Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
DESSEL/RETIE – Als één van de enige overgebleven koperslagers in België kan Theo Alofs (90) terugblikken op een rijkgevulde carrière. Hij leerde het ambacht in Afrika, en bracht zijn kennis weer helemaal terug tot in Retie, waar hij een eigen atelier had. Hij werkte ook mee aan de restauratie van grote monumenten, zoals de kathedraal van Antwerpen en het Afrikamuseum in Tervuren. Nu houdt hij zich nog altijd bezig met het poetsen van koper en zilver tijdens het Herstelcafé van Alfons Smet Residenties in Dessel.
Theo Alofs vindt het belangrijk dat het erfgoed dat zijn ambacht is, bewaard blijft en schreef daarom het boek ‘Het bekende onbekende ambacht koperslaan’. “Een kopersmid was vroeger een heel belangrijke figuur”, vertelt hij. “Elk dorp had er eentje. Maar nu dreigt dit ambacht verloren te gaan.”
Hoe ben je eigenlijk begonnen met koperslagen?
Theo Alofs: “Mijn vader leerde me al vroeg het ambacht van loodgieter. Ik werkte voor verschillende bedrijven en werd uiteindelijk loodgieter en verwarmingstechnieker. In 1956 begon ik m’n eerste bedrijf. Ik heb verschillende bedrijven gehad. Een oude kennis van mij was naar Zuid-Afrika geëmigreerd en spoorde mij aan om ook te vertrekken. Emigreren was altijd al een droom geweest van mij, en dus verhuisden wij ook. Het is in Zuid-Afrika dat ik voor het eerst in contact kwam met koperwerk. Ik leerde er de juiste mensen kennen, zoals de directeur van alle musea in de Kaapprovincie, de directeur van het Afrikamuseum, de directeur van alle musea van Stellenbosch en de directrice van Kleinplasie. Dat is een openluchtmuseum met allemaal kleine boerderijtjes. Zij hadden daar antiek koper, maar mochten dat niet gebruiken. En dus vroegen ze aan mij of ik daar misschien replica’s van zou kunnen maken. Zo is alles begonnen.”
Hoelang bleef je in Zuid-Afrika?
“Tien jaar. Ik was daar ook de enige koperslager, ze noemden mij ‘onze kopersmid’ in het dorp. Een heel belangrijk deel van mijn carrière heeft zich er afgespeeld. Ik werkte voor vooraanstaande architecten en musea. Ik restaureerde niet alleen, ik maakte ook kopieën van 17de eeuwse koperstukken en leidde lokale inwoners op. Ik herinner me hoe ik voor president Chris Heunis een koperen komfoor maakte, met koffiekan. En tevens heb ik vijf 17de eeuwse lampen voor hem gemaakt. Ik herinner me ook hoe ik ooit gebeld werd met de mededeling dat een kist vol koperwerk, ook uit de 17de eeuw, naar me op weg was. Ik ging het ophalen op het vliegveld. Het waren heel waardevolle spullen. Ik heb de belangrijkste collectie van het kasteel van Kaapstad gerestaureerd. Van overal in Afrika kreeg ik werk. Uiteindelijk is het uitgegroeid tot een heel mooie carrière. Het is niet vanzelf gekomen, ik heb altijd mijn best gedaan de juiste mensen te vinden en natuurlijk ook het ambacht te bestuderen en te leren.”
In de jaren ’90 verhuisden jullie naar België, meer bepaald naar Dessel.
“Ik ontmoette eerder al de directeur van Bokrijk in Afrika. Hij bood mij ruimte en een vaste plek daar. Het was er prachtig. Echt authentiek. Er kwamen veel mensen kijken door mijn venster naar waar ik mee bezig was. Dat gebeurde in Afrika ook al. Daar begon mijn interesse in het lesgeven. Ik gaf de lokale arbeiders zelfvertrouwen en leerde hen niet alleen de technische vaardigheden, maar ook omgaan met mensen en zakendoen. Ik belandde uiteindelijk op verschillende scholen, en ook bij het Europees Centrum voor Restauratietechnieken. Daar werden de oude technieken gedoceerd, zoals bijvoorbeeld metsen. Ik heb het altijd fijn gevonden om met jongeren te werken. Maar een ambacht kan je iemand alleen aanleren tot een bepaald percentage, de rest is zelfontwikkeling, ervaring, intelligentie en experimenteren. Uiteindelijk bleef ik zeven jaar in Bokrijk. In Dessel kwamen we terecht via een kennis, in Retie openden we een atelier en een winkel waar we onze spullen verkochten. In 2015 hebben we die gesloten. We organiseerden er ook workshops en bezoeken. Er kwamen veel mensen langs. Van loodgieters, dakdekkers en architecten tot praktijkonderwijzers. Momenteel hou ik me nog bezig met het poetsen van koper en zilver tijdens het Herstelcafé van Alfons Smet Residenties in Dessel.”
Je werkte ook mee aan de restauraties van grote monumenten, zoals de kathedraal van Antwerpen en het Afrikamuseum in Tervuren. Hoe was dat?
“Bijzonder, maar ik heb zoveel verschillende dingen gedaan. Kastelen, monumenten,… In het Gallo-Romeins Museum in Tongeren staat ook koperen werk van mij. Dat zijn kopieën van Romeinse grafvondsten. Ik maakte daarnaast een distilleerketel in Afrika, ik ben ervan overtuigd dat ze daar nu nog altijd mee aan het stoken zijn. (lacht) Ik restaureerde de ketel van het kasteel in Kaapstad en eigenlijk heel de collectie uit de tijd van de Verenigde Oostindische Compagnie. De kathedraal van Antwerpen was ook zo’n project. Op de kathedraal liggen loden daken die er al 500 jaar liggen. Als daar een stuk in moet, is het heel moeilijk voor iemand zonder kennis van het ambacht om daaraan te beginnen.”
Hoe ervaar je zelf je carrière als koperslager en het feit dat het ambacht dreigt te verdwijnen?
“Ik heb het nooit als moeilijk ervaren om met koper te werken. Al is het kopervak wel een heel moeilijk ambacht. Daarom zijn er zo weinig koperslagers. Een kopersmid was vroeger een heel belangrijke figuur. Elk dorp had er eentje. Maar nu dreigt het ambacht verloren te gaan. Ik vind dat zeker jammer. Wie zal dit ooit weer ophalen? Dat heb ik geprobeerd in mijn boek ‘Het bekende onbekende ambacht koperslaan’. Ik heb er de oude technieken beschreven. Koperslagen moet blijven bestaan. Al die prachtