Talent van eigen bodem

Fleur Hooyberghs wint opnieuw Vlaamse titel polsstokspringen

Gepubliceerd: 23 februari 2026  |  Door: Delia Filippone  |  Onderox editie: 261

ARENDONK/GENT — Na toch wel een zwaar anderhalf jaar met een ernstige blessure en enkele nevenblessures mocht de 24-jarige Fleur Hooyberghs op het Kampioenschap van Vlaanderen in Gent eind januari weer op het hoogste schavot stappen. “Dat was wel een opsteker”, zegt ze.

Haar grootvader, ouders en broer waren in de jeugd van Fleur Hooyberghs (24) allemaal fervente lopers bij de atletiekclub van Arendonk, waar ze ook het grootste deel van haar jeugd doorbracht. Het was dus bijna als vanzelfsprekend dat ze ook zou beginnen lopen. “Maar toen ik 10 was, bleek toch dat ik niet echt die afstandslopersvezels of duurloopvezels in mij had, maar eerder het explosieve en het sprinten.”

Hoe ben je dan juist bij het polsstokspringen beland?
Fleur Hooyberghs: “Nadat we op zoek gingen naar een iets technischere training, belandde ik eerst bij de atletiekclub van Herentals, rond mijn 11de. Daar ontmoette ik mijn eerste polsstoktrainer, die me kwam vragen of ik niet eens wilde proberen om te polsstokspringen. Zo ben ik er dus eigenlijk ingerold, want ik was toen heel breed bezig met het trainen van de meerkamp. Ik bleef een jaar lang de atletiekclub van Arendonk combineren met die van Herentals tot ik in het 2de middelbaar naar de Topsportschool in Gent ben gegaan, waar ik nu ook woon. Op mijn 13de ging ik dus wekelijks op internaat daar. Eerst was de opleiding heel algemeen, maar vanaf de tweede graad begon ik mij steeds meer te specialiseren in het polsstokspringen zelf. Met wedstrijden, op Vlaams en Belgisch niveau, begon ik ook al vrij vroeg, rond mijn 14de. Kampioenschappen zijn leeftijdsgericht, maar wanneer je ouder bent dan 20 kan je soms ook al deelnemen met de senioren, dus alle leeftijden. Ook dat deed ik.”

Ondertussen ben je 24 en heb je al heel veel titels in de wacht kunnen slepen. Zo ook op het Kampioenschap van Vlaanderen in Gent eind januari. Hoe was dat voor jou?
“Dat was wel een opsteker. Ik heb een zwaar anderhalf jaar achter de rug. Ik ben vrijwel altijd blessurevrij geweest, ik leed wel aan rugpijn, maar in de zomer van 2024 liep ik een redelijk dramatische spierscheur op, midden tijdens de finale van het Belgisch Kampioenschap. Door een te zwakke kuitspier, compensatieblessures en overbelastingsblessures die daarna volgden, heb ik het nog even moeilijk gehad. Ik zat een tijdje op een soort plateau qua prestaties. Ik zocht zowel fysiek als mentaal heel hard naar hoe ik alle puzzelstukjes in elkaar kon doen vallen. Mijn nieuwe coach pakte heel wat technische zaken aan, waardoor veel is veranderd. Maar het is een hele zoektocht. Helaas kan je met atletiek je boterham niet verdienen, daarom ben ik nu ook aan de slag als kinesiste. Hoe combineer ik vele uren werken met mijn trainingen, rust, huishouden en sociaal leven? Dat is nog steeds zoeken, en op het Kampioenschap van Vlaanderen waren die puzzelstukjes nog steeds niet samengevallen. Maar elke wedstrijd is telkens een stap vooruit. En elke keer maak ik weer een evolutie door, of dat nu op technisch, fysiek of mentaal vlak is.”

