Bijzondere trends

Teun Michiels: Een stemfreak met een missie

Gepubliceerd: 28 april 2026  |  Onderox editie: 263

HOUTVENNE – Teun Michiels (46) begon op zijn negende met zingen en behaalde alle diploma’s als bariton, de lagere mannenstem. Tot hij ontdekte dat hij eigenlijk tenor was, de hogere stem. Die ‘valse’ start is vandaag zijn kompas als stemcoach. “Wat mij is overkomen, wil ik anderen besparen.”

Dag Teun, hoe gaat het met jou?
Teun Michiels: “Het is druk, maar ik vind dat fijn. Ik blijf verbaasd van hoeveel studenten hier langskomen, en van hoe ver ze komen. In het begin voelde dat wel als een grote druk: iemand die van Amsterdam of Parijs naar Houtvenne reist voor één les… Je zegt goeiemorgen, je vraagt hoe het gaat, en voor je het weet ben je al vijf à tien minuten van hun kostbare lestijd kwijt.”

Je noemt jezelf stemfreak, mogen wij jou zo noemen?
(Glimlacht) “Ja, je mag me gerust een stemfreak noemen, in de positieve zin dan. Onlangs nog zaten we in een restaurant. Ik zag meteen dat de sommelier een zangerslijf had: breed gebouwd en een krachtige uitstraling. Ik zei dat tegen mijn gezelschap en even later vroeg ik het hem gewoon: ‘Zingt u?’ Hij keek alsof hij door de bliksem getroffen was, maar het klopte. Hij had vroeger musical gezongen.”

Was het altijd je droom om stemcoach te worden?
“Bijna iedereen die zang studeert, droomt ervan om zanger te worden. Maar lesgeven is altijd mijn tweede natuur geweest. Op m’n 16de gaf ik al pianolessen. Ik kon nog niet goed genoeg zingen. Dat parcours bleek achteraf gezien wel eentje met een serieuze hobbel.”

Wat is jou dan overkomen?
“Ik begon met zingen op mijn negende. Op mijn 27ste zong ik nog altijd als bariton, want dat had iedereen mij al die jaren verteld en geleerd. Ik had alle diploma’s die je als zanger kan halen. In een masterclass hoorde ik plots dat er iets niet klopte. Ik bleek eigenlijk tenor te zijn. Dat sloeg in als een bom. Hoe kon dat zo lang fout lopen? Er ontbrak gewoon kennis over de stem, zeker in de wereld van de klassieke zang.”

En toen besloot je anderen te helpen?
“Ik ben beginnen zoeken via congressen en opleidingen naar hoe de stem werkt. En één antwoord roept meteen een nieuwe vraag op. Hoe meer je leert, hoe meer je beseft dat je niets weet. Elke dag ontdek je iets. Zo merkte ik ook hoe belangrijk het is om samen te werken met logopedisten en neus-keel-oorartsen. Je krijgt directe feedback. We sturen mensen naar elkaar door. We bespreken concrete gevallen. Dat is eigenlijk intervisie, zoals bij psychologen en artsen.”

Je zit hier dus niet alleen in je studio?
“Neen, ik zit hier niet alleen. Aan de overkant werkt Liesbeth, de logopediste en stemtherapeute. Ik heb jaren gezocht naar iemand zoals zij. Ze is even leergierig als ik, dat moest echt kloppen voor ik iemand zou aannemen. Niet iedereen die bij haar langskomt, volgt zangles bij mij. Nko-artsen sturen mensen rechtstreeks door naar Liesbeth, en anderen belanden hier via collegazangers of koren. Zij koppelt daarna terug met de juiste zangleerkracht. Zo bouwen we samen die topsportzorg waar ik zo in geloof.”

Is zingen dan een topsport?
“Absoluut. Dat wordt al jaren gezegd. Maar zeker vroeger werd dat niet altijd zo ingevuld. We riepen het vooral om onszelf gerust te stellen: ‘We hebben hard gewerkt.’ Maar op professioneel niveau klopt het helemaal: je moet je instrument hetzelfde beheersen als een atleet zijn lichaam. Wat zangers niet kennen, is de topsportzorg die bij sporters vanzelfsprekend is: paramedische begeleiding, mentale coaching. In het conservatorium kreeg ik dat nooit mee. Terwijl je bij tennis of voetbal altijd een coach en een medisch team klaar hebt staan.”

Een zanger die zoals een voetballer tijdens de wedstrijd op het veld gaat liggen…
“Nee, dat gebeurt gelukkig niet. Maar zangers hebben soms ook stemzorg op locatie nodig, zoals sporters die tijdens een match meteen behandeld worden. Er rust nog altijd een taboe op zeggen: ‘mijn stem zit niet goed’ of ‘ik voel me niet goed’. Zingen is niet alleen een artistieke bezigheid, maar ook een fysieke en mentale. Daar praten we nog veel te weinig over.”

Kan iedereen zingen?
(Resoluut) “Ja! Tenzij je toondoof bent, maar dat is maar 1 à 2% van de bevolking. Iedereen kan leren zingen. Mensen zeggen vaak: ‘Ik kan niet zingen.’ Dat zegt vaak meer over hoe ze naar zichzelf kijken dan wel over hun zangkwaliteiten.”

Wat is je grootste ambitie?
(Denkt na) “Doceren aan een conservatorium. Om ook de volgende generatie zangers en zangdocenten te inspireren. Mijn ambitie als leraar is maximaal, mijn dedication ook, net als mijn liefde en mijn passie.”

Geen droom om toch ooit zanger te worden?
“Ik ben nog altijd een zanger en ik zal altijd blijven zingen. Maar mijn beroep is docent. En mijn missie is duidelijk: wat mij is overkomen, wil ik anderen besparen.”

Tekst en foto: Amelie Van Bogaert

Meer lezen over
maatschappij

Meer Bijzondere trends

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.