Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
GEEL – Mensen met een verslaving helpen door hun eigen ervaring te delen: de ervaringsdragers van de Verslavingskoepel doen het. Onder begeleiding van coördinatoren met enerzijds ervaringskennis en anderzijds professionele kennis kan dat op zowel individueel als groepsniveau. De aanpak is uniek in België en de vzw hoopt het uit te breiden naar andere regio’s. “Ik heb de meeste hulp gekregen in de lotgenotengroepen.”
De Verslavingskoepel in Geel werkt samen met verschillende organisaties in het arrondissement Turnhout – zoals onder andere de vier ziekenhuizen, de OCMW’s, het CAW, het CGG, de mobiele teams van Netwerk Geestelijke Gezondheidszorg, ’t Kader, het MSOC en huisartsen – en ervaringsdragers om mensen met een verslaving en hun naasten te helpen. Die ervaringsdragers zijn er bijvoorbeeld na het afkicken, met gidsgesprekken en lotgenotengroepen om ervaringen te delen. In sommige gevallen kan het een doorbraak zijn richting herstel. Magali D’hont (30), coördinator met ervaringskennis bij de Verslavingskoepel, en ervaringsdrager Sofie Loos vertellen wat deze unieke aanpak precies inhoudt.
Wat betekent het om ervaringsdrager te zijn?
Sofie Loos: “De eerste persoon met een verslaving waarmee ik als ervaringsdrager gesproken heb, was zó blij om mij te zien. Puur omdat ik ook ervaring heb met gebruik. Dat was voor hem meteen een herkenningspunt. Uiteindelijk is hij ook naar de lotgenotengroep beginnen komen en vond hij daar echt zijn plekje, wat mij dan ook weer een goed gevoel geeft. Ik heb zelf een verslaving achter de rug van meer dan tien jaar. Tijdens mijn opname in ’t Kader in Geel kwam ik in contact met de Verslavingskoepel en één van de lotgenotengroepen. Dat lag mij wel. Als je iets meemaakt of je hebt een slechte week gehad, kan je dat delen met de groep. Daarna zullen zij hun eigen ervaringen of manier van omgaan met bepaalde zaken delen. Voor mij is dat enorm helpend in mijn herstel. Als ze mij na het afkicken gewoon zo thuis hadden gezet, zonder enige hulp achteraf, zou het wel heel moeilijk geweest zijn. Ik ga naar zo’n twee à drie lotgenotengroepen per week. Dat is natuurlijk een persoonlijke keuze en afhankelijk van wat je zelf nodig hebt. Ik heb het echt nodig.”
Waarin schuilt de kracht?
Sofie: “Mensen die zelf een verslaving hebben meegemaakt, begrijpen je gewoon veel beter vergeleken met mensen die nooit verslaafd zijn geweest. Als ervaringsdrager heb je veel herkenpunten voor mensen met een verslaving, waardoor zij makkelijker het gesprek durven aangaan. Ik heb zelf in dat wereldje gezeten, dus ik weet wat het is.”
Magali D’hont: “Dat de ervaringsdragers op een veilige manier aan de slag kunnen en alles mooi in elkaar past, is voor ons enorm belangrijk. Ervaringsdragers zijn hoopverleners, geen hulpverleners. Niet elke lotgenoot is geschikt om hulp te bieden en lotgenoten zomaar laten doen, zou onveilige situaties kunnen opleveren. Sofie bijvoorbeeld heeft haar eigen verhaal en herstel, en dat blijft op de voorgrond staan. Als coördinator met eigen ervaringskennis begeleid ik de ervaringsdragers samen met mijn collega Tinne Houtmeyers, die dat vanuit haar achtergrond als hulpverlener doet. Wij matchen mensen aan elkaar op basis van leeftijd en de middelen die ze gebruikten. Dat is een doordachte aanpak en was ook het geval bij Sofie. Dat maakt dat zij zich heel hard kon herkennen in het verhaal van de persoon met wie zij sprak en dat dat wel even kan binnenkomen. Dan is het belangrijk dat wij er zijn om haar te begeleiden en te luisteren naar wat zij nodig heeft.”
Hoe ziet die begeleiding er verder uit?
Magali: “Wij zorgen voor kennismakingsgesprekken, een basisopleiding en intervisies. Dat is een unieke aanpak in België. Wij zijn de enige regio die het op deze manier doet. We hopen structurele financiering te krijgen door aan te tonen dat het ook werkt in andere regio’s. We zijn daarom nu eerst aan het kijken of het in Limburg kan toegepast worden. Ook in andere regio’s kijken we wat mogelijk is.”
Hoe belangrijk is het om begrepen te worden tijdens het herstel van een verslaving?
Sofie: “Enorm belangrijk. Je kan wel tegen familie of vrienden zeggen dat je een slechte dag had en weer wil gebruiken, maar hun eerste reactie gaat dan meteen zijn dat je dat niet mag doen. Als ik datzelfde tegen een lotgenotengroep vertel, zullen zij het wel begrijpen. Want zij maken het ook mee. Ik heb de meeste hulp gekregen in de lotgenotengroepen. Ze helpen mij om nuchter te blijven. En ik vind mijn leven nuchter zoveel leuker, ik zou het niet meer anders willen. Het kan wel confronterend zijn als je andere mensen hoort vertellen wat ze gedaan hebben en het je laat denken aan je eigen ervaring. Maar dan kan ik terecht bij Tinne of Magali. Uiteindelijk heb ik al waardevolle vriendschappen overgehouden aan de lotgenotengroepen en haal ik er veel uit. Ik hoop als ervaringsdrager hetzelfde te kunnen betekenen voor anderen.”
Magali: “We hebben in 2025 over heel het arrondissement Turnhout 5.751 aanwezigen gehad in de lotgenotengroepen, waarvan er 522 voor de eerste keer kwamen. Vanuit de context, de familie en naasten, waren dat er 557. Er waren ook 67 professionelen aanwezig. Zelf merk ik vanuit enerzijds mijn ervaringskennis en anderzijds mijn kennis als sociaal werker dat beide soorten kennis vaak lijnrecht tegenover elkaar staan. Bij een hulpverlener kan er snel een vertrouwensbreuk ontstaan als die je beschuldigt van het zoeken naar excuusjes, terwijl een ervaringsdrager je juist kan confronteren omdat die exact hetzelfde deed. Vroeger was er een grote kloof tussen professionele hulpverlening en lotgenotencontact. Met de ervaringsdragers dichten we die kloof. Wat ook een meerwaarde is, is dat mensen uit de context vaak hun verslaafde geliefde beter begrijpen doordat ze van andere mensen dezelfde dingen horen of tips krijgen die bij hen geholpen hebben. Zelfs mensen die nog verslaafd zijn en gebruiken, zijn welkom in de lotgenotengroepen. Op voorwaarde dat ze de groep niet storen en geen middelen meenemen. De aanwezigheid van iemand die nog steeds gebruikt, zorgt er soms voor dat er een spiegel wordt voorgehouden aan de anderen.”
Sofie: “Je moet echt een klik maken als je wil stoppen. Zolang je die klik niet maakt, zal het lastig blijven. Uiteraard dacht ik tijdens mijn gebruik aan stoppen, maar ik handelde er nooit naar. Dat gebeurt pas wanneer je echt beseft dat je zo niet verder wil.”
Wat is volgens jullie het mooiste aan ervaringsdrager zijn?
Sofie: “Dat je er na je herstel niet meer alleen voor staat en degenen met wie je praat ook niet. Het ontwennen ging in mijn geval vlot. Het moeilijke gedeelte begon daarna. Weer beginnen voelen, beseffen wat je allemaal gedaan hebt. De schuldgevoelens. Pas als je dat weer toelaat, kan je verdere stappen beginnen zetten. Het is mooi als je daarbij de steun kan krijgen van lotgenoten en het samen kan dragen.”
Magali: “Het geeft mensen weer een doel. Dat heb ik zelf ook ervaren. Ik ben hier als deelnemer terechtgekomen en uitgegroeid tot coördinator. Ik heb een opleiding afgerond en sociaal werker geworden, gewoon omdat ik heb mogen proeven van wat het nu juist inhoudt om mensen te helpen.”
MEER INFO
De verslavingskoepel is altijd op zoek naar extra vrijwilligers en mensen de willen proeven van de groepswerking. Meer info via www.verslavingskoepel.be
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.