Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
OUD-TURNHOUT/BEERSE — Je krijgt de mens uit de Kempen, maar de Kempen niet uit de mens. Wat ook voor Bart Meuleman (61) opgaat. De schrijver/dichter groeide op in Oud-Turnhout en verkaste naar Antwerpen. In zijn jongste boek ‘Een distel in bloei’ staat de fictieve kunstenaar Modest Dams centraal. Maar parallellen met het leven van Jan Vaerten (Beerse, +1980) zijn duidelijk zichtbaar.
Wat vind je zo fascinerend aan het leven en werk van Jan Vaerten om er een boek rond op te bouwen?
Bart Meuleman: “Iets schrijven over de kunst in de jaren ’40, zowel de oorlogsperiode als de periode nadien, dat was het aanvankelijke idee. Die periode wordt altijd overgeslagen in de kunstgeschiedenis. Het was toen oorlog, in de kunst is er toen niets gebeurd, dat was de opvatting. Maar ik vind dat er toen wel iets is gebeurd. Wat gebeurt er met kunst als je onder een dictatuur leeft? Veel kunstenaars trokken zich terug, maar bleven wel verder doen, als het materiaal voor handen was. De werken waren braaf, grauw en realistisch. Als die dictatuur dan ophoudt te bestaan, zien die kunstenaars ineens zoveel kleur en licht. Ze komen uit de donkerte vandaan en beginnen te experimenteren. Dat vond ik interessant om te vertellen. Ik wilde dat eerst doen aan de hand van verschillende kunstenaars. Maar kon ik me niet beter focussen op één kunstenaar? En zo kwam ik terecht bij Jan Vaerten.”
Waarom bij hem?
“Ten eerste omdat hij leefde in mijn eigen streek. En ten tweede heeft hij heel die evolutie meegemaakt, op de best mogelijke manier. Hij was een autodidact en werd vernederd. Albert Van Dyck, bij wie hij een tijdje les nam, zei hem dat hij altijd een zondagsschilder zou blijven. Toch is hij erin geslaagd om na de oorlog een heel eigen stijl en symboliek te ontwikkelen. Dat werd opgemerkt: vooral zijn boerderijdieren.”
Hij kreeg zelfs een compliment van Picasso.
“Hij mocht naar de Biënnale van Venetië, dat was de eerste Biënnale die na de Tweede Wereldoorlog plaatsvond. Dat was een heel belangrijke, die vierde de bevrijding van de kunst. Die liet zien wat er na de oorlog weer mogelijk was en greep terug naar de avant-garde van voor de oorlog. Dat kwam daar allemaal samen. Vaerten stond daar met zijn werk tussen, als manneke uit de Kempen. En ja, hij kreeg een compliment van Picasso. Dat was zuinig, maar toch: het was wel een compliment. Jan Vaerten was voor mij gewoon de gedroomde figuur om dit verhaal aan op te hangen. Pas op, het boek is geen biografie geworden, dat moet duidelijk zijn. Ik heb gebeurtenissen uit zijn leven gebruikt om een verhaal te vertellen over een fictieve kunstenaar.”
Een paar passages in het boek zijn bijzonder interessant. Kunstliefhebbers uit Geel dromen van een groot Kempens museum. Waarop een reactie komt: wie wil er nu een Kempense kunstenaar zijn?
“Er is een verschil met een kunstenaar zijn die uit de Kempen komt. Die kan de wereld veroveren. Een Kempense kunstenaar beperkt zich tot de Kempen. Die wil buiten de streek niet meer betekenis hebben.”
Dams staat ergens ook symbool voor Kempenaren die uitwijken. Die voelen zich niet helemaal thuis in milieus uit een grootstad, maar kunnen de Kempen ook niet meer idealiseren.
“Dat is waar. Je wil weg waar je vandaan komt. Tegelijkertijd kom je op een plek aan waar je niet helemaal thuis bent. In mijn geval gaat het om Antwerpen. En ik kan ook niet zeggen dat ik me in Oud-Turnhout nog helemaal thuis voel. Ik bezoek er mijn moeder nog, dat is het zowat. Onderweg ben je dus je vaste grond een beetje verloren. Dat is dan hoe je verder leeft. Het is allemaal niet zo dramatisch, zo is het gewoon.”
