Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
GIERLE/TIELEN/TURNHOUT — Als kind uit een muzikaal gezin in het Turnhoutse Zevendonk wist Rudy Van der Veken (62) al snel dat hij het muzikale pad zou bewandelen. Zijn hart lag bij het slagwerk en dat bracht hem bij tal van grote orkesten. Maar hij lag ook aan de basis van de Tielense Kemp’ner Musikanten, waar hij begon als drummer maar intussen al veertig jaar het dirigeerstokje hanteert.
Muziek zat je in de genen, maar hoe is het allemaal van start gegaan?
Rudy Van der Veken: “Ik wist als kind al dat ik drummer zou worden en al op heel jonge leeftijd had ik mijn eigen drumstel in elkaar gestoken. Zoals wellicht bij elke drummer die in die periode gestart is, bestond dat uit waspoederdozen en -tonnetjes. Vooral die van het merk Dash waren populair. Op mijn achtste ging ik naar de muziekschool in Turnhout en amper een jaartje later maakte ik al muziek met mijn grotere broer. Ik wist dus toen al waar mijn toekomst zou liggen. Op mijn twintigste was ik al afgestudeerd aan het conservatorium in Antwerpen. Ik deed er mijn ingangsexamen op mijn vijftiende en was van alles geslaagd met eerste prijzen in onder meer notenleer, slagwerk, kamermuziek en harmonie. Ook daarna bleef ik me verder scholen, zo volgde ik nog drie jaar muziekgeschiedenis en een jaar contrapunt. Alles wat met muziek te maken had, bleef me wel boeien.”
Intussen was je ook al als drummer aan de slag gegaan.
“Op mijn twaalfde kwam ik bij fanfare de Kempenzonen in Tielen terecht, met een gedreven Eddy Avonds als dirigent. Het was ook een heel leerrijke periode. Op mijn vijftiende startte ik er naast mijn opleiding aan het conservatorium met de begeleiding en opleiding van de slagwerkers binnen de Tielense fanfare. Een van mijn eerste leerlingen was immers Marc Nuyts, nog altijd actief bij de fanfare. Maar er waren heel wat drummers met wie ik werkte die de revue passeerden. Dat waren bovendien de hoogdagen van De Kempenzonen die op muzikaal vlak echt wel topjaren beleefden. Hieruit groeide later ook het Tielens Percussie Ensemble, de eigenlijke voorloper van de huidige drumband. Niets is leuker dan samen musiceren en dat deden we dus op verschillende fronten.”
Je stond ook mee aan de wieg van de Kemp’ner Musikanten, waar je nu al veertig jaar het dirigeerstokje ter hand neemt.
“Eigenlijk zijn de Kemp’ner Musikanten ontstaan uit een gelegenheidsgroepje dat werd samengesteld om een feestje van Roger Janssens in zijn buitenverblijf in de Ardennen op te vrolijken. Met zowat twintig muzikanten studeerden we wat nummers in, vooral luchtige muziek als schlagers en meezingers genre James Last. Dat sloeg aan bij zowel de organisator als bij de muzikanten, dus polste dirigent Eddy Avonds naar de interesse bij de muzikanten om een nieuw orkest op te richten. En zo werden de Kemp’ner Musikanten geboren. Wekelijks gingen we repeteren en we hadden al snel een vast programma. We zagen dat de Egerländermuziek in het Limburgse, maar ook in Noord-Antwerpen, flink aan populariteit won. Dus stortten we ons eveneens op die muziekstijl. Ik ging er van start als drummer en was zo onder meer te horen op de eerste plaat in 1984. Een jaartje later werd ik dirigent. Ik zag in die vier decennia wel een hele evolutie. De oorspronkelijke muziek die we maakten raakte steeds minder in trek, dus hebben we onze pijlen meer gaan richten op de Tsjechische, de zogenaamde Böhmische muziek. Die muziek is veel technischer en voor de muzikanten ook wel fijner om te spelen. We moesten de omschakeling maken, want het aantal optredens was aan het dalen, iets wat ook bij andere gelijkaardige orkesten merkbaar was. Naast het dirigeren heb ik de focus gelegd op het zingen en dat is niet altijd evident. Want mijn Tsjechisch is nu niet zo heel goed. Maar toch krijg ik complimenten over mijn uitspraken en dat is wel leuk om te horen. Ik leer het ook allemaal fonetisch, dus dat maakt het wel werkbaar. In Tsjechië begrijpen ze me toch als ik zing, dus doe ik het ongetwijfeld wel goed.”
