Bijzondere plaatsen

De Kempense Woestijn werd het Koninklijk Domein

Gepubliceerd: 1 februari 2024  |  Door: Jef Aerts  |  Onderox editie: 238

MOL/RETIE/DESSEL/GEEL – Tussen 1850 en 1950 bezaten leden van het Belgische koningshuis enkele lapjes grond, goed voor – pakweg – 4.500 ha ofte het Koninklijk Domein der Kempen. De vele duizenden bezoekers van de Kempen passeren tegenwoordig, vaak onbewust, op plaatsen die deel uitmaken van deze site. Stuifzand en Regionaal Landschap Kleine en Grote Nete stortten zich samen met diverse onderzoekers en organisaties gretig op dit project wat resulteerde in een imposant boekwerk: ‘Koning in de Kempen’, intussen bekroond met de Erfgoedprijs van de provincie Antwerpen.

Danny Van der Veken, jij kreeg met Walter Raeymaekers, Els Oostvogels, Gonnie Leysen en Janne Lefevere een sterke redactieploeg bij elkaar. Hoe zijn jullie tot het schrijven van een boek gekomen?
Danny Van der Veken: “In 2017 contacteerde Michel Willockx de Kempense erfgoeddienst Stuifzand. Zijn familie is eigenaar van het Koninklijk Paviljoen in Geel Ten Aard. Hij beschikte over stapels archiefstukken, kaarten en beeldmateriaal. Ook Walter Raeymaekers had op zijn manier al een schat aan informatie vergaard. Met die gegevens gingen we ‘multidisciplinair’ aan de slag. Op termijn werden nog andere actoren betrokken, het werd alsmaar boeiender en soms ingewikkelder.”

Het Koninklijk Domein, wat moet ik me daar bij voorstellen?
Danny: “Het gaat hier om een oppervlakte van dik 4.500 ha. Een deel situeert zich ten noorden van de abdij van Postel tot de grens met Nederland en voor een deel in Retie. Een ander deel gaat meer richting Geel Ten Aard. In eerste instantie ging het hier om schrale, arme zandgronden. Tussen 1844 en 1880 bouwden koning Leopold I en zijn jongste zoon Philippe hier een domein uit. De koning had, als lid van een kapitaalkrachtige Duitse dynastie, blijkbaar de drang om in zijn nieuwe vaderland gronden te verwerven. Mogelijk voor een deel om zijn favoriete hobby, de jacht, te kunnen beoefenen.”

Maar voor het overige kon hij met die Groote Heides en podzol bodems niet veel aanvangen?
Danny: “In de eerste plaats koos hij voor de opwaardering van de schamele landbouw. Het werd een soort van kolonisatiedrang. De landbouw was in heel het land in crisis. Honger regeerde. Eén van de eerste ingrepen was een doorgedreven irrigatie. Er kwamen kanalen (Het Kempisch Kanaal, nu Bocholt-Herentals en de Turnhoutse Vaart, nu Dessel-Turnhout-Schoten, nvdr.). De meeste heidevelden waren in die tijd in het bezit van de gemeentes, de heide was belangrijk in het potstalsysteem. Maar er kwamen langzamerhand meer irrigatiesystemen, de vermaarde wateringen. En ook de aanplant van dennen, belangrijk in de mijnbouw, nam toe.”

Dergelijke complexe gegevens distilleren tot één boekwerk, dat kan niet simpel geweest zijn.
Danny: “Wees maar zeker! Het hele proces kwam redelijk traag op gang. We hadden graag fysieke discussies. We zaten ook met een atypische werkgroep, vanuit zoveel disciplines. Het leverde enerzijds pittige discussies op maar anderzijds een mooi evenwicht.”

Als ik de kaarten van jou, Els (Oostvogels, nvdr.), bestudeer, zie je zoveel plaatsen die de mensen wel kennen maar niet beseffen dat het deel uitmaakt van het Koninklijk Domein.
Els Oostvogels: “Kan ik me voorstellen. Namen als de Ronde Put, Woonpark Goor, Het Postels Grootbos, De Dekshoevenvijver, De Europese School, Belgoprocess en NIRAS, de SCK bossen, SCK, VITO of het Prinsenpark doen allemaal belletjes rinkelen.”

Heeft het Hof al gereageerd op jullie realisatie?
Danny: “Uiteraard hebben we hen op de hoogte gebracht en hen ook uitgenodigd op de voorstelling van het boek. Daar konden we ze niet toe overhalen, maar we hebben wel een brief gekregen dat het boek op het Paleis aanwezig is.”

Bij het lezen en herlezen bleek me telkens hoe belangrijk de boswachters op het terrein waren. Goed gezien?
Danny: “Dat heb je inderdaad goed gezien. Dat waren echte dynastieën. Zij hadden een ware ‘helikoptervisie’ over de percelen die onder hun beheer vielen. Aan de hand van hun bewaarde nota’s en werkkaarten kregen we een schitterende kijk op de werken. Het was de lijm om veel gegevens samen te brengen. En het dient gezegd dat het koningshuis goed voor oplossingen gezorgd heeft voor deze families.”

Tot slot, een beetje in de marge, heel recent erkende UNESCO de traditionele irrigatie, ter plekke bekend als de wateringen, als immaterieel cultureel erfgoed. Wijlen ingenieur Ulrich Kümmer zal content zijn, toch?
Janna Lefevere (Stuifzand): “We dienden vanuit ons land het dossier in samen met Oostenrijk, Duitsland, Italië, Luxemburg, Nederland en Zwitserland. Overal beheerden lokale gemeenschappen deze systemen. In Mol kennen we het als de wateringen die zorgden voor graslanden en populierenvelden. Ik was tijdens de uitreiking in Botswana een heel fiere vertegenwoordigster.”

MEER INFO
Het boek ‘Koning in de Kempen’ kost 39 euro is verkrijgbaar in de boekhandel. 

Meer lezen van Jef Aerts
Meer lezen over
literatuurnatuur

Meer Bijzondere plaatsen

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.