Talent van eigen bodem

Marlies Bosmans: "Blijkbaar zie ik eruit als een jonge moeder"

Gepubliceerd: 23 september 2021  |  Door: Bert Huysmans  |  Onderox editie: 212

MOL/ANTWERPEN — Actrice, theaterschrijfster, stemactrice, voice-over… Marlies Bosmans (28) laat zich niet in één vakje vangen. Haar aandacht verdeelt ze tussen Antwerpen, Mol en Nederland, waar ze het vaakst het theater in duikt. Verder straalt ze een heleboel levenslust en branie uit. “Ik vind mijn leven nu al top!”

U kan Marlies Bosmans kennen als de stem van tientallen tekenfilmpersonages, als gastactrice in o.a. Allez Eddy, Vermist, Witse, De Kotmadam en F*** you very very much, en onlangs nog, op de planken, als beste vriendin van de Nederlandse verzetsheldin Kenau. Of misschien leest ze al wekenlang stiekem boeken aan u voor.

Acteren, heeft dat er altijd ingezeten?
Marlies Bosmans: “Ik denk het wel ja. Samen met mijn zus (actrice Evelien Bosmans, nvdr.) maakte ik altijd toneelstukjes toen we klein waren. En onze mama las ons altijd voor, net voor het slapen gaan. Dat was een hoogtepunt van de dag. Ik sliep toen nog samen met mijn zus in één bed. En als ze dan weg ging, begon Evelien stiekem nog allerlei extra verhalen te verzinnen. Ik weet eigenlijk niet of mijn moeder dat weet.” (glimlacht)

Vonden jullie ouders het oké dat hun dochters kozen voor een onzeker bestaan als actrice?
“Zeker. Ze hebben ons daar altijd ongelooflijk in gesteund.”

Was een theateropleiding een logische keuze voor jou?
“Ik denk het wel. Ik heb kunsthumaniora in Antwerpen gedaan en daarna werd ik aangenomen aan het Lemmensinstituut in Leuven. Maar dat ging behoorlijk mis. Ik was er gebuisd en kreeg er te horen dat ik geen actrice zou worden. Ik ben dan een jaar op reis gegaan, naar Mexico en ik heb ook als au pair in Parijs gewerkt. Met de stiekeme hoop dat ik daardoor een andere passie zou vinden. Maar mijn passie voor theater en acteren bleef alles overwinnen. (glimlacht) Ik ben dan toch weer auditie gaan doen en kwam in de toneel- en kleinkunstacademie in Amsterdam terecht, dit keer wel met succes.”

Je woont intussen in Antwerpen, maar werkt wel nog veel in Nederland.
“Klopt, ik heb daar intussen een heel netwerk uitgebouwd. Ik heb daarnaast het enorme geluk dat ik veel getalenteerde vrienden heb. Zo werk ik nog regelmatig samen met klasgenoten van toen.”

Zijn er binnen de sector veel verschillen tussen beide landen?
(denkt na) “In Nederland zijn er meer acteurs. Er studeren er ook veel meer af. Het is dus lastiger om rollen te pakken te krijgen. In Vlaanderen moet je dan weer iets vaker zelf gevraagd worden, heb ik de indruk. Hier wordt regelmatig teruggegrepen naar de mensen die ze al kennen. Er zijn dus wel verschillen.”

Je hebt intussen ook de liefde gevonden bij onze noorderburen.
“Inderdaad, mijn lief is een Nederlander, ook een theatermaker. Onze relatie is eigenlijk begonnen net voor corona doorbrak. We mochten dus de grens niet over. Een vriendin van mij zat met hetzelfde probleem. Haar hebben ze nog over de grens gesmokkeld, de auto parkeren vlak bij de grens en dan moest ze lopen door de bossen. (lacht luidop) Dat heb ik nu zelf niet gedaan. Maar het voelde wel aan als een soort oorlogssituatie, heel raar. Al zorgde het ook voor veel romantiek tussen ons. Zo stuurde hij elke dag een stuk door dat hij speelde op zijn piano. Nu zijn de grenzen terug open en mogen we elkaar weer zien. Al blijft het wel een langeafstandsrelatie.”

Hoe is de coronaperiode voor het overige voor jou verlopen?
“Eigenlijk is het altijd vrij druk gebleven. In Nederland zijn we al sneller terug voorstellingen gaan spelen. We hebben bijvoorbeeld een stuk gemaakt voor mensen die in hun auto voorbijkwamen (Brandstof, nvdr.). Ik heb veel geluk gehad dat ze mij gewoon bleven vragen. En ik heb heel veel boeken ingelezen, dat werd ineens populair.”

Je bent zelfs genomineerd voor een Storytel Award als één van de beste voorleesstemmen. Hoe kom je daarbij terecht?
“Ik heb gewoon auditie gedaan. En toen belden ze opeens: ‘we hebben hier zes boeken van 800 pagina’s die je mag inlezen’. (lacht) Ik heb dus maandenlang in zo’n opnamestudiootje gezeten. Het is heel fijn om te doen hoor, dat zeker.”

Je mag niet zelf je lievelingsboeken kiezen?
(glimlacht) “Nee, helaas. Dat zou het nóg een pak leuker maken.”

Je doet ook aan stemacteren, bijvoorbeeld voor tekenfilms en jeugdreeksen.
“Klopt, dat doe ik al langer. Ik was blut en woonde in Amsterdam. Dus nam ik contact op met enkele stembureaus. Ik mocht op stemtest komen. ‘Doe maar ineens auditie ook’, zeiden ze opeens na die test. Ik heb die rol toen tegen alle verwachtingen in meteen gekregen. Toen moesten ze het mij wel leren. (lacht) Dat inspreken is een groot onderdeel geworden van mijn job. Het is ook een iets stabielere sector dan het theater. Dus die afwisseling werkt perfect voor mij.”

Krijg je binnen zo’n theateropleiding ook les in het stemacteren?
“Nee, helemaal niet. Dat zou misschien wel een goed idee zijn.”

Wat zijn de leukste kanten aan het stemacteren?
“Blijkbaar zie ik eruit als een jonge moeder. (lacht) Ik ben dat nochtans niet. Maar ik word wel vaak in die rol gecast in het theater of voor televisie of film. Maar bij stemacteren maakt dat allemaal niet uit. Ik heb al 80-jarige oma’s gespeeld of kleine jongetjes. Die afwisseling is fantastisch. Ik speel ook vaak slechteriken, héérlijk! Omwille van mijn lagere hese stem wellicht. Ik heb geen prinsessenstem, daar gaan ze mij niet voor vragen. Wat ik niet erg vind hoor. Nu ben ik bijvoorbeeld stemmen aan het inspreken voor een supertoffe serie, een beetje Game Of Thrones meets The Muppets. Zo zie je maar, je kan alles doen wat je wil en iedereen zijn die je maar wenst.”

En de negatieve kanten?
“Die zijn er eigenlijk nauwelijks. In het begin was het wel zwoegen, nu eigenlijk alleen nog leuk. Ik ben er wel in gegroeid. Want je hebt natuurlijk alleen je stem. Dan sta je daar in zo’n studio alles te geven, vol van expressie en met de nodige gebaren. Ik ken weinig schaamte, dat is dan wel handig meegenomen.” (lacht)

Je bent naast actrice en stemactrice ook toneelschrijfster. Hoe ziet zo’n schrijfproces eruit?
“Ik schrijf ongeveer een maand vooraleer ik de eerste teksten laat lezen aan mijn vrienden. Dat is altijd heel spannend. Ik dek me dan goed in. Dat het nog een eerste versie is en er nog mopjes instaan die niet gaan werken… (lacht) Ze weten dat intussen wel van mij. Maar we kunnen wel oprecht streng zijn voor elkaar. Dat is ook nodig als je een goed eindresultaat wil bekomen.”

Is toneelstukken schrijven een eenzame stiel?
“Soms wel, maar ik haal er veel voldoening uit. Als de repetities beginnen, dat is altijd een fijn moment. Dan krijg je dat gevoel dat je iets maakt met een hele groep. Dat vind ik heerlijk. In de materie opgaan en samen bespreken wat we gaan vertellen. Dat alles samenkomt. Een première is ook heel fijn, maar ik kan dan wel intens zenuwachtig zijn. Elke keer weer vraag ik me af: ‘wat doe je jezelf aan?’ (glimlacht) Je weet natuurlijk niet hoe de reacties gaan zijn en hebt er al je tijd en liefde in gestoken. Als je het dan de eerste keer speelt en het zou niet werken, dat is de ultieme nachtmerrie. Gelukkig is dat nog nooit gebeurd.”

Wanneer is een toneelstuk geslaagd voor jou?
(denkt na) “Als wat je wou vertellen is overgekomen bij het publiek. Dat hoeven geen lovende recensies of elke avond staande ovaties te zijn. Dat mag altijd natuurlijk. Ik ben daar niet per se tegen. (lacht luidop) Maar erkenning is niet waarvoor je theater maakt. Theater is iets unieks. Tom Lanoye zei ooit: terwijl je het aan het spelen bent, verdwijnt het al. Het is enkel nog een herinnering voor mensen, maar niks concreets meer. Dat maakt het heel bijzonder.”

Welke elementen zitten er altijd in jouw stukken?
“Een vleugje humor. Ik maak geen heel zware stukken. En ik probeer rollen te schrijven zonder stereotypen. Er bestaan bijvoorbeeld heel weinig goede vrouwenrollen. Die probeer ik wel te hebben. Maar net zo goed ga ik stereotypen bij mannenrollen uit de weg, hoor. Ik bedenk een personage en stel me dan soms de vraag of het ook een man of een vrouw zou kunnen zijn. En als het antwoord ‘nee’ is, vind ik het meestal geen sterk personage. Al schrijf je uiteraard ook vaak rollen met iemand specifiek in gedachten.”

Welke stukken schrijf je het liefst?
“Ik hou wel van variatie. Als ik een stuk schrijf, haal ik veel inspiratie uit grote schrijvers als Molière en Shakespeare. Ook wanneer ik bijvoorbeeld een klucht aan het schrijven ben, daar hielden zij ook van. Dan liggen de mensen strijk met een mop die je een jaar geleden verzonnen hebt onder de douche. Dat geeft wel voldoening. Ik denk dat het Picasso was die ooit zei: ‘Je moet de kunstenaars waar je het meeste respect voor hebt nadoen, daarin mislukken en wat er overblijft dat ben jij, als maker.’ Daar zit wel een grond van waarheid in, denk ik. Ik hou er ook van om nieuwe dingen te ontdekken. Er zijn nu drie verhalen die op stapel liggen en nog geschreven moeten worden. Dan zit je ergens rustig een koffie te drinken en dan springt er je iets te binnen dat je in dat ene verhaal absoluut wil opnemen. Dat vind ik een heel fijn gevoel.”

Welke voorstellingen liggen je het nauwst aan het hart?
(denkt na) “Mijn stagevoorstelling bij Michael De Cock in het Arsenaal in Mechelen was echt top! Toen mocht ik met Chris Lomme spelen! Zij heeft mij veel geleerd. En alle voorstellingen die je zelf schrijft, die blijven net dat tikkeltje specialer. Ik heb al in de Bourla gestaan en in De Warande gespeeld, dat vond ik heel fijn omdat ik daar vroeger zelf vaak voorstellingen ging bekijken. Mol staat wel nog op mijn verlanglijstje. In ’t Getouw of de Rex stond ik nog nooit. Dat zou wel tof zijn.”

In hoeverre blijf je die link met de Kempen behouden?
(resoluut) “Dat blijft er altijd inzitten. Voor mij staan de Kempen voor samen iets doen. Dat is altijd zo geweest. Al van de tijd dat mijn vader vroeger wagens ging bouwen om in Mol aan de lichtstoet deel te nemen. Eigenlijk is dat bij theater net zo: wij maken samen iets. Ik hou wel van het stadse van Antwerpen. En het is praktisch gezien ook makkelijker, dicht bij Nederland bijvoorbeeld. Maar Mol gaat er bij mij altijd blijven inzitten. Ik kom er ook vaak. Ik heb zelfs sinds ik een klein neefje heb, Charlie, helemaal het Zilvermeer herontdekt. (glimlacht) En mijn ouders wonen daar nog altijd. Ik ken er zeker mijn weg nog, hoor.”

Welke dromen koester je verder nog, op professioneel vlak?
“Ik vind mijn leven nu al top! Maar alles wat er nog bij komt, is mooi meegenomen. Leuke rollen uiteraard, maar als ik verder nog hardop mag dromen dan spreekt een functie als artistiek leider me ook enorm aan. Plannen maken en dingen bedenken, dat vind ik megaleuk. Maar als mijn huidige leven is wat ik voor altijd mag blijven doen, dan zit hier een heel blij persoon. Ah ja, en Hollywood natuurlijk, maar die bellen wel.” (lacht uitbundig)

MEER INFO
Je kan Marlies volgen op Instagram. Ze is samen met haar zus ook te horen in het nieuwe seizoen van Sisters, op Ketnet.

Meer lezen van Bert Huysmans
Foto's gemaakt door Bart Van der Moeren
Meer lezen over
cultuurtelevisiefilm

Meer Talent van eigen bodem

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.