Talent van eigen bodem

Jonas Vermeulen: pendelt tussen de superette en het theater

Gepubliceerd: 27 oktober 2025  |  Door: Dominique Piedfort  |  Onderox editie: 257

GROBBENDONK/ANTWERPEN — Wie naast een acteur ook een alleskunner zoekt, mag altijd met Jonas Vermeulen bellen. Op VRT 1 is hij momenteel te zien in ‘Kassa kassa’. Zijn jaareinde staat verder in het teken van de voorstelling ‘Opus Apparatus’, een mix tussen een concert en theater. Vanuit Grobbendonk is Jonas al een tijd neergestreken in Antwerpen. Op een grijze zaterdag spreken we met hem af op de Dageraadplaats.

Kassa kassa’ vertelt het verhaal van buurtsupermarkt Stans. De gloriedagen zijn voorbij, een overname lijkt een noodzaak. Jonas speelt de rol van magazijnier Wim, een unhappy single zou je kunnen zeggen. Bij Stans komt hij onder meer manusje-van-alles Ivo tegen, gespeeld door Arendonkenaar Herwig Ilegems.

Heb je zo’n superette misschien zelf gekend in of rond Grobbendonk?
Jonas Vermeulen: “Zeker wel. Ik herinner me als kind ‘Den Bierinckx’, dat was op het Astridplein. Ik weet niet of de zaak nu nog bestaat. Je kwam daar altijd dezelfde mensen tegen die de winkel draaiende hielden. Ik vond dat koddig. Ik heb de indruk dat die winkels stilaan overal aan het verdwijnen zijn. En dat is jammer, zeker voor de mensen uit de buurt had dat een waarde.”

De reeks is al te zien op Streamz en kreeg een paar slechte recensies. Onterecht, vind ik. Dit is een pure en herkenbare Vlaamse tragikomedie.
“De reeks moest warmte uitstralen, dat was de bedoeling. De toon moet verschillende kijkers kunnen samenbrengen. Iets om samen met je kinderen naar te kijken, dat vooral. Met tv is het altijd wat uitkijken op wat je juist toezegt. Want alles is op dat moment nog in de maak. Hier waren de namen van de acteurs voor mij doorslaggevend. Van Herwig Ilegems heb ik nog les gekregen. We komen elkaar vaak tegen, maar we hadden nog nooit samengewerkt. En ik vind het altijd gezellig om een Kempenaar op de set tegen te komen, zoals onlangs met Ben Segers. Daar zit toch altijd een soort humor in die je herkent, alsof je samen met je jeugdvrienden op stap bent. Ik heb totaal geen band met het Arendonk van Herwig en Ben. Het is wel gezellig om dat Kempense accent nog eens dichtbij te hebben.”

Zeg je tegen zo’n reeks ja om als acteur alles in balans te houden? Om acteren voor een tv-publiek af te wisselen met theater?
“Ik vind die afwisseling sowieso tof. Niet alleen om voor een ander publiek te kunnen spelen. Ook om uiteenlopende karakters te mogen neerzetten. Je steekt er altijd iets van op. In het geval van ‘Kassa kassa’ was het voor mij leuk om eens iets komisch te doen. Dat had ik nog nooit gedaan. Ik vond het bevrijdend en verrassend. Het vraagt om een andere sfeer, een andere ingesteldheid. Dat speelse kan ik meenemen naar de rollen die daarna kunnen komen. Voor iets komisch moet je, naast het scenario, meer voor het moment zelf kiezen. Wat is de energie tussen de spelers? Hoe vallen de dingen qua timing? Het leert je om op een andere manier na te denken. Zo zijn er bij ‘Kassa kassa’ leuke dingen ontstaan terwijl de scène eigenlijk al voorbij was. Ik vind humor heel spannend. Gaat het lukken of niet lukken? Als je een komische reeks wil verkopen, komt er toch een soort puntensysteem bij kijken. Zoals: hoe vaak hebben de mensen per aflevering moeten lachen?”

Jouw vader Geert was bij De Nieuwe Snaar een echte komiek op het podium. Heb je van hem veel opgestoken?
“Absoluut. Ik ben daar vaak in ondergedompeld. Alle kinderen gingen ook mee naar de voorstellingen in die culturele centra, daar mochten we dan zelf spelen.” (lacht)

Nu ben je zelf een jonge vader. Hoe gaat een acteur om met de korte nachten?
“Die combinatie is inderdaad niet simpel. Zeker als je zelf iets aan het creëren bent. Twee jaar geleden heb ik de solovoorstelling ‘Walden’ gemaakt. Dat was kort na de geboorte. Je moet voor zo’n voorstelling dan bijna helemaal verdwijnen, je daar totaal in inleven. Dat gaat nu minder makkelijk. Ik denk niet dat ik dat nog wil, mezelf maandenlang opsluiten. Die verhouding blijft een zware zoektocht.”

Eind november gaat bij Campo in Gent ‘Opus Apparatus’ in première, de derde voorstelling die je maakt met Boris Van Severen. AI zou de rode draad zijn.
“Om AI kunnen we niet heen. Maar het is eerder een kapstok om het over meer te kunnen hebben. Hoe kunnen we onze eigen omgeving vormgeven? Wat is de band tussen de schepper en de schepping? We zagen veel parallellen met het begin van de jaren 70: een bewustzijn rond het klimaat of een wereld vol gekke figuren. David Bowie zong toen als Ziggy Stardust over de space race. Muzikaal en artistiek is dat voor ons een inspiratiebron. Hij blijft een gigantische held en een voorbeeld.”

