Bijzondere plaatsen

Figurentheater Propop bestaat 50 jaar

Gepubliceerd: 24 februari 2026  |  Door: Delia Filippone  |  Onderox editie: 261

TURNHOUT – Al 50 jaar brengt figurentheater Propop in Turnhout poppen, en nog zoveel andere dingen, tot leven. Hun Poppenzaal bestaat ook al 40 jaar. Ruud Alles begon er destijds mee, enkele jaren geleden nam zijn dochter Charlotte Alles (42) het van hem over. “Ik denk dat wij op deze manier een stukje traditie en vakmanschap kunnen laten voortbestaan.”

Ik wandel binnen in het Turnhoutse figurentheater Propop, en beland meteen in een gezellige chaos. Er is net een schoolklasje op bezoek, dat naar één van de oudere voorstellingen komt kijken. In het bijbehorende café prijken de affiches van alle voorstellingen die er ooit gespeeld zijn. Dat zijn er heel wat. Charlotte Alles groeide op in en met het figurentheater. Ze nam uiteindelijk zelfs de fakkel over van haar vader.

Was dat een voor de hand liggende keuze?
Charlotte Alles: “Toch niet. Ik heb heel lang gezegd dat ik dat niet ging doen. Maar ik ben wel altijd bezig geweest met theater. Ik speel al sinds mijn elfde toneel, in allerhande groepen. Ik heb zelf ook jongerengroepen opgericht. Daarnaast was ik veel bezig met knutselen en tekenen. Ik ben verder gaan studeren in de beeldende kunsten en studeerde daarin af. Toen dacht ik: wat nu? Ik kon in een café gaan werken en proberen in de tussentijd wat kunst te maken. Of ik kon hier zowel met theater bezig zijn als met beeldende kunst. Ik ben hier opgegroeid. Mijn vader is er destijds een beetje ingerold, zal ik maar zeggen. Hij komt van Nederland en is in België komen wonen. Hij kreeg de vraag of hij samen met zijn toenmalig lief een vormingstheater kon geven voor jongeren. Ze zijn dan heel kleinschalig beginnen knutselen en maakten poppen. Dat bleek een succes en er kwam al snel de vraag om ook iets voor kleuters te doen. Ze repeteerden op verschillende plekken, zelfs ergens in een loods. Tot dit pand hier vrijkwam. Vanachter was er een oude timmermansloods, dat werd dan ons huis. (lacht) Eerst was er alleen maar de zaal. Het café was er nog niet. Nog later werd de koer overkapt zodat de mensen niet door de regen moesten om naar de zaal te gaan. Zo groeide het steeds en ondertussen zijn we 50 jaar verder.”

Is deze theatervorm nog goed gekend?
“Poppentheater lijkt meer en meer te verdwijnen. Al merk ik de laatste jaren toch een kleine opwaardering. Ik denk dat wij op deze manier een stukje traditie en vakmanschap kunnen laten voortbestaan. Al zijn we niet per se ouderwets. We blijven vooruitdenken, evolueren en moderniseren. Maar er zijn bepaalde dingen die ons vak als poppenspeler kenmerken en die willen we bewaren. In Vlaanderen is er bijna geen klassieke poppenkast meer te zien. Er zijn ook niet zo veel figurentheaters over. Het is wel kenmerkend dat de fakkel van ouder op kind wordt doorgegeven in deze wereld. Ik doe het zelf al 20 jaar. Er zijn voorstellingen die wij al heel lang spelen, zoals bijvoorbeeld ‘Stapel’. Die dateert van 1992. Wij hebben een heel arsenaal aan voorstellingen, die wij heel vaak hernemen. Ons publiek wordt snel te groot, naar Stapel kunnen ze kijken tot ze 2,5 jaar zijn. Vanaf dan hebben wij andere voorstellingen in de aanbieding. Stapel blijft redelijk universeel, andere voorstellingen zijn dan weer wel gedateerd. Elk jaar proberen we ook een nieuwe voorstelling te maken die dan vertrekt voor een hele tijd. Sommige voorstellingen blijven we lang spelen, andere minder.”

