Opvallende bezigheden

Arne Van der Linden: Leerkracht overdag, auteur na de schoolbel

Gepubliceerd: 26 augustus 2025  |  Door: Rune Smets  |  Onderox editie: 255

TURNHOUT – Overdag staat hij voor de klas, ’s avonds duikt hij de fictie in. Arne Van der Linden (28) is leerkracht Nederlands en Frans aan het Heilig Graf in Turnhout én auteur van spannende boeken als ‘Het Project’, ‘Lotgenoten’ en ‘Klagende kampeerders sterven sneller’. In beide werelden, die van het lesgeven en die van de fictie, draait alles om overtuigend vertellen. Tussen toetsen verbeteren en lesvoorbereidingen maken door werkt hij momenteel aan zijn vierde boek.

Het idee om te schrijven ontstond tijdens je opleiding Taal- en Letterkunde, als vervolg op je lerarenopleiding. Had je al lang het gevoel dat er een boek in jou zat, of kwam dat pas toen opzetten?
Arne Van der Linden: “Eigenlijk was dat zaadje al lang daarvoor geplant. Als kind en tiener las ik veel, en rond mijn veertiende kreeg ik voor het eerst het idee dat ik zelf ook wel eens een verhaal zou willen schrijven. Het bleef lang bij een idee, maar jaren later, tijdens mijn masterstudies, zat ik op een dag in het universiteitscafé met een leeg blad papier. Ik schreef in het midden: ‘Verhalen’. En dan begon ik gewoon los te brainstormen over mogelijke ideeën. Achteraf gezien zijn mijn boeken, onder invloed van mijn eigen leeservaringen, uitgegroeid tot verhalen die elementen bevatten die doen denken aan de spanning van spionageverhalen à la Alex Rider van Anthony Horowitz en de besloten sfeer van een kostschool zoals in Harry Potter, maar dat was nooit het vertrekpunt.”

Na je debuut met ‘Het Project’ en ‘Lotgenoten’ baseerde je je derde boek, ‘Klagende kampeerders sterven sneller’, op je eigen ervaring als campingreceptionist in Frankrijk. Hoe ver reikt daarin de grens tussen feit en fictie?
“Die grens is bewust vaag. ‘Klagende kampeerders sterven sneller’ vertrekt vanuit echte gebeurtenissen. Een camping in Frankrijk, gekke anekdotes, mensen die zich plots helemaal anders gedragen dan in het dagelijkse leven… En ja, ook een man die mij ooit echt bij mijn kraag heeft gegrepen. In het boek geef ik hem een kopstoot terug, dat is dan weer fictie. (lacht) Wat ik fijn vind, is dat je als schrijver die vrijheid hebt om de realiteit te vervormen. Laat de lezer maar twijfelen: wat is echt gebeurd en wat niet? Het is veel leuker als de lezer zelf probeert te achterhalen wat echt is. Die grens opzoeken houdt het spannend, voor mezelf én voor de lezer.”

Je combineert je schrijverschap, dat veel tijd en toewijding vraagt, met een fulltime job als leerkracht. Hoe krijg je dat allemaal gecombineerd?
“Het is soms wel zoeken, maar ik probeer het niet te zwaar te maken. Schrijven is voor mij ook ontspanning. Het is iets wat ik heel graag doe, dus het voelt zelden als een opgave. Natuurlijk heb je drukkere periodes, bijvoorbeeld wanneer je een deadline hebt of wanneer het schooljaar op volle toeren draait, maar dan probeer ik bewuster momenten te kiezen waarop ik kan schrijven.”

Ben je iemand van vaste schrijfroutines of laat je het afhangen van momenten van inspiratie?
“Ik heb het al vaak geprobeerd, een vaste routine, echt waar. Dan zet ik in mijn agenda: elke avond van negen tot tien schrijven, en in het weekend elke ochtend van tien tot twaalf. Maar de realiteit is dat dat niet altijd lukt, zeker niet in combinatie met lesgeven. Die afspraken in mijn agenda helpen me wel om eraan te denken, om de druk een beetje op te bouwen. Maar het blijft een streven, geen vaste gewoonte. De echte grote schrijffasen gebeuren in de schoolvakanties. Tijdens het schooljaar voeg ik dan vooral kleine dingen toe, herlees ik of werk ik passages bij. Wat ik wél probeer te doen: ook al ben ik moe of heb ik weinig inspiratie, toch even gaan zitten, nalezen, één zin toevoegen. Dan blijft het verhaal leven.”

Je werkt dagelijks met taal en literatuur in de klas. Heeft dat invloed op je eigen stijl of themakeuzes als auteur?
“Ja, ongetwijfeld. Je bent als leerkracht elke dag bezig met hoe iets overkomt op leerlingen: wat werkt, wat minder, wat is helder of net niet? Dat doet ook wel iets met je schrijversbrein. Ik zie waar leerlingen afhaken of net geboeid raken, en dat neem ik soms mee in mijn eigen werk. Het is wel niet zo dat ik daardoor helemaal anders ga schrijven, ik probeer nog steeds zo trouw mogelijk te blijven aan mijn eigen schrijfstem.”

Je noemt Stephen Fry en Filip Joos als recente favorieten. Wat leerde je uit hun stijl of thematiek?
“Ze zijn beiden heel anders, maar ik leer van alle twee wel iets. Stephen Fry bijvoorbeeld is echt van alle markten thuis: schrijver, acteur, filosoof, spreker… Hij heeft een ongelooflijk brede bagage én schrijft toegankelijk zonder oppervlakkig te zijn. Zijn hervertellingen van de Griekse mythologie, zoals ‘Mythos’ en ‘Troje’, zijn meesterlijk. Die zitten vol humor en tegelijk zit er zoveel kennis onder. Dat bewonder ik. Filip Joos is dan weer iemand die sport en taal op een unieke manier combineert. Zijn columnbundel ‘Pleinvrees’ was voor mij een openbaring: hoe sportjournalistiek ook literair kan zijn. Hij overstijgt het klassieke verslag en schrijft heel beeldend. Ik had hem daarover gemaild, op goed geluk, want hij zit niet op sociale media, en tot mijn verbazing kreeg ik na enkele weken een reactie. Hij vond het moeilijk om op lof te reageren, maar hij is dan uiteindelijk zelfs op school komen spreken. Niet over sport, maar over lezen en schrijven. Heel inspirerend.”

Je vierde boek is in de maak: ‘Soms kunnen baby’s vliegen’. Daarin schrijf je over een auteur in crisis. In hoeverre is dat personage een spiegel van jezelf, of juist een bewust gecreëerde tegenpool?
“Ik denk dat het onvermijdelijk is dat er stukjes van jezelf in een personage sluipen, ook al probeer je dat niet. Je schrijft nu eenmaal vanuit wat je kent: je eigen ervaringen, emoties en gedachten. Mensen die me kennen herkennen waarschijnlijk bepaalde trekjes of reacties. In ‘Klagende kampeerders sterven sneller’ was dat sterk het geval: dat verhaal is grotendeels autobiografisch, met mijn eigen gedrag en gedachten, hier en daar aangedikt, als basis. ‘Soms kunnen baby’s vliegen’ vertrekt wél van een persoonlijke ervaring, namelijk het moment dat ik in de bus een baby letterlijk de lucht in zag vliegen. Maar vanaf dat punt is het volledig fictie. Soms schrijf ik zelfs over reacties die ik zelf nooit zou hebben. Dat geeft me de vrijheid om het verhaal alle kanten op te sturen en een eigen dynamiek te geven, zonder dat het over mij hoeft te gaan.”

Hoe zie je de balans tussen lesgeven en creatief werk evolueren in de komende jaren?
“In Vlaanderen kunnen maar heel weinig auteurs volledig leven van hun pen. Het lijkt me daarom realistisch om te verwachten dat er op dat vlak weinig zal veranderen. Op dit moment ben ik fulltime leerkracht en combineer ik dat met schrijven. Sinds vorig schooljaar sta ik ook op de website van Literatuur Vlaanderen, wat me de kans geeft om lezingen te geven op scholen en in bibliotheken. Dat vind ik ontzettend leuk, vooral omdat ik zo mijn passie voor lezen en schrijven kan delen met anderen. Of ik ooit volledig zou willen overschakelen naar het schrijverschap, dat heb ik niet in de hand. Ik moet vooral de kans krijgen voor dat een keuze wordt. Maar eerst: boek vier afwerken.”

MEER INFO
Instagram: @arnevdlinden

Foto: Rune Smets

Meer lezen van Rune Smets

Meer Opvallende bezigheden

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.