Talent van eigen bodem

Inke Mensch: ‘Leraar van het jaar’ geeft les met hart en ziel

Gepubliceerd: 26 augustus 2025  |  Door: Dominique Piedfort  |  Onderox editie: 255

BALEN/MOL — Voor bijna elk kind lijkt de zomervakantie eindeloos. Tot in augustus de gevreesde affiches opduiken bij winkels vol pennenzakken en boekentassen: terug naar school! En voor je het weet is die eerste schooldag al daar. Maar hoe kijkt ‘Leraar van het jaar’ Inke Mensch uit naar 1 september?

Eind juni maakt het onderwijstijdschrift Klasse de ‘Leraar van het jaar’ bekend. Dit jaar ging die eretitel naar Inke Mensch (34) uit Balen. De concurrentie was niet min. Klasse kreeg 16.000 nominaties binnen. Maar liefst 54 keer viel de naam van Inke Mensch, leraar van het zesde leerjaar in Vrije Basisschool De Toren uit Mol-Achterbos. Leerlingen, oud-leerlingen, collega’s en ouders wisten het zeker: niemand anders dan Inke verdiende de titel. Hoezo? We wandelen bij de start van het nieuwe schooljaar haar klas binnen, op zoek naar het antwoord.

We kennen allemaal het cliché over de leraren en hun vakantie van twee maanden. De realiteit ziet er natuurlijk anders uit. Hoe lang ben jij al bezig met het nieuwe schooljaar?
Inke Mensch:
“Op de eerste vakantiedag zit ik alweer op school. Dan sluit ik het oude schooljaar netjes af en begin ik met alles klaar te zetten voor het nieuwe schooljaar. Juli is voor mij een werkmaand. Dan doe ik echt alles in mijn klas, zoals de materialen klaarleggen. Ik bereid dan ook al de lessen voor. Zo is er bijvoorbeeld een nieuwe handleiding voor Frans. En in augustus rust ik dan uit. Zo kan ik op een rustig tempo starten. Dat cliché over die twee maanden vakantie is inderdaad niet waar. Maar ik vrees dat we dat er niet meer uit gaan krijgen.”

Eind juni kreeg je heel wat aandacht van de media. Tot je ‘Leraar van het jaar’ werd, was je enkel op jouw school bekend. Hoe ging je met al die plotse aandacht om?
“Ik had die titel sowieso niet verwacht. En er kwam wel veel op me af. Ik ben iemand die het liefst zo ver mogelijk op de achtergrond gaat staan. Dat ging plots niet meer. Uiteindelijk is het allemaal wel rustig verlopen. Achteraf bekeken was het oké. Maar ik ben niet iemand die de aandacht opzoekt. Laat mij gewoon maar rustig verder doen. Dat is nu wel een beetje veranderd. Laat in het nieuwe schooljaar alles maar gewoon zijn gangetje gaan.”

Kortom, hier zit de nieuwe schepen van Onderwijs van Balen.
“Nee, zeker niet!. Daar gaan we niet aan beginnen.” (lacht)

Wie over jou wat opzoekt, komt vaak bij hetzelfde uit. Je verdiende de prijs omdat je altijd het beste uit jouw leerlingen haalt.
“Dat probeer ik in elk geval. Maar ik doe dat altijd heel onbewust. Voor mezelf ga ik altijd tot het uiterste. En dat probeer ik ook met mijn leerlingen te bereiken. In het zesde leerjaar kijken de leerlingen al uit naar het middelbaar onderwijs. Dan is het niet alleen belangrijk om te weten wat je kan, maar ook om te beseffen dat je misschien meer kan dan je denkt. Daar zet ik in het zesde leerjaar heel hard op in.”

Omdat sommige leerlingen in het zesde leerjaar figuurlijk wat in de hangmat gaan liggen? Het doel is bereikt, laat het middelbaar maar komen. Die houding?
“Dat klopt. Die leerlingen zijn ook de oudsten van de school. Dat speelt nog mee. Ik wil voorkomen dat ze voor voldongen feiten komen te staan. Daarom moeten ze zichzelf goed kennen.”

Je gaat blijkbaar erg actief op zoek naar de geschikte middelbare school voor de leerlingen.
“We hebben een heel mooie samenwerking met de middelbare scholen van Mol. Alle verschillende campussen organiseren doe-dagen. Daar trekken we dan naartoe. In het vijfde leerjaar is er al een kennismaking met die scholen. In mijn klas stel ik alle richtingen voor. Hoe kunnen ze hun talenten in die richtingen ontplooien? De Molse middelbare scholen komen zich hier ook zelf voorstellen. Het doel blijft wel dat de leerlingen zelf de scholen gaan bezoeken. We proberen dat zo goed mogelijk te sturen.”

Duidelijkheid is voor jou een sleutelwoord. Hoe moeten we dat zien? Wil dat zeggen dat je streng bent?
“Dat omvat eigenlijk alles. Het gaat vooral over grenzen stellen. Wat mogen de leerlingen van mij verwachten en wat verwacht ik van hen? Ik geef erg om die wisselwerking. Ik geef ze veel verantwoordelijkheid. Die grenzen mogen ze deels zelf opstellen. Maar als ik lesgeef, is het ook duidelijk welke stappen ze moeten ondernemen. Ik probeer overal structuur in te steken. Dat zorgt voor rust, zeker omdat ze al met hun hoofd in het middelbaar zitten.”

