Opvallende bezigheden

“Modelspoorbouwen is zoveel meer dan met treintjes spelen”

Gepubliceerd: 26 oktober 2026  |  Door: Delia Filippone  |  Onderox editie: 268

GEEL/MOL/WESTERLO – Meer dan twintig jaar geleden werd ModelSpoorClub (MSC) De Kempen opgericht in Geel. De club moest enkele keren verhuizen, waaronder naar Mol, maar vond begin dit jaar de weg terug naar Geel. Elke donderdag zijn de leden er nu te vinden in de voormalige meubelzaak Verhaegen, waar ze steeds druk in de weer zijn met het bouwen van indrukwekkende en gedetailleerde modelsporen, -treinen en -landschappen. “Echte treinen verbinden steden, modeltreinen verbinden mensen.”

“Modelspoorbouwen is zoveel meer dan met treintjes spelen”, zegt Eddy Podevijn (70), voorzitter van MSC De Kempen, terwijl we in de voormalige meubelzaak Verhaegen in Geel een kijkje nemen bij de uitgestalde werken van de club. “Het is heel ingewikkeld. Alles is handgemaakt.” In het voorlaatste weekend van september organiseerden ze voor het eerst een opendeurweekend op die nieuwe locatie, waar meer dan duizend mensen op afkwamen om de spoorlandschappen te bewonderen. Van Scherpenheuvel-Zichem en Voneche tot de voormalige Zandtram van Mol en de Grote Markt van Westerlo: er was heel wat te zien.

Maar hoe gaat dat nu juist in z’n werk, dat modelspoorbouwen?
Eddy Podevijn: “Het begint al bij het maken van het onderstel waarop de sporen, de treinen en de landschappen uiteindelijk zullen komen. Dat wordt volledig in hout gemaakt. Belangrijk is om te weten wat je exact wil bouwen. Wij maken op voorhand een ontwerp, met pen en papier. Vervolgens tekenen we de segmenten uit, want je moet zeker zijn dat er bijvoorbeeld geen gebouw op een scheiding van de modules geplaatst wordt. De afmetingen reken je uit, de hoeken meet je, zodat alles mooi in elkaar past. En als dat allemaal gedaan is, kan je beginnen met de sporen te leggen. Die moeten dan aangesloten worden en je moet zien dat de trein overal kan rijden zonder te ontsporen. Als die sporen er liggen, kan je beginnen met de opbouw van het landschap. Soms plaatsen we er duizenden struikjes bij, die ook zelfgemaakt zijn. Dat is dan eerder bandwerk, maar het blijft plezanter om alles zelf te doen. Elke baan heeft een eigen achtergrond, die telkens geschilderd wordt. Zo zijn er dus verschillende aspecten en iedereen heeft een voorkeur voor het ene of het andere. Ik ben bijvoorbeeld eerder technisch ingesteld.”

Wanneer is je passie hiervoor eigenlijk begonnen?
“Op mijn zesde kreeg ik mijn allereerste treintje cadeau. Ik denk ook omdat mijn vader daar graag mee speelde. (lacht) Maar toen was dat iets heel populairs om cadeau te doen. Rond de tijd van Sinterklaas stonden er in alle grote winkels treintjes te pronken en keken wij verlangend naar de vitrines. Tot mijn 14de of 15de was ik er veel mee bezig, daarna heeft het even stilgelegen omwille van de drukte van het leven. Tijdens het bouwen van mijn huis jaren later bleek dat ik wat plaats overhad en begon het weer te kriebelen. In 2007 sloot ik me aan bij de club, nadat ik een krantenartikel gelezen had over de werking en meteen weer zin kreeg om te beginnen. Dat was in de periode waarin ze bezig waren met het project Scherpenheuvel-Zichem, dat uiteindelijk tien jaar heeft geduurd. Nog zo’n groot project van ons is Voneche, dat ongeveer vier jaar in beslag nam doordat de coronacrisis er ook tussenkwam. Modelspoorbouwen neemt veel tijd in beslag. Op enkel een donderdagnamiddag en -avond kan je niet heel veel doen. Velen werken dan thuis verder. Ze nemen dan module per module mee. Maar dan moet je uiteindelijk nog alles koppelen om te testen. Nu hebben we daar veel meer plaats voor, op deze nieuwe locatie, dan vroeger.”

Onlangs organiseerden jullie een opendeurweekend om bezoekers die nieuwe locatie te laten ontdekken, alsook jullie werk.
“Klopt. We mochten meer dan 1.000 bezoekers ontvangen, waaronder ook een heel groot deel kinderen. Voor hen hadden we speciaal een zoektocht opgezet. Ze moesten de Legomannetjes op al onze banen tellen. Ze kregen allemaal een prijs nadat ze het papier ingevuld hadden en waren dus heel blij. Boven hadden we een kinderhoek en speelplaats gemaakt met een springkasteel en glijbaan. Daarnaast was er een oude baan waar ze met de trein konden rijden en houten treintjes voor de allerkleinsten. Maar het meest unieke was natuurlijk onze tentoonstelling. We toonden verschillende werken, zoals het project Scherpenheuvel-Zichem maar ook Voneche. We hebben ook de Grote Markt van Westerlo nagebouwd. Een belangrijke kanttekening is dat wij altijd niet meer bestaande spoorlijnen nabouwen. We moeten telkens historisch opzoekingswerk verrichten vooraleer we beginnen. We gaan dan langs bij bijvoorbeeld heemkundige kringen, vragen plannen op en kijken hoe de situatie nu is. Dat was bij Westerlo ook het geval. Bovenaan plaatsten we foto’s van hoe de huizen er nu uitzien, zodat de mensen het verschil konden zien. Dat zorgde soms voor grappige discussies, wanneer bezoekers een huis denken te herkennen maar dat volgens een andere bezoeker niet klopt. We hebben ook de spoorlijn Dinant-Givet nagebouwd en de Zandtram van Mol uit de jaren ’60. Daarbij hielden we rekening met kleine details, zoals antennes aan de huizen, een mazouttank, een wc buiten, een schommel opgehangen aan een boom. Maar ook de kolenboer die kolen komt brengen, een duivenkot, iemand die toch al een auto en garage had, om echt de tijdsgeest van toen weer te geven.”

Je zou wel uren kunnen kijken om alle details te ontwaren.
“Wij letten echt wel op die allerkleinste details. Het is de bedoeling dat we een zo’n realistisch mogelijk beeld weergeven. Of tenminste van hoe het vroeger was. Bij Scherpenheuvel-Zichem hebben we foto’s uit 1972 genomen om ons op te baseren, van toen de laatste trein gereden heeft. Je hebt er de Maagdentoren, de brug over de Demer die er nog ligt. Aan de hand van een foto hebben we die Maagdentoren volledig nagemaakt, helemaal in 3D en met zelfs de deuken erin verwerkt. In totaal is het werk zestien meter lang. De meeste werken nemen wel veel ruimte in beslag. Als het dan eindelijk af is, is het zo fijn om ermee naar buiten te kunnen komen of op beurzen te gaan staan. In 2024 gingen we met Voneche naar Wieze en met Westerlo naar Dortmund. In 2026 namen we dan weer Voneche en de Zandtram mee naar Nederland. Daar ontmoet je dan weer andere modelspoorclubs. In de buurt hebben we er jammer genoeg niet zoveel. Daarom willen we de deuren openen voor iedereen, ook jongeren. Het is geen speelgoed meer, maar een echte hobby en bezigheid.”

Op het einde van het interview komt ook Jan Ghys, een van de leden van MSC De Kempen, gepassioneerd vertellen over waar hij mee bezig is en hoe het juist allemaal in zijn werk gaat. Hij neemt me weer mee naar boven, waar ook de rest druk bezig is, en toont een grote spoorlijn die nog volop in de opmaak is. Met zijn treinen trekt hij zelfs naar woonzorgcentra. “En elke keer als ik mijn betoog stop, eindig ik met dezelfde zin: echte treinen verbinden steden, modeltreinen verbinden mensen.”

Foto’s: Delia Filippone

Meer lezen van Delia Filippone
Meer lezen over
cultuur

Meer Opvallende bezigheden

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.