Niet enkel de Kemp’ner Musikanten ondergingen een evolutie, ook de blaasmuziek in zijn geheel kende heel wat veranderingen.
“Klopt, en die verdienste ligt toch ook wel voor een stuk bij Vlamo, de organisatie die zich inzet voor de muziek in Vlaanderen. Zo werd er meer ingezet op blaasmuziek en waren er ook aparte wedstrijden. Met de Kemp’ner Musikanten werden we Belgisch kampioen in de hoogste afdeling. Door wedstrijden en kampioenschappen als deze ging het niveau flink de hoogte in. Er is nog steeds heel veel vraag voor optredens en dat doen we maar al te graag, vooral het voor- en najaar zijn populaire periodes waarin we geboekt worden. Het is ook fijn werken met deze groep van muzikanten die eigenlijk heel consistent is. Er is uiteraard weleens iemand die stopt om gezondheidsredenen of om persoonlijke redenen en dan is het niet altijd evident om een vervanger te vinden. Het is immers meer dan alleen muziek spelen, je moet je inwerken in de Tsjechische muziek, het is echt wel een aparte stijl. Gelukkig is er weinig verloop binnen de groep en zitten we met hechte vrienden die eigenlijk allemaal geobsedeerd zijn door deze muziek. We deden al optredens in binnen- en buitenland en hebben heel veel vrienden overgehouden in dit wereldje. Samenhorigheid staat centraal bij ons en de muziek zorgt voor een aparte sfeer, vandaar wellicht dat dit sprookje blijft duren.”
Je bent de jongste jaren vooral bezig met de Kemp’ner Musikanten, maar je doorliep in je muzikale loopbaan tal van andere muziekstijlen.
“Vroeger had ik toch wel elke dag hier of daar een repetitie. Ik was als drummer actief bij het Mols Percussie Orkest en de 2440 Big Band uit Geel, maar als twintigjarige was ik destijds ook de jongste muzikant bij de Vlaamse Opera. Daar heb ik jaren als percussionist gespeeld. En verder werd ik al eens gevraagd bij het BRT Filharmonisch Orkest, de voorloper van de Brussels Philharmonic, bij I Fiaminghi, bij het Orkest van de 20ste Eeuw. Zo speelde ik zelfs op Night Of The Proms en was ik te zien op televisie. Ik had mijn muzikale bezigheid wel doorheen de jaren. Dagelijks bezig zijn met verschillende muziekstijlen, dat maakte het wel boeiend. Telkens weer die switch maken was niet altijd even makkelijk, maar het hield me wel scherp. Het voordeel was dat ik al op jonge leeftijd met verschillende stijlen van muziek bezig was. Dat maakte het zowel interessant als spannend, want een jazzband, symfonisch orkest, opera of mijn ding bij de Kemp’ners hebben allemaal andere aspecten om rekening mee te houden.”
Ook nu je de zestig gepasseerd bent blijf je met muziek bezig?
“Muziek heeft al sinds mijn kinderjaren mijn leven bepaald en eigenlijk doet het dat nog altijd. Er zijn nog de Kemp’ner Musikanten en ik val nog wel eens in bij de fanfare om hen uit de nood te helpen. Ik zou niet zonder muziek kunnen, een leven zonder is voor mij ondenkbaar. Als we op een podium staan, geniet ik daar nog elke keer van. Maar ik ben ook nog actief binnen de organisatie Vlamo als deskundig adviseur voor blaaskapellen en slagwerk. Dat maakt dat ik er extra bij betrokken ben en op de hoogte blijf van wat er in het wereldje gebeurt. Nu ik niet meer als beroepsmuzikant actief ben, geniet ik er minstens evenveel van. Maar dat doe ik ook van mijn partner en van het wassalon dat we ruim tien jaar geleden hebben geopend in onze woonplaats Gierle. Ook dat doe ik elke dag met heel veel plezier.”
Portretfoto: Eddy Leysen
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.