Talent van eigen bodem

Rik Van Genechten: “Een rechter volgt de wet in eer en geweten”

Gepubliceerd: 26 mei 2026  |  Door: Jef Aerts  |  Onderox editie: 264

MOL — Rik Van Genechten, ondertussen emeritus-vrederechter, volgde van 1989 tot 2023 zowel zijn vader (rechter van 1983 tot 1993) als zijn grootvader (rechter van 1936 tot 1962) op als rechter. Of het een unicum is in ons land kan hij niet met stellige zekerheid beamen. “Mogelijk zijn er nog dergelijke zaken, maar ik heb er in 43 jaar nooit iets over gehoord.” Rik was tijdens zijn loopbaan rechter aan verschillende rechtbanken in de provincie. Hij mocht ook een aantal keren zijn rode toga bovenhalen om als voorzitter van een assisenzaak te zetelen. Maar vrederechter zijn was toch zijn grootste wens.   

In het Gentse en de brede periferie wordt sinds 1934 al naarstig gespeurd naar een verdwenen paneel van de Rechtvaardige rechters van de gebroeders Van Eyck. De zoektocht naar de Molse magistratenfamilie is een tikkeltje eenvoudiger: pal bij het voormalige Koninklijke Atheneum is de ouderlijke woning van Rik Van Genechten. Bij geurige koffie en knappende koekjes kiezen we eerst toch even voor small talk over de leerkrachten die we gemeenschappelijk hadden en die ons mee maakten tot wie we nu zijn. Nostalgie mag best eens opborrelen.

Om nog even in de gezellige sfeer te blijven, hoe brengt een emeritus-rechter zijn vrijgekomen vrije tijd door?
Rik Van Genechten: “Veel lezen maakt daar zeker een deel van uit. Ik lees best veel romans en ook heel graag boeken die geschiedenisgerelateerd zijn. Ook stop ik veel tijd in het bijhouden en ordenen van de familiegeschiedenis. Sinds al zowat vijftien jaar houd ik me bezig met het verzamelen van doodsbrieven en bidprentjes. Anders belanden die ongetwijfeld ooit ergens in een kartonnen doos en is op zeker moment alles verdwenen. Je mag me zo een beetje als de familiearchivaris beschouwen. Wat ik ook graag doe is accordeon spelen. Niet in een band of in groepsverband. En, niet onbelangrijk, ik heb mijn vrouw beloofd om in het huis te helpen poetsen zodra ik met pensioen ging. En dat doe ik dus ook.”

Om de chronologie een beetje te respecteren, je vader was rechter, je grootvader ook, maar eigenlijk begon het hele verhaal bij je overgrootvader?
“Ja! Hij was afkomstig van Geel. Hij wou eigenlijk veearts worden maar dat mocht hij om één of andere reden niet. Hij werd eerst postbediende maar op jeugdige leeftijd schopte hij het tot politiecommissaris in Geel. Nu was de wedde in het toen nog landelijke Geel geen vetpot, maar hij deed een aantal goede beleggingen. In Winkelomheide kocht hij verschillende ‘woeste gronden’ op. Hij bezat op een gegeven moment ruim honderd hectaren grond met her en der een boerderijtje op. Zo kon hij zijn twee zonen laten studeren.”

Zowel je vader als je grootvader waren eerst advocaat en werden daarna rechter. Was dat een soort van eretitel?
“Ja, ik denk dat ze het voor de eer hebben gedaan. Je moet weten dat vrederechters in die tijd nog tot de notabelen van het dorp behoorden. Zij waren mijnheer de juge. Komt daarbij dat een rechter een vast job had. Een advocaat was een zelfstandige met alle bijbehorende risico’s. Zelfs toen ik ging studeren wilde ik al vrederechter worden. Want ik ben zelf ook tien jaar advocaat geweest. De keuze om rechter te worden is mede geïnspireerd omdat je vast benoemd werd. En je had — toen nog (lacht) — goede pensioenvooruitzichten. Mijn grootvader vertelde veel en graag over zijn studentenleven in Leuven. Zij waren ‘prinsen-studenten’, die gingen twee keer per dag op restaurant mét bediening aan tafel. In die tijd speelde hij zelfs tekstschrijver voor de zangers die op de kermissen optraden. Toen hij aan de balie in Turnhout was, pleitte hij als advocaat van de beschuldigde in het assisenproces rond een moord in Millegem.”

