Wereldreizigers

Dirk en zijn vrouw Patricia openen boetiekhotel in Spanje

Gepubliceerd: 27 oktober 2022  |  Door: Stijn van Osch  |  Onderox editie: 224

TURNHOUT/BENISSA – Dirk Huygens (55) is een geboren Turnhoutenaar. Als kind liep hij school in het Sint-Pietersinstituut, ging hij naar de jeugdbeweging in het ‘groot’ college en speelde hij tennis bij TTV. Samen met zijn vrienden ging hij regelmatig surfen op de E3-plas. Zijn loopbaan duwde hem later in de richting van Antwerpen, waar hij een mooie carrière als advocaat uitbouwde, maar nu de kinderen alledrie twintigers zijn, kriebelde het om eens iets totaal anders te doen. Samen met zijn creatieve vrouw Patricia opende hij zopas een boetiekhotel aan de Spaanse Costa Blanca: Villa Riu Blanc.

Vertel eens, Dirk, hoe zijn jullie in Spanje terechtgekomen?
Dirk Huygens: “Noem het een samenloop van omstandigheden. Het leven heeft ons hiernaartoe geleid. We hebben altijd wel gedacht dat het mooi zou zijn als je in je leven verschillende dingen kan doen en verschillende paden kan bewandelen, maar tot voor kort zijn we met dat idee nooit aan de slag gegaan. Tijdens mijn studentenjaren aan de universiteit van Namen leerde ik Patricia kennen en na onze studies startten we samen onze carrière en ons gezin. We hebben drie prachtige kinderen, allemaal twintigers ondertussen, en we deden allebei onze job graag. Ik als advocaat en Patricia als notarieel jurist. En voor je ’t weet, nader je de 50 en zit je in de herfst van je carrière. Die periode is voor veel mensen een keerpunt in hun leven. De kinderen zijn volwassen en zijn volop hun eigen leven aan het uitbouwen, en veel mensen nemen dan de tijd om ook eens bij hun eigen leven stil te staan. Voor mij was er nog een extra reden om na te denken over de toekomst. Ik kamp al een hele tijd met gezondheidsproblemen. In die mate dat mobiliteit almaar moeilijker werd en ik mijn beroep als advocaat, wat ik heel graag deed, niet meer fulltime kon uitoefenen. We moesten dus op zoek naar een andere, even deugdvolle invulling van ons verdere leven.”

En die hebben jullie in Spanje gevonden?
“Klopt, al was dat voor ons aanvankelijk misschien een verrassing. We zijn altijd ‘Italië-lovers’ geweest en spendeerden veel van onze zomervakanties in Umbrië of aan het Lago Maggiore. Ik heb ook altijd heel erg van zeilen gehouden, dus bracht ik veel vrije tijd op het water door. Ondanks onze liefde voor Italië zijn we echt voor dit stukje Spanje gevallen. We hebben het ontdekt via vrienden die in Moraira, hier niet ver vandaan, een interieur- en renovatiezaak hebben, en waren meteen verkocht. De Marina Alta is een klein uitstulpend driehoekje op de Spaanse kaart, ongeveer in het midden tussen Valencia en Alicante. Ibiza en Formentera liggen hier voor de kust. Marina Alta is echt een heel mooie en bijzondere plek met groene valleien, prachtige bergen en romantische baaien met kristalhelder water. Je rijdt hier van het ene gezellige dorpje in het andere. Dit is een streek die rust en schoonheid ademt en waar je niet omvergelopen wordt door de vele toeristen. Wist je trouwens dat dit volgens de Wereldgezondheidsorganisatie WHO één van de gezondste streken van Europa is? Dat komt naar verluidt door de lage luchtvochtigheid, de vele pijnbomen en de aanwezigheid van de zoutmeren in de streek.”

En in die oase vonden jullie een nieuwe thuis?
“Klopt. In de heuvels van Benissa, een authentiek dorpje ietwat centraler in de regio, stond een bijzonder huis te koop. Het was een beetje gehavend door de jaren, maar we zagen meteen dat het een ziel had en we waren erg onder de indruk van het fenomenale uitzicht op de groene vallei en de glinsterende Middellandse Zee. Niet onbelangrijk: het huis had ook al de nodige licenties om er een commerciële zaak te starten. Die zijn niet zo gemakkelijk meer te krijgen, dus dat was mooi meegenomen.”

Hadden jullie er nog veel werk aan?
“Toch wel, ik denk dat we ongeveer een jaar nodig hadden voor de renovatie. We hebben gelukkig veel hulp gekregen van onze dochter Claire, die interieurarchitecte is en een eigen zaak heeft in Antwerpen: Atelier Tangier. Ze had eerder ook al ons appartement in Antwerpen gerenoveerd. In juli van dit jaar konden we de deuren van Villa Riu Blanc eindelijk opengooien. “

Wat kunnen bezoekers van jullie boetiekhotel verwachten?
“Het hotel telt vijf ruime suites met ensuite badkamer. Elke ochtend serveren we een heerlijk en gezond ontbijt met lokale producten. Daarna kan je een duik nemen in het zwembad, of genieten van het prachtige uitzicht op een van de gezellige en rustgevende terrassen tussen de wuivende palmbomen. Hier kom je helemaal tot rust, wees daar maar zeker van. We hebben trouwens ook een ‘honesty bar’ met een handvol heerlijke lokale wijnen, zoals die van onze buurman Joan de la Casa. Zijn rode wijn is heerlijk! Weet je, deze streek is erg geliefd bij wielertoeristen. Vooral in de tussenseizoenen slingeren die hier door de sierra’s. Ook golfers zijn in deze streek kind aan huis: Marina Alta heeft heel wat prachtige golfterreinen.”