Die rust past ongetwijfeld in het grote geheel van mentaal welzijn, wat zo belangrijk is voor die jongeren.
“Dat is zo. Ik weet hoe belangrijk het is om je goed in je vel te voelen. Werken aan mentaal welzijn, doe ik wel onbewust. Maar dat gebeurt bij mij wel vanaf dag één. Tussen die leerlingen ontstaat soms wat venijn. Dan worden er kliekjes gevormd. Ik probeer naar één grote vriendengroep toe te werken. Er zullen altijd kleine groepjes zijn, maar iedereen moet wel met elkaar kunnen en willen samenwerken. Als de samenhorigheid goed zit, voelen ze zich beter. En dat zorgt ook voor een betere sfeer in de klas.”

De druk van de sociale media is dan nog een apart hoofdstuk.
“Ik ben blij als ik zie dat sommige leerlingen niet zo met die sociale media bezig zijn. Maar de aanschaf van een gsm gebeurt natuurlijk wel op steeds jongere leeftijd. In deze school komen de leerlingen meestal niet met hun gsm naar school. En als het toch gebeurt, weet ik het op voorhand. Er is een goede communicatie met de ouders. Dat komt dan wel goed.”

Je geeft nu tien jaar les, maar wilde eigenlijk een andere richting uit, toch?
“Ja, ik dacht meer aan sociaal werk. In het middelbaar volgde ik de richting boekhouden-informatica. In onze mini-onderneming was ik met personeelszaken bezig. Ik had ook jarenlang een vakantiejob rond personeelszaken. Dat vond ik heel interessant. Daarin wilde ik verder gaan. Maar een week voor het schooljaar begon, koos ik dan toch voor het onderwijs.”

Waarvoor je blijkbaar in de wieg bent gelegd.
“Dat hoor ik wel meer. Al kan ik dat moeilijk over mezelf zeggen. (lacht) Nee, ik doe dit heel graag, met hart en ziel. Dat is ook nodig. De leerlingen voelen dat, op welke manier je voor de klas staat. Ze weten dan dat ze bij jou terechtkunnen als er iets is.”

Ook de overheid zou voor advies bij de Leraar van het jaar terechtkunnen. Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) wil af van het pretonderwijs. De lat moet voor haar een stuk hoger. Jij liet al weten dat jouw focus vooral bij jouw klas zit.
“Inderdaad, ik hou me liever niet bezig met wat er in de media allemaal over het onderwijs verschijnt. Ik zit liever in mijn kleine cocon. Ik ben wel iemand die graag bijleert. Ik luister zeker naar wat mij wordt aangeboden. Maar wat er boven mij gebeurt, laat ik liever op me afkomen. Het is geen voorzichtigheid, het is gewoon hoe ik ben opgegroeid.”

En hoe bekijk je het lerarentekort in het onderwijs? Of speelt dat minder in Mol?
“Ik denk dat het meer een probleem is voor de grote steden. In Mol ervaar ik dat afwezigheden meer met ziektes te maken hebben. Dan verloopt het even wat moeilijker. Uiteindelijk komt dat allemaal wel in orde. Gelukkig kunnen we hier rekenen op een grote scholengemeenschap. Er komt altijd wel een oplossing uit de bus.”

In Antwerpen is dat een ander verhaal. Dan hoor je dat Kempense leerkrachten daar liever geen les komen geven, ook wat uit schrik voor de diversiteit van de grootstad.
“Die diversiteit kom je nu overal tegen. Ik denk niet dat het er veel mee te maken heeft. Het is gewoon fijn om in jouw eigen omgeving te kunnen lesgeven. Dat is volgens mij de belangrijkste reden. Ik deed mijn stage in Antwerpen. Toen nam ik de trein. Als je dicht bij huis kan lesgeven, waarom zou je dan ver reizen?”

Over reizen gesproken. Mensch klinkt wat Duits. Stak jouw familie ooit de grens over?
“Nee, hoor, het is gewoon de oude schrijfwijze van het woord mens. Meer zit er echt niet achter. Onze tak komt gewoon uit België. Helaas zit er geen spannend verhaal achter.”

Over naar het nieuwe schooljaar dan maar.
“Ja, en elk schooljaar is sowieso anders. Er zijn niet alleen de andere leerlingen. Ik probeer ook elk jaar de inhoud te vernieuwen of sterker te maken. Je kan ook voor een klas staan die het wat moeilijker heeft met spelling. Dan moet je daar meer energie in steken. Het zijn allemaal dingen die elk schooljaar anders maken. Bovendien hou ik niet van lesgeven via de automatische piloot. De noden van de leerlingen primeren altijd. Vooral daar probeer ik naar te kijken. En zo probeer ik het nieuwe schooljaar dan vorm te geven, door altijd te beginnen met een nieuwe lijn.”

Meer lezen van Dominique Piedfort
Foto's gemaakt door Griet Verwaest
Meer lezen over
terug naar school

Meer Talent van eigen bodem

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.