Talent van eigen bodem

Jan Godrie: Van vluchtig moment tot tijdloos beeld

Gepubliceerd: 23 september 2025  |  Door: Rune Smets  |  Onderox editie: 256

TURNHOUT — Wie door Turnhout wandelt, zou zomaar oog in oog kunnen staan met een fotograaf die altijd op zoek is naar dat ene onverwachte moment. Jan Godrie (46) legt de Kempen en ver daarbuiten vast in krachtige zwart-witbeelden: van intieme portretten tot rauwe straattaferelen en mysterieuze urbexlocaties. Zijn foto’s spelen met contrast, licht en schaduw en laten zo vaak details zien die anders onopgemerkt zouden blijven. Op die manier weet hij een geheel eigen sfeer te creëren: rauw, verhalend en tegelijk herkenbaar dichtbij.

Wat was de doorslaggevende ervaring waardoor je besloot fotografie als passie te omarmen?
Jan Godrie: “Ik fotografeer eigenlijk al sinds mijn kindertijd. De allereerste camera waar ik mee begon, ben ik ooit op de markt in Turnhout opnieuw tegengekomen. Het was niet hetzelfde exemplaar als vroeger, maar wel hetzelfde model. Dat voelde als een soort cirkel die rond was: zo begon het allemaal, en sindsdien is fotografie altijd in mijn leven gebleven. Soms intens, soms wat minder, maar het heeft me nooit losgelaten. Creatief bezig zijn zit gewoon in mijn DNA: beeld, geluid, muziek, het heeft me altijd gefascineerd.”

Één van de ‘genres’ waar je je op toespitst is straatfotografie. Wat spreekt je daar zo in aan?
“Straatfotografie is een stukje geschiedenis vastleggen. De kleine momenten van vandaag, die we nu vanzelfsprekend vinden, worden over honderd jaar fascinerend om terug te zien. Ik fotografeer de zakenman met zijn aktetas, maar evengoed de man die op straat zit te bedelen. Het zijn allemaal puzzelstukjes van de maatschappij. Sommige mensen vinden dat confronterend, maar ik wil geen onderscheid maken. Ik zie mezelf als iemand die tijd stilzet, die een fractie van een seconde bewaart.”

Werk je bij straatfotografie liever onopvallend of eerder gericht, met interactie?
“Ik ben meestal heel dicht bij de situatie. Ik werk vaak met een 28 mm-lens: kort erop, zodat je de energie van de scène ook echt voelt. Je vangt dan puur gedrag, geen poses. Dat geeft eerlijkere beelden. Vanuit de verte met een telelens werken, dat voelt voor mij meer als voyeurisme. Natuurlijk probeer ik de scène niet te beïnvloeden, dus ik gebruik soms trucjes om onopvallend te fotograferen, maar ik ben wel altijd zichtbaar als fotograaf. Ik verschuil me niet.”

Een rode draad die ik in je werken tegenkom is minimalisme.
“Ja, absoluut. Ik hou ervan om grootse, lege ruimtes te fotograferen, met dan ergens één figuur, bijna verloren in dat geheel. In Turnhout is dat iets moeilijker. We hebben hier niet de brede urban landschappen van pakweg grote steden. Maar dat is net een uitdaging: hoe kan ik mezelf dwingen om een stad die ik door en door ken toch op een andere manier te bekijken? Vaak gaat dat om lijnen, structuren, trappen, doorkijkjes. Soms loop ik ergens en denk ik: dit is een perfecte scène, als er nu iemand toevallig doorloopt. Dan is het een kwestie van geduld hebben.”

Je klinkt alsof je altijd ‘aan’ staat, alsof je ogen voortdurend beelden zoeken.
“Ja, dat is echt zo. Ik heb ook altijd mijn camera bij. Als klassiek opgeleid fotograaf heb ik tijdens mijn eerste jaren nog analoog gewerkt. Toen moest je nadenken voor je afdrukte: 36 beelden op een rolletje, elke foto moest tellen. Dat heeft mij geleerd om te kijken, echt te kijken, en een beeld al in je hoofd te hebben voor je het maakt. Tegenwoordig zie je bij digitale fotografie mensen gewoon schieten, schieten, schieten, en dan achteraf hopen dat er iets tussen zit. Terwijl fotografie voor mij juist draait om pre-visualisatie: dat je de foto eigenlijk al ziet voor ze gemaakt is.”