En je vader volgde in de rechterlijke voetsporen?
“Vader liep school in het college van Geel en Mol en studeerde verder om doctor in de rechten en licentiaat criminologie te worden. Hij is ook begonnen als advocaat. Zijn kantoor was in het ouderlijke huis in de Corbiestraat, in de ‘voorste plaats’. De wachtkamer voor de klanten was onze zitkamer, zo konden ze in afwachting mee naar tv kijken.”

Werd je door de voorgangers gestimuleerd of zelfs gepusht om hen op te volgen?
“Neen, nooit. Er is nooit enige bemoeienis geweest, noch enige sturing. Ik studeerde aan het KA in Mol de Grieks-Latijnse en toen ging ik naar de universiteit. Mijn vader had thuis een indrukwekkende bibliotheek met werken over het recht, maar voor ik naar de universiteit ging, heb ik daar geen ene bladzijde van gelezen. Wat ik wel deed was alle moordzaken in de gazetten volgen. En ik was destijds een fan van het programma ‘Beschuldigde, sta op’ op de BRT. Maar enige druk in die richting heb ik nooit gevoeld.”

Is het niet bijzonder moeilijk om je eigen mening objectief gescheiden te houden van juiste rechtspraak en ook de toenemende druk van de publieke opinie?
“Neen, het is belangrijk dat je de wet en de feiten kent. Daarbij moet je rustig en sereen je dossiers kunnen bestuderen en daarna een oordeel vellen. Steeds in eer en geweten en je moet onkreukbaar zijn. Je mag je niet laten beïnvloeden door politiek, geld of andere zaken. Ik heb nooit een envelop toegestopt gekregen en ik ben ook nooit gewraakt.”

Naast vrederechter was je ook voorzitter bij meerdere assisenprocessen. Legt dat niet veel emotionele druk op een mens?
“Ja, dan moest ik mijn rode toga aantrekken. In 1989 werd ik rechter in Turnhout en fungeerde ik tijdens het gerechtelijk verlof als dienstdoende onderzoeksrechter. Met destijds een ‘pieper’, ken je dat?”

Jawel!
“In 1998 werd ik raadsheer aan het Hof van Beroep in Antwerpen, waar ik in 1998 benoemd werd. En dan krijg je op een gegeven ogenblik een telefoon van de voorzitter om te zeggen ‘je bent aangeduid voor dat proces’. Dat legt wel druk voor en tijdens het assisenproces. Maar je mag het niet mee naar huis nemen, ik kon gelukkig rekenen op een evenwichtig gezinsleven, anders ga je eronderdoor. Na afloop valt er toch wel een last van je schouders.”

Je hebt veel slechte dingen gezien van de mensheid, beïnvloedt dat je mensbeeld of net niet?
“Ik geloof persoonlijk dat de mensen niet of echt goed of echt slecht zijn. Maar ik ben mijn geloof in de mens niet verloren. Niemand is volmaakt. Als bij een proces de moraliteitsgetuigen aan het woord komen, die niet over de feiten maar over de aanvullende invalshoek spreken, kijk je vaak met een bredere blik naar een zaak. Ja, ik heb veel miserie gezien maar ik heb mijn taak nooit tegen mijn goesting gedaan.”

Tot slot, wat me erg trof tijdens je recente voordracht, jullie hebben een pleegdochter?
“Dat ligt aan mijn vrouw! (lacht) Zij kwam bij mijn laatste assisenzaak de zaak volgen. Het ging om twee zusters die beschuldigd waren van vadermoord. Zij kwamen uit een gebroken gezin van acht kinderen. Die werden allemaal geplaatst in weeshuizen. En niet eens samen, neen, allemaal apart. Vreselijk! Je hebt dat allemaal meegemaakt en dan word je nog uiteen getrokken. Mijn vrouw besliste toen dat als ze ooit iets voor een kind zou kunnen betekenen, dat ze het zou doen. En daar waren we het roerend over eens. Enkele jaren later werden we pleegouders van een kindje van toen vijf weken oud. Ze is er ondertussen 16 en ze woont nog steeds hier. Voor haar heten we mama en papa. Het gevolg van een assisenzaak!”

Foto’s: Stef De Belder

Meer lezen van Jef Aerts
Meer lezen over
maatschappij

Meer Talent van eigen bodem

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.