AI zorgt ook voor actrices of muziekgroepen die eigenlijk niet bestaan. Voelt dat aan als een bedreiging?
"Ik denk dat die bedreiging zich meer in de bedrijfswereld afspeelt. Denk aan het maken van reclamespotjes. Moet die jingle nog komen van een echte muzikant? Moet de stem nog komen van een echte acteur? Ik heb daar al over gehoord. Een stem van een acteur die wordt opgenomen. En dan als een soort chatbot wordt gebruikt. Toch voel ik geen paniek. Ik denk dat andere revolutionaire uitvindingen ook gepaard gingen met stress. Maar ik denk dat we allemaal menselijk contact zullen blijven opzoeken. Dat zullen we altijd nodig hebben. Je merkte dat tijdens corona. De hele theaterwereld viel stil. Sommige gezelschappen kwamen af met alternatieve manieren om een voorstelling te presenteren. Er waren collega’s die dachten dat het echte theater voorbij was. Dat heb ik nooit geloofd. En dat merk je nu ook. Er is nog altijd een groot publiek dat kiest voor teksttheater. Wat niet wil zeggen dat je in het theater geen creatieve of innovatieve dingen mag opzoeken. Maar het publiek zal altijd voor dat menselijke contact blijven kiezen. Net zoals in de buurtsupermarkt. (lacht) Al zullen ze door AI misschien sneller bedot geraken. Want wat is dan echt en wat niet?”

Schetst de voorstelling een toekomstbeeld?
“We hebben wel een ambitie. Om met de voorstelling vooral hartelijkheid uit te dragen. We staan met een groepje van vijf mensen op het podium. Dat is een mooie bende om naar te kijken. We willen vooral die menselijkheid een plek geven.”

Met zo’n groepje brak jij door. Psycho 44 uit Grobbendonk schopte het in 2010 tot de finale van Humo’s Rock Rally.
“Ik heb al lang goesting om met muziek nog eens iets te doen. Ik heb thuis een paar dingen liggen. In theater kan ik natuurlijk ook wel muziek kwijt. Maar puur als muzikant op een podium staan, dat is onvergelijkbaar. Dat blijft toch een plannetje.”

Als Pommelien Thijs de combinatie tussen acteren en muziek aankan, dan jij toch ook?
“Ja, maar volgens mij heeft zij nog geen kinderen. (lacht) Nee, wat die allemaal voor elkaar krijgt, dat vind ik echt verbluffend. Komt zij trouwens niet uit de Kempen? Ze was toch de eerste kinderburgemeester van Nijlen?”

Volgens mij woont ze tegenwoordig in Berchem. Kempenaars die uitwijken naar de stad krijgen vaak dezelfde vraag: wanneer kom je terug? Hoe zit dat voor jou?
“Ooit weer in een omgeving gaan wonen die niet stedelijk is, dat kan ik mij wel inbeelden. Al hoeft dat niet in de Kempen te zijn. Voorlopig is het fijn om alles dichtbij te hebben. Nog even snel daar iets gaan eten of toch nog naar die ene voorstelling. Dat kan hier allemaal. Al is er soms wel een vertekend beeld. In Antwerpen kan je ook in een kleine bubbel leven. Toch blijf je er voeling hebben met andere culturen.”

Dat maak je zelfs in je eigen gezin mee. Je bent samen met Anastassia Savitsky, een danseres en theatermaker met Wit-Russische roots. Dan moet je thuis over meer praten dan over het weer van de dag, toch?
“Absoluut, maar het is wel moeilijk om de schoonfamilie te bezoeken. (lacht) Ik vind het op zich wel fijn om daar naartoe te gaan. Maar er zijn natuurlijk Europese sancties tegen het land, dat maakt het lastig.”

Ik zag pas nog de voorstelling ‘Adam en Eva zeggen sorry’, van Tom Van Dyck en zijn vrouw Alice Reijs. Samen op een podium met je vrouw. Is dat nog een plan?
“Ja, we vinden het zelfs een leuk plan. We vragen ons wel af wanneer we dat kunnen realiseren. We denken aan een dubbel programma. Ik kom uit de theaterwereld, haar wereld is de dans. We vinden elkaars disciplines enorm interessant. Ik zou dan iets voor haar maken en zij iets voor mij. Zo kunnen we elkaar wat uit onze comfortzone halen. Dat is zeker een plan voor de toekomst.”

Niet voor 2026 misschien. Er zou een tweede seizoen aankomen van ‘Kassa kassa’ en Opus Apparatus loopt nog tot mei volgend jaar.
“Klopt, en met de ploeg van FC Bergman komt er volgend jaar nog een creatie aan in Parijs. Die zou daarna naar hier komen.”

Dat is het gezelschap met Stef Aerts uit Beerse. Voor hun voorstelling The Sheep Song kroop je vrijwel letterlijk in de huid van een schaap. Staat zoiets je weer te wachten?
“Ik zou het niet weten, met FC Bergman kan het alle kanten uit.”

MEER INFO
Kassa kassa’ is elke woensdag te zien op VRT 1 om 20.55 uur, en op Streamz en VRT MAX. Opus Apparatus staat op 12 en 13 december in het Toneelhuis in Antwerpen. www.toneelhuis.be

Meer lezen van Dominique Piedfort
Foto's gemaakt door Griet Verwaest
Meer lezen over
televisietheater

Meer Talent van eigen bodem

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.