland lijkt voorbij.
“Ik heb het al vaker gezegd: ook bij de coaches zit er in België veel talent. Wat is het probleem? Veel clubs zijn in buitenlandse handen. Dan zit je in een bepaald netwerk. Ik heb al veel buitenlandse coaches zien passeren waarvan ik dacht dat een Belgische coach het minstens even goed zou doen.”

Denk aan dat ene seizoen van Verbroedering Geel in eerste klasse. Plots was daar een Hongaarse invasie met een Hongaarse coach.
“Soms kan je die dingen niet uitleggen. En een Belgische coach die het waarmaakt, is goed voor alle Belgische coaches. Het is ook mooi dat we nu in het buitenland een kans krijgen. Denk aan Karel Geraerts die nu aan de slag is bij Reims.”

Spelers die best uit het eigen dorp komen, het belang van Belgische coaches, probeer je streekgebonden werken ook bij Antwerp na te streven? Clubicoon Cisse Severeyns kwam bijvoorbeeld uit Westmalle.
“De scouting staat hier op punt. Daar moet ik mij niet te veel mee moeien. En Antwerp scout ook in de Kempen. Dat heeft niets te maken met andere clubs de loef willen afsteken. Je moet een talent goed kunnen inschatten. Past die speler wel bij de cultuur van de club? Hoe ontwikkelt die zich of wat is de rol van de ouders? Dat is misschien nog het grootste probleem. Te veel ouders denken dat de nieuwe Messi in huis rondloopt. Mijn zoon voetbalt nu bij Vosselaar. Voor die jongens gaat het uiteindelijk om kameraadschap, om het plezier en het groepsgevoel. Niet iedereen kan nu eenmaal profvoetballer worden.”

Die tijd ligt achter jou. Waar sta je nu als trainer voor?
“Ik sta voor duidelijkheid en structuur. De jongens moeten niet alleen weten wat ze op het veld moeten doen. Wat ze ernaast moeten doen, is even belangrijk. Die structuur wil ik hen bieden. Om dat te bereiken heb je een bepaalde discipline nodig. Op het veld gaat het om tactische principes. Daarnaast gaat het om attitude. Daarbij is open communicatie heel belangrijk. Soms moet je minder leuke berichten meedelen, maar die horen ook bij de job. Achteraf zullen die jongens dat kunnen waarderen.”

Dat doet wat denken aan Louis van Gaal. Die kon zich druk maken in een das die een speler niet goed had geknoopt.
“Je moet als coach wel meegaan met de tijd. Vroeger had je die smartphones of social media niet. Daar moet je dus wat in schipperen en bepaalde dingen kunnen kaderen. Topsporters ervaren nu ook meer druk. Berichten en filmpjes komen via social media langs alle kanten binnen. Anderzijds is er nu wel een betere begeleiding. Je wordt beter voorbereid op dat profbestaan. Dat was in mijn tijd iets anders.”

Wie was als coach dan jouw grote voorbeeld?
“Ik spiegel me aan Michel Preud’homme. Hij is voor mij een inspiratie. Ik heb drie jaar onder hem mogen werken. Bij zijn manier van werken voelde ik me comfortabel: erg professioneel, alles tot in de details uitgewerkt. Maar eigenheid is heel belangrijk, ik geloof niet in kopiëren. Ik maakte ook trainers mee waarbij ik dacht: dit moet ik niet doen. Dus ik denk dat je van elke trainer wel wat kan opsteken. Het is aan mezelf om dat goed in te vullen.”

Preud’homme kon nogal te keer gaan langs de lijn. Dat heb jij minder.
“Dat is dus iets wat ik niet van hem heb meegenomen. (lacht) Je moet niets doen wat ingaat tegen je eigen persoonlijkheid.”

Zullen we afsluiten met een cliché? Wanneer is het seizoen voor jou geslaagd?
“Play-off 1 en Europees voetbal halen en zo ver mogelijk geraken in de Beker van België. Gaat dat lukken? Dat zullen we binnen een paar maanden weten.”

Foto’s: RAFC

Meer lezen van Dominique Piedfort
Meer lezen over
sport

Meer Talent van eigen bodem

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.