Je moet je hiervoor wel heel goed in de leefwereld van kinderen kunnen verplaatsen, lijkt me.
“Ja, maar dat leer je al doende. Bij heel kleine kindjes moet je niet afkomen met te talige voorstellingen, want dan haken ze af. De voorstellingen voor kinderen vanaf 2 jaar bevatten heel weinig taal. Het zijn ook geen sterke verhalen, eerder concepten. Zo spelen we een oude voorstelling die gaat over een popje dat wil dat de poppenspeler vanalles bouwt met de blokken. Dat is het verhaal. Maar tegelijkertijd gebeurt er heel veel en is het visueel heel leuk voor de kinderen. Naarmate ze in de lagere school komen, hebben ze meer baat bij een sterker en taliger verhaal. Maar ook dan zijn niet alle voorstellingen even talig, maar eerder visueel, bijvoorbeeld.”

Taartendief, Graaf en Kleine Held. Het zijn enkele van de namen van de voorstellingen die jullie spelen. Welke speel je zelf?
“Ik speel zelf Stapel, Control X, BeestIG, Sinterklaas Kapoentje, Taartendief, Ati, Graaf en Kleine Held. Ik heb ook nog Plastic Soep gespeeld, Het Waait en De Zandman. Bijna alles uit ons huidige programma, dus. (glimlacht) We hebben in totaal zes spelers en een best druk jaarprogramma. We zijn daarnaast een reizend theater en gaan dus ook op locatie spelen. We verzinnen alles zelf, het zijn allemaal eigen voorstellingen. Zelf theater spelen is echt de basis voor mij. De administratie en het geregel neem ik erbij omdat het niet anders kan. (lacht) Maar theater blijft mijn grote passie. Toen ik hier begon, dacht ik dat ik gewoon wat theater zou spelen en dingen zou maken. Maar gaandeweg ontdekte ik hoeveel er eigenlijk écht schuilt achter dat poppenspel. Ik geef ook heel veel workshops en dan schrikken mensen wel. Het is toch veel meer ingewikkeld dan ze denken. Er zijn wel wat regels en technieken die je onder de knie moet hebben om dingen tot leven te laten komen. Figurentheater is heel beeldend, heel creatief ook. Je hebt dingen nodig, maar niet altijd veel. Soms kan een klein ding al beginnen leven, dat is ook figurentheater. Inspiratie moet je zeker hebben, maar ook vakmanschap. Er zit echt een sterk vakmanschap achter wat vaak vergeten wordt, terwijl figurentheater dus echt wel technisch is.”

Figurentheater is dus veel meer dan enkel spelen met poppen?
“Zeker en vast. Het bijzondere aan deze theatervorm is dat je heel veel aan het maken bent. In essentie is figurentheater – de naam trekt het wat breder dan poppentheater, omdat wij niet alleen met poppen werken maar ook met andere objecten – veel breder dan men denkt. Je kan alles tot leven wekken, niet alleen maar poppen. Je kan een stukje stof tot leven laten komen. Als je erin doorgaat, kan je op den duur alles laten leven. Maar daar word je soms ook een beetje gek van.” (lacht)

Hoe hebben jullie het 40-jarig en 50-jarig bestaan van de Poppenzaal en Propop gevierd?
“We hebben twee verschillende dingen gedaan. Enerzijds halen we dit seizoen twee echt klassieke en oude poppenkasten boven: Ati en De Stoefpotloden. Die werden niet meer gespeeld, maar het decor en de poppen hebben we nog volledig. Het ziet er misschien niet even fris uit, maar we laten het bewust zo. Het zal uniek zijn om deze soort oude poppenkast opnieuw te beleven. Anderzijds organiseerden we in februari in samenwerking met Creative Factory een tentoonstelling. Het was niet zomaar een overzichtstentoonstelling, we wilden niet gewoon tonen wat we allemaal gemaakt hebben. We tilden het naar een niveau hoger en gingen de confrontatie aan met drie kunstenaars van Creative Factory. Zij lieten zich inspireren door wat ze in ons theater zagen en combineerden dat in hun werken.”

Tenslotte, na 20 jaar zelf in deze wereld te zitten, wat vind je er het mooiste aan?
“Onlangs vroeg iemand me of het publiek hard veranderd is. Het publiek is diverser geworden. Maar kleuters blijven kleuters. Zij blijven verwonderd met grote ogen kijken en duizenden vragen stellen. Het is niet altijd gemakkelijk om zo’n publiek een tijdje bezig te houden, zeker niet alleen. Maar het is zo fijn om het te doen, zowel dingen opbouwen als op het podium te staan.”

Foto’s: Propop

Meer lezen van Delia Filippone
Meer lezen over
theatercultuur

Meer Bijzondere plaatsen

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.