Je oefent deze discipline nu al zo lang uit. Wat vind je er het mooiste aan?
“Polsstokspringen kent heel veel verschillende aspecten. Ik vind erin terug wat ik in andere disciplines van de atletiek niet vond, namelijk dat heel je lichaam sterk moet zijn. Je kan misschien wel snel sprinten en lopen, maar alleen daarmee kom je er in het polsstokspringen niet. Je hebt capaciteit nodig om je horizontale snelheid te kunnen produceren die vervolgens omgezet wordt in veerkracht. Je moet dan ook explosiviteit en efficiëntie bezitten om die horizontale snelheid te kunnen overzetten naar zowel je bovenlichaam als armen, die op hun beurt kracht zetten op de polsstok. Daarnaast moet je een groot gymnastisch vermogen hebben en zowel kracht als mobiliteit in je schouders. En dan zijn er nog je benen die mee de lucht in gaan en dus ook een groot aandeel hebben in of je de juiste timing zult behalen. Want je moet de polsstok nu eenmaal op tijd in de bak steken. Je moet met zoveel rekening houden, en dat is het uitdagende aan polsstokspringen. Dat maakt het mentaal soms moeilijk, want dan zit je weer met al die puzzelstukjes die je samen moet krijgen. Zowel je snelheid, je explosiviteit, je timing, je kracht, je gymnastisch vermogen en je mobiliteit – eigenlijk elk vezeltje in je lichaam – werken samen om ervoor te zorgen dat dat ene moment perfect is. Het biomechanische aspect van de sportdiscipline vind ik zo interessant, en het geeft mij enorme voldoening om mezelf daarin te blijven uitdagen.”

Hoe is de relatie tussen de atleten onderling?
“We zijn allemaal concurrenten van elkaar als we in de aanloop staan, maar daarnaast zijn wij ook echt vrienden en gunnen we elkaar het succes. Dat vind ik heel mooi. Er bestaat in onze sport een community, zowel nationaal als internationaal, terwijl ik het gevoel heb dat dat bij andere sporten veel minder het geval is. We helpen elkaar. Als wij bijvoorbeeld op buitenlandse stage gaan of deelnemen aan een internationale wedstrijd worden we door lokale polsstokspringers opgehaald. Zij helpen ons onze polsstokken te vervoeren. Omgekeerd doen we hetzelfde voor hen. Ik reis veel en heb daardoor veel andere landen en mensen leren kennen, en dat dankzij mijn sport. Wat ik ook geweldig vind, is wanneer er een polsstokgala georganiseerd wordt. Dat gebeurt vooral in Duitsland, maar in de zomer ook in Leuven. Mensen kunnen dan zien hoe polsstokspringen in zijn werk gaat, gewoon op een toegankelijk stadsplein in plaats van een atletiekpiste. Ze pushen de polsstokspringers dan letterlijk omhoog en er hangt een leuke sfeer. Ik vind het fijn dat mensen zo onze sport leren kennen, die in België toch nog weinig gekend is.”

Heb je nog veel specifieke ambities, dingen die je zou willen bereiken of prijzen die je zou willen winnen?
“Op 1 maart staat er het BK Indoor op de planning, op 7 maart een wedstrijd in Frankrijk. Maar het is op dit moment nog onzeker of het haalbaar is, aangezien mijn rug me weer parten speelt. Tijdens examenperiodes had ik altijd al wel last van rugpijn, maar een tijd geleden kreeg ik twee barstjes in mijn onderste ruggenwervel. Ook met die blessure heb ik de juiste balans moeten zoeken, en na de Vlaamse titel voelde ik opnieuw pijn opkomen. Dat is een beetje een domper, maar we doen het rustig aan. Ik heb mijn eigen fysieke grenzen echt wel leren kennen en ik weet wat kan en niet kan. Zo droom ik niet van de Olympische Spelen, maar blijf ik voor een deftig niveau gaan op zowel nationaal als internationaal vlak. Het belangrijkste voor mij is mezelf blijven uitdagen, die puzzelstukjes doen samenvallen en in alle verschillende aspecten van het polsstokspringen beter te worden. Ik wil mijn fysieke grenzen zoveel mogelijk proberen verleggen. Als ik ooit stop met deze sport wil ik niet het gevoel hebben dat ik niet alles geprobeerd heb of alles uit mij gehaald heb wat erin zat. Mijn persoonlijk record van 4,16 meter verbeteren is ook het doel. Maar ik streef vooral naar het verbeteren van alle aspecten en in dat proces te blijven zonder vastgepind te zijn op de prestatiedruk, waardoor mijn prestaties automatisch wel zullen verbeteren.”

Foto’s: Johnny De Ceulaerde

Meer lezen van Delia Filippone
Meer lezen over
sport

Meer Talent van eigen bodem

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.