Jan Vaerten verhuisde gewoon van Turnhout naar Beerse. Een museum, aan zijn werken gewijd, is al een tijd gesloten. Er hangen een paar werken uit in het bezoekerscentrum Transfo, maar dat is het dan.
“Zijn oeuvre is niet van wereldniveau. Maar zijn werken verdienen het niet om weggemoffeld te worden in een achterafhoek. Ik ben onlangs naar een tentoonstelling geweest in Drogenbos, daar was kunst te zien uit de jaren ’40. Er hing ook een groot werk van Jan Vaerten. Daar zag je dat het echt iets kan teweegbrengen. Zet dat op de juiste plek in de juiste omgeving en je hebt echt iets. Nu is er zelfs dat museum niet meer. Hij wordt wat verwaarloosd, onterecht.”
Je debuteerde in 2014 met ‘De jongste zoon’. Ook daarin stond de Kempen centraal, met onder meer veel aandacht voor architect Jozef Schellekens. Kan je de heimat niet loslaten?
“Ik vind dat zeker niet onvermijdelijk. Misschien is het meer een vorm van luiheid. (lacht) Dat moet ik misschien even toelichten. Ik zou de inspiratie overal kunnen gaan zoeken. Maar dat hoeft niet, als het gewoon voor mijn voeten ligt, en ik het nog niet heb ontgonnen. Zolang ik daarmee verder kan gaan, doe ik dat ook. Maar dat wil niet zeggen dat ik aan de streek gebonden ben.”
Maar jouw taal is niet Kempens, ook niet bij Koen Peeters die in Gierle opgroeide. Bij Leo Pleysier is dat anders.
“Leo wordt binnenkort 81 en schrijft momenteel zijn beste boeken. Hij vertrekt altijd vanuit Rijkevorsel, maar heeft intussen al lijnen uitgeworpen richting China, Afrika en Zuid-Amerika. Toch keert hij altijd terug. Hij maakt muziek van de taal, zoals wij ze in de Kempen spreken. Zo wordt het universeel.”
Schrijvers genoeg die uit de Kempen komen, net als acteurs en muzikanten. Voor kunstenaars als Jan Vaerten ligt dat anders, toch?
“Er is natuurlijk wel Jef Geys (uit Balen, nvdr.). Maar ook hij is geen Kempense kunstenaar, wel een kunstenaar die uit de Kempen kwam. Als conceptuele kunstenaar was hij zeker geen lokale artiest. Je hebt ook de zogenaamde Molse School, met kunstenaars die in navolging van Jakob Smits naar Mol kwamen afgezakt. Maar veel bekende namen hebben de Kempen niet voortgebracht.”
Van Jan Vaerten kwam er in 2009 nog een overzichtstentoonstelling in De Warande in Turnhout. Een VRT-reportage van toen was niet lovend en noemde zijn werken een potpourri van stijlen. Een beetje triest.
“Zijn sterkste werken heeft hij gemaakt in de jaren ’40 en in het begin van de jaren ’50. Hij is toen erg opgehemeld. Ik kan me voorstellen dat hij zich nadien wat heeft teruggetrokken. Dat hij toen dacht: ik ga verder op mijn eigen weg en wil me niet laten beïnvloeden of opjutten door alles wat over mij wordt gezegd. Hij is toen de voeling met de internationale kunstwereld wat kwijtgeraakt. Hij heeft bijvoorbeeld geen echt abstracte werken gemaakt, niet dat het moest, natuurlijk. Maar zichzelf wat terugtrekken, is in zijn geval niet zo goed uitgedraaid. Anderzijds, moeten kunstenaars zich altijd maar blijven heruitvinden? Altijd maar op het toppunt van je kunnen zijn, dat is gewoon onmogelijk. Jan Vaerten is een voorbeeld van een lange, wat middelmatige carrière. Maar zijn beste werken mogen er zijn.”
Toch is hij wat vergeten, heeft jouw boek daar al wat aan veranderd?
“Niet echt, ik weet ook niet of zijn familie blij is met mijn boek. Die hoeft daar ook niet op te reageren. Nog eens, het is geen biografie. Dat boeit mij niet zo. Ik wil vrij zijn en schrijven wat ik wil en me kunnen laten inspireren. Voilà.”
MEER INFO
‘Een distel is bloei’ van Bart Meuleman is uitgegeven door Querido en telt 327 bladzijden, richtprijs: 23,99 euro.
Foto: Koen Broos
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.