Het leven in Spanje is voor jullie relatief nieuw. Hoe bevalt het jullie daar?
“Het leven hier is totaal anders dan wat we in België gewend waren, maar het bevalt ons heel erg. Ons leven ziet er helemaal anders uit – ik heb de advocatuur omgeruild voor een leven als hoteluitbater – maar we vinden het heel leuk. We houden van het feit dat we zo kleinschalig zijn en halen veel geluk en voldoening uit het contact met onze gasten. Afgelopen zomer ontvingen we voornamelijk Spaanse gasten, mensen uit Valencia, Murcia of Madrid die er een weekendje tussenuit wilden, maar we zagen ook al Belgen, Nederlanders, Denen en Fransen toekomen. Heerlijk!”

Wat is er zo anders in Spanje?
“In de eerste plaats het tempo. Spanjaarden zijn niet zo opgejaagd, ze leven een beetje trager. Rustiger is misschien een beter woord, want er wordt hier ook hard gewerkt. Alleen is er minder stress en druk. We hebben al mogen ondervinden dat Spanjaarden enorm vriendelijk zijn. En oprecht. Met het risico dat ik een open deur intrap: ook het weer is hier helemaal anders. Marina Alta heeft een heerlijk en uniek microklimaat. De zon schijnt hier zo’n 300 dagen per jaar en zelfs in de winter zie je nog zwemmers in de zee. De bergen in het hinterland buigen zich als een halve cirkel rond het gebied, waardoor de Meseta, de koele winterwinden, worden tegengehouden. Ook in de zomer komt de hitte van het binnenland niet tot hier. Daardoor is de temperatuur hier het hele jaar door bijzonder aangenaam: in de winter wordt het zelden kouder dan 16 graden en ’s zomers kan je vrijwel altijd rekenen op temperaturen tussen 26 en 34 graden.”

Heel moeilijk was het dus niet om jullie aan te passen?
“Eigenlijk niet, nee. Al heeft dat niet enkel met het land en de nieuwe omgeving te maken. Ik ben ervan overtuigd dat we ook net in de juiste fase van ons leven zaten voor deze stap. Het is ook niet dat we in Nieuw-Zeeland wonen. Twee uur vliegen en we staan terug in Antwerpen. Of, als we de stadsomgeving missen: op een uur zijn we met de auto in Valencia. Een prachtige stad.”

Krijgen jullie veel bezoek?
“Best wel. Regelmatig komen vrienden en familie langs. Daar genieten we telkens weer van en daar nemen we ook echt onze tijd voor. Fijn dat dat kan. Ook heel belangrijk voor ons: onze kinderen zijn hier graag en komen vaak langs. Zelf zijn we nog niet terug in België geraakt, maar we plannen om in de winter een weekje of twee op vakantie te komen.”

Heb je al een favoriet plekje daar?
“Goh, ik heb er verschillende. Patricia en ik houden allebei van Benissa. Het dorpje zelf ligt op zo’n vier kilometer van ons hotel, een beetje verstopt langs de carreterra nacional. Het is niet groot, maar heeft zo veel charme. Er zit zo veel leven in dat dorp, dat voel je het hele jaar door. Bijna elke week is er wel een feest voor één of andere patroonheilige of een herdenking aan de oorlog tussen christenen en Moren. Ik kuier er graag door de middeleeuwse steegjes en ga er graag een ijsje eten bij Raquel op het marktplein, met zicht op de machtige Catedral de la Marina Alta. Ik hou ook van de vele mooie baaien langs de kust. Een kwartiertje van hier heb je bijvoorbeeld Cala Advocat en Cala Baladrar, twee kleine, maar prachtige baaien met kraakhelder water. Je kan er heerlijk snorkelen. Er is ook een gezellige xiringuito, een strandbar, waar je verrukkelijke tapa’s kan eten, met een glaasje droge Moscatel, zalige Giro of smaakvolle Bobal (de druivensoorten uit de streek, nvdr).”

Hoe is jullie Spaans ondertussen?
“Dat begint te beteren. Stilaan evolueert ons ‘Jommekes Spaans’, doorspekt met Franse en Italiaanse woorden, naar iets wat op Spaans begint te lijken. Afgelopen zomer kregen we veel Spaanse toeristen over de vloer en dat heeft het proces versneld. Het was of Spaans spreken of gebarentaal. Laat ons zeggen dat we veel geleerd hebben op korte tijd. En ook heel wat afgelachen. Ik herinner me een situatie tijdens onze eerste dagen. Een gast uit Madrid vroeg hoe hij kon betalen en zei iets met dinero. Wij dachten dat het over avondeten ging en repliceerden dapper: ‘no dinero aqui, dinero en Benissa.’ (lacht) Goed gelachen, en hij heeft uiteindelijk toch betaald voor zijn overnachting.”

Ik heb het gevoel dat jullie hier momenteel echt op jullie plek zitten, niet?
“Absoluut. Je kan het moeilijk verkeerd vinden om onder een azuurblauwe lucht een koele vermout te drinken op een terras met zicht op zee. Heerlijk is dat. We voelen ons echt bevoorrecht dat we dit hier en nu kunnen en mogen doen. We zijn alle vrienden en familieleden die ons gesteund en geholpen hebben immens dankbaar.” 

MEER INFO
www.villariublanc.es

Meer lezen van Stijn van Osch

Meer Wereldreizigers

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.