Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
KASTERLEE — Sander Van Uytvanck uit Kasterlee is een beloftevolle kajakker. In de Kastelse Kayak Klub heeft hij zijn favoriete discipline gevonden, de marathon. Enkele weken geleden werd hij nog Belgisch kampioen bij de junioren in zijn eenmanskajak. Eind juni mag hij België vertegenwoordigen op het Europees Kampioenschap in Roemenië. Hoog tijd om kennis te maken met deze 18-jarige atleet, vlak voor een training op de idyllische Kleine Nete.
Hoe komt een tiener bij een kajakclub terecht?
Sander Van Uytvanck: “Een vriend van mij heeft een jaar of 6 geleden gevraagd om eens mee te gaan naar de Kastelse Kayak Klub. Ik ben altijd heel sportief geweest, dus wou het kajakken wel eens proberen. Het was niet meteen liefde op het eerste gezicht, maar een jaar later ben ik dan toch meer beginnen trainen en sindsdien is het mijn voornaamste bezigheid. De afgelopen jaren word ik getraind door Kurt Dierckx en is mijn niveau serieus de hoogte in gegaan.”
Welke sporten heb je voordien gedaan?
“Heel wat! Atletiek, turnen, freerun, zeilen. In atletiek heb ik wedstrijden gedaan, bij freerun deed ik wel mee met shows, maar de andere sporten waren puur recreatief. Ik hou wel van het water, het zeilen deed ik samen met mijn broer, dus in die zin is kajakken wel iets voor mij. Het is dan wel minder sporten met de benen en vooral met de armen, maar ik heb er wel mijn ding in gevonden.”
Je bent nu junior. Hoe zit dat met de leeftijdscategorieën in het kajakken?
“Ik ben begonnen als miniem, een jaar later ben ik bij de kadetten wedstrijden beginnen doen. Daarna ben je twee jaar aspirant en nu kom ik dus uit bij de juniors. Het laatste jaar, want volgend jaar moet ik overstappen naar de seniors. In België dan toch, want op de internationale kampioenschappen is er nog een categorie U23 waar ik dan in terecht zal komen.”
Jouw favoriete discipline is de marathon. Leg je dan 42 km af?
“Nee, de marathon duidt vooral de langste afstand aan. Bij de juniors is de officiële afstand 21,5 km, maar de wedstrijden in België zijn vaak korter. Zo was het parcours tijdens het Belgisch Kampioenschap in Lier, waar ik won bij de K1, maar 15,5 km lang. Bij de seniors wordt de afstand van de marathon meestal 29,5 km. Ze hebben het blijkbaar niet zo voor ronde cijfers.” (lacht)
Doe je nog andere disciplines, naast de marathon?
“De meest voorkomende zijn de sprintafstanden (200 of 1.000 meter), de langebaan (5 km) en de short, wat verschillende rondjes zijn. Maar mijn favoriete afstand is toch wel die marathon, waarin ik net Belgisch kampioen bij de juniors ben geworden. In de kajaksport zijn er nog andere disciplines, zoals wildwater of surfski, maar die beoefen ik niet.”
Je gaat eind juni naar het Europees Kampioenschap in Roemenië. Maak je daar kans op een medaille?
“Als alles goed gaat, denk ik dat een top 10 op het EK tot de mogelijkheden moet behoren. Een ideaal parcours voor mij is wanneer er wat stroming op het water zit. Zelf vind ik een van mijn sterktes de positiebepaling op het water, weten waar je moet varen om de goede snelheid te pakken en te houden. Dus als het parcours in Roemenië zo is, dan is een top 10 realistisch.”
Hoe zit het met de andere Belgen in de marathon op het EK?
“Bij het BK in Lier waren we met zowat 20 deelnemers. Naar het EK worden 4 juniors afgevaardigd, waarvan Seppe Loomans en ik drie afstanden doen, de K1 en K2 marathon en de short. De andere twee doen enkel de short. Samen met Seppe, en ook met Ribe Smids, doe ik regelmatig wedstrijden in de K2 (een kajak met twee plaatsen, nvdr.). In de Kastelse Kayak Klub heb ik geen K2-partner omdat er geen geschikte kandidaten zijn, dus dan is het wel leuk om de wedstrijden met Seppe of Ribe af te werken.”
Is het dan niet lastig om samen een wedstrijd te varen zonder samen te kunnen trainen?
“Eigenlijk is dat in het kajakken heel normaal. Tenzij je meerdere kajakkers van hetzelfde niveau in je eigen club hebt, zijn er maar weinig mogelijkheden om gezamenlijke trainingen te doen. Enkel de kajakkers in de Olympische sprintafstanden maken aanspraak op een profcontract en kunnen zo, ook buiten de wedstrijden om, samen trainen. Het gaat maar om een handvol atleten.”
Je bent 18 jaar en zit in het laatste jaar van het middelbaar. Hoe combineer je dat met je sport?
“Ik zit in de richting Beweging & Sport in Campos Turnhout. Dus ook tijdens de schooluren ben ik vaak aan het sporten. Thuis moet ik natuurlijk wel studeren, maar in mijn vrije tijd ben ik toch vooral aan het trainen. Minstens zes keer per week ga ik varen en daarnaast zit ik nog een paar keer per week in de gym. Uitgaan is niet echt aan mij besteed, dus op fuiven ga je mij niet vaak vinden.”
Kajak is een zomersport. Wat doe je dan tijdens de herfst en winter?
“Ook trainen, tiens. (lacht) Heel het jaar lopen die trainingen door. Het enige verschil is dat je in de koudere maanden meer kleren aandoet en iets van verlichting voorziet. Maar we blijven ook in de winter het water op gaan om te varen. Het grote verschil is dat er tussen mei en eind augustus wedstrijden bijkomen. Die heb je in de winter niet.”
Je studeert binnenkort af. Wat ga je daarna doen?
“Dat weet ik eigenlijk nog niet. Misschien volg ik nog een bijkomende studie, misschien ga ik werken. Sowieso zal ik wel iets moeten doen, want alles op de sport zetten om ervan te kunnen leven, dat is niet mogelijk in België. De marathon is geen Olympische afstand, dus een profstatuut zit er niet in.”
Is kajak eigenlijk een dure sport?
“Dat hangt ervan af of je zelf een boot wil of er eentje van de club gebruikt. Wie pas kennismaakt met de sport, leent meestal materiaal van de club, dus dan is het zeker geen al te dure sport. Maar eens je langer kajakt, dan wil je een eigen boot en peddels en dan loopt het kostenplaatje wel op. Alleen al voor een peddel betaal je 500 euro. Voor een goeie wedstrijdboot betaal je toch al snel 2.000 euro.”
Wat voor boot heb je zelf?
“Ik heb intussen drie boten. Allereerst heb ik uiteraard een marathonboot. Dat is een soepele boot van 8 kg, waarmee je scherp kunt draaien. Een marathonboot is lichter qua gewicht, omdat je tijdens de wedstrijd wel eens de boot moet dragen om een obstakel, zoals een sas of sluis, over te lopen. Mijn witte boot is een sprintboot. Die weegt 12 kg en is dus een pak zwaarder. Een sprintboot is moeilijker op gang te trekken, maar eens die op snelheid is, is het gemakkelijker om de snelheid aan te houden. Daarnaast heb ik nog een tweemansboot. Elke boot is ruim 5 meter lang.”
Welke is je favoriet?
“De marathonboot, natuurlijk. Ik vind dat een heel aangename boot omdat die zo soepel vaart en licht is. Trainingen in die boot voelen redelijk comfortabel aan, binnen mijn comfortzone. Wanneer ik voor de training de sprintboot nodig heb, dan weet ik dat het een pittigere training wordt.”
Iedereen heeft al wel eens de Nete of de Lesse afgevaren. Het lijkt dus een gemakkelijke sport. Klopt dat beeld?
“Wie nog nooit in een sportboot gevaren heeft, zal amper 5 meter ver geraken in een wedstrijdboot en meteen tot zwemmen aangewezen zijn. Wanneer er nieuwkomers in de club zijn, durven we daar wel eens weddenschappen over afsluiten. (lacht) In tegenstelling tot de toeristische kajaks zijn onze boten enorm onstabiel. Je moet dus over een goede core stability beschikken om rechtop te blijven zitten. Daarnaast moet je kracht kunnen zetten op je armen. Om maar te zeggen dat kajakken heel vermoeiend is.” (glimlacht)
MEER INFO
www.kastelsekayakklub.be of www.peddelsport.vlaanderen. Sander komt op het EK in actie op 25, 27 en 28 juni.
Foto’s: Annelies Vrints
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.