Naast straatfotografie heb je ook een grote liefde voor urbexfotografie. Aan welke locaties geef je daarbij de voorkeur?
“Ik hou van plekken waar sfeer hangt. Locaties die volledig in puin geslagen zijn, boeien me minder. Daar zie je vaak alleen nog ruïnes, en dan voel ik weinig drang om mijn camera boven te halen. Maar kom ik in een ruimte waar een straal licht binnenvalt, waar een stoel midden in de kamer achterblijft, waar muren langzaam overgenomen worden door groen, dán krijg ik kriebels. Het zijn die kleine, unieke details die een plek karakter geven.”

Urbexfotografie roept ook vragen op over ethiek en veiligheid. Hoe ga jij daarmee om?
“Urbex is altijd een grijze zone: officieel mag je nergens naar binnen. Mijn regel is simpel: ik forceer niets. Geen deuren openbreken, geen ramen inslaan. Ik neem ook nooit gereedschap mee, uit principe én uit voorzichtigheid. Je komt er om authenticiteit vast te leggen, niet om te vernielen. Respect voor de locatie staat voorop: ik verplaats niks, ik zet niks in scène. Wat ik fotografeer is wat er is. Dat respect geldt ook voor de urbexers na mij. Iedereen verdient de kans om die authenticiteit te ervaren.”

Die aandacht voor sfeer en authenticiteit zie je ook terug in je keuze voor zwart-wit. Waarom werkt dat medium zo goed voor jou?
“In zwart-wit valt alles terug op emotie, compositie en licht. Dat maakt het veel intenser. Ik fotografeer tegenwoordig zelfs met een Leica Q2 Monochrom, een camera die enkel in zwart-wit kan fotograferen. Dat is een bewuste keuze. Het dwingt me ook om anders te kijken, nog aandachtiger. En eerlijk: ik vind het gewoon prachtig hoe zwart-wit een sfeer kan neerzetten die tijdloos aanvoelt.”

Als fotograaf heb je een duidelijke visie en stijl, maar hoe ga je om met kritiek op je werk?
“Vorig jaar kreeg ik kritiek op een kermisreeks. Ik had bewust gekozen voor zwart-wit, omdat dat nu eenmaal het beste aanleunt bij mijn fotografiestijl. Sommigen vonden dat niet werken, want een kermis draait natuurlijk om kleur. Maar kijk, er zijn duizend fotografen die kermissen in kleur doen. Ik kies dan mijn eigen pad. Kritiek mag, maar uiteindelijk doe ik gewoon wat voor mij als fotograaf klopt. We mogen daarnaast ook niet vergeten dat iedereen op een ander punt in zijn leerproces zit en iedereen ook andere voorkeuren heeft. Waarom elkaar afbreken, terwijl je ook kunt zeggen: dit werkt al goed, en misschien kan je dat nog proberen.”

Het klinkt alsof je goed kunt omgaan met kritiek van buitenaf. Hoe streng ben je eigenlijk voor jezelf als fotograaf?
“Ik ben mijn eigen grootste criticus. Zelden denk ik: dit is dé foto. Vaak denk ik: dit is oké, dit is goed. En dan zie je werk van anderen en denk je: wauw, die zijn zó goed bezig. Maar dat is ook een drijfveer om zelf verder te groeien. Je moet jezelf blijven uitdagen.”

Welke foto of project zou je nog graag realiseren?
“In urbex droom ik van locaties zoals Pripjat, de verlaten stad bij Tsjernobyl. Alles is daar in de jaren tachtig gewoon achtergelaten en sindsdien onaangeroerd gebleven. Dat verval, die pure stilstand in de tijd... Dat is fascinerend. Qua straatfotografie zou ik graag een project uitwerken dat echt de diversiteit van de maatschappij laat zien. Ik wil inzoomen op verschillende soorten mensen en situaties: van thuis- en daklozen tot mensen uit de LGBTQIA+-gemeenschap, maar ook op maatschappelijke veranderingen zoals de vele leegstaande winkelpanden in Turnhout. Het idee is om een visueel verhaal te vertellen, zodat mensen de stad en haar inwoners op een andere manier leren kennen.”

MEER INFO
Instagram: @jangodrie
www.jangodrie.be

Portretfoto: Katrien Vos
Kunstfoto’s : Jan Godrie

Meer lezen van Rune Smets
Meer lezen over
kunstfotografie

Meer Talent van eigen bodem

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.