Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
BALEN – Het was knokken tot de laatste dag maar Jeroen Jennen (32) kroonde zich in het Tsjechische Tabor na een spannende elfdaagse wedstrijd tot wereldkampioen zweefvliegen. Ga er maar aan staan tegen landen als Frankrijk en Duitsland waar piloten veel beter ondersteund worden. Maar de 17de Esc. Licht Vliegwezenlaan is met de legendarische Keiheuvel nu eenmaal het Mekka van het zweefvliegen in ons landje. Jeroen kon niet enkele bogen op zijn logistieke mogelijkheden maar heeft niks dan dankwoorden voor de steun van familie en vrienden. “Zonder hen was dit nooit gelukt.”
Hoe komt een mens terecht in de wereld van het zweefvliegen?
Jeroen Jennen: “Het begint allemaal met een fascinatie voor vliegen. Bij mij was dat niet moeilijk. Ik ben geboren toen mijn ouders taverne ‘De Kei’ op het vliegveld uitbaatten en ben dus praktisch grootgebracht op het vliegveld. Ik vloog jaarlijks makkelijk 20 keer mee met mijn ooms en andere instructeurs toen ik nog te jong was om zelf te mogen vliegen. Toen ik 16 was, ben ik lid geworden van de Kon. Aeroclub Keiheuvel. Later mocht ik mijn eerste solovlucht maken en een maand daarna behaalde ik mijn vergunning. Dankzij het vele meevliegen en de lessen van oom Eddy Huybreckx begon ik aan het wedstrijdvliegen en die microbe heeft me nooit meer losgelaten.”
Wat doe je in het dagelijkse leven? Ben je piloot? Vlieg je met F-16?
“Ik ben niet beroepsmatig actief als piloot. Ik werk als assistent luchtverkeersleider in Kleine Brogel. Mijn vrouw Amber steunt mij gelukkig keihard om intensief bezig te zijn met deze sport. Voor de rest probeer ik sportief in orde te zijn door te lopen, fietsen en voetballen. Niet louter voor mezelf maar ook omdat een wedstrijd van meerdere dagen toch vermoeiend kan aanvoelen. Dus kan een goede fysieke paraatheid helpen om je ook mentaal sterk te houden.”
De Keiheuvel is – buiten dan de legendarische motorcrossen – toch ook zowat het Mekka van het Belgische zweefvliegen?
“Absoluut! De Keiheuvel is al decennialang een vaste waarde binnen het Belgische zweefvliegen. Ik ben niet honderd procent zeker maar ik denk dat onze club de meeste leden telt in Vlaanderen. Het is niet enkel een prachtige omgeving om te vliegen maar veel wedstrijdpiloten komen van onze club. Zo hebben we sinds dit jaar drie wereldkampioenen in België die allemaal afkomstig zijn van onze club. In 2014 werd Bert jr. Schemelzer wereldkampioen in de standaardklasse. Vorig jaar won Martijn Eerdekens het WK bij de junioren in de clubklasse. Maar het draait niet enkel om wedstrijdvliegen. Dankzij de inzet van vele vrijwilligers kunnen we van een goed geoliede club spreken.”
Voor zover ik dat ooit gezien heb worden de zwevers in de lucht getrokken met een motorvliegtuig of met een lier?
“Klopt volledig. Er zijn zelfs drie manieren om een vliegtuig in de lucht te krijgen. Bij een lierstart word je met een kabel razendsnel omhoog getrokken, een beetje zoals bij een katapult. De sleepmethode is rustiger en geeft meer stabiliteit qua startpositie. Beide technieken hebben hun plaats, afhankelijk van het terrein en het type vlucht. Voor lesvluchten is de lier het meest gebruikelijk omdat je zo vooral de start en landing kunt oefenen. Voor wedstrijdvliegen wordt vaak gebruik gemaakt van het sleepvliegtuig omdat we met water vliegen. Dat is om het gewicht te verhogen wanneer het goed weer is. De derde manier is voor de zweefvliegtuigen die in de romp een motor hebben en zo een zelfstart kunnen maken. Dit is handig wanneer er niemand op het vliegveld is en je toch een zweefvlucht zou willen maken.”
Hoe ziet een scholing tot zweefvlieger er uit?
“Je begint met een dubbele besturing, samen met een instructeur. In het begin leer je het toestel beheersen, veilig landen, starten, bochten maken. Na een aantal vluchten – dat varieert van persoon tot persoon – neem 30 of 40 vluchten, vlieg je solo. Daarna komt de voortgezette opleiding: thermiek zoeken, navigeren, overland vliegen,… Het is een traject dat je op je eigen tempo doorloopt. En zelfs als je je brevet hebt, blijf je voortdurend bijleren. Hierna kan je nog extra opleidingen volgen om instructeur te worden.”
Is zo een kampioenschap zoals in de wielersport een klassieker of is het meer een rittenkoers?
“Een zweefvliegwedstrijd bestaat meestal uit meerdere dagen. Vaak tot wel tien wedstrijddagen. Elke dag is er een taak: een vooraf bepaald traject dat je zo snel mogelijk moet afleggen. Op het einde worden alle punten van de vluchten opgeteld. Het is dus meer de Tour dan de Ronde van Vlaanderen. (glimlacht) De taken die de piloten dagelijks afleggen zijn meestal tussen 150 en 500 km lang. De opdracht bestaat uit een startlijn, meerdere keerpunten en een finishlijn. Zweefvliegtuigen hebben uiteraard geen motor dus de piloten vertrouwen op de thermiek – stijgende lucht – om hoogte te winnen. Tussen die thermiekzones glijden ze zo efficiënt mogelijk naar het volgende keerpunt. Elke piloot kiest zelf het ideale moment om te starten binnen een bepaald tijdvenster. Na de vlucht wordt het GPS-logboek uitgelezen. Hierop staan snelheid, hoogte en afstand exact geregistreerd. De snelste piloot krijgt 1.000 punten en de rest een percentage daarvan. Na meerdere dagen telt men de dagresultaten op.”
Als leek kan ik me voorstellen dat thermiek een grote rol speelt, zeker als ik de buizerds in mijn buurt zie rondzweven…
“Thermiek is cruciaal! Het zijn de opwaartse luchtstromen die ons in de lucht houden. Zij zijn onze ‘brandstof’. Buizerds, ooievaars, muggen en andere insecten maken er inderdaad ook gebruik van. Je leert het herkennen aan het landschap, de wolkenformaties of vogels. Wanneer de thermiek goed genoeg is, kunnen wij hoogtes tot 2.000 meter halen. In andere landen kan dat nog hoger zijn.”
Hoe ziet een wedstrijddag er in de praktijk uit?
Eerst zijn er enkele dagen van training en registratie. Tijdens een kampioenschap worden 12 tot 14 competitiedagen voorzien, afhankelijk van het weer. Elke wedstrijddag start met een gezamenlijke briefing. Weer en taken worden daar toegelicht. De vliegtuigen worden op hoogte gebracht en wachten dan tot de startlijn open gaat. Hoogte winnen, strategisch en efficiënt vliegen is essentieel. Wat het kampioenschap zo uitdagend maakt, naast de internationale topconcurrentie, is het terrein waar over gevlogen wordt en de invloed van het weer. Neem daarbij de fysieke en mentale belasting van lange vluchten met hoge concentratie.”
Is het eigenlijk een dure sport, in de wetenschap dat elke sport geld kost?
“Zweefvliegen brengt uiteraard bepaalde kosten met zich mee. Maar het is verrassend betaalbaar wanneer je lid wordt van een club. Je betaalt een jaarlijks lidgeld, huurt toestellen van de clubvloot of investeert – eventueel samen met anderen – op termijn in een eigen vliegtuig. Concreet: bij onze club bedraagt het lidgeld 450 euro, inclusief de verplichte verzekering via de Vlaamse Zweefvliegfederatie. Voor een lierstart betaal je 8 euro per vlucht. Wie met een sleepvliegtuig wil vertrekken betaalt 33 euro per start. Voor wie wil beginnen met zweefvliegen is er ook een interessant instappakket beschikbaar. Recreatief vliegen kan met een relatief beperkt budget. Maar als je internationaal wil meedraaien, komen er natuurlijk ook reis- en wedstrijdkosten bij.”
Is dit voor jou een orgelpunt of gaat de competitie nog door? Zijn er nog streefdoelen?
“Het wereldkampioenschap was natuurlijk een ongelooflijk moment. Iets waar je jarenlang naartoe leeft en hoopt dat het ooit lukt. Het voelt nog onwerkelijk, maar ook niet als een eindpunt. Het heeft zelfs de goesting aangewakkerd om verder te blijven groeien. Er zijn nog veel facetten in het wedstrijdvliegen waarin ik me nog wil verbeteren. Sterker vliegen op moeilijke dagen, constant presteren over meerdere dagen… en natuurlijk wil ik andere plekken in de wereld ontdekken, met nieuwe uitdagingen. Dat brengt kosten met zich mee. Kunnen trainen in gebieden die mij nog onbekend zijn biedt uitdagingen. Maar met enkel eigen middelen is dat moeilijk haalbaar. Maar ik blijf er voor gaan.”
Heeft een wereldkampioen ook een team rondom zich nodig?
“Absoluut! Zonder de steun van mijn vrouw, mijn familie, mijn vaste helpers… was dit resultaat nooit mogelijk geweest. Dankzij hen kon ik me volledig focussen op de wedstrijd, terwijl zij zich ontfermden over alle randzaken. Bovendien krijg ik dankzij mijn oom de kans om te vliegen met één van de beste toestellen in mijn klasse. Die steun is van onschatbare waarde en ik ben dan ook oprecht dankbaar dat ik op zo’n hechte en trouwe omgeving mag rekenen.”
Foto’s: Jeroen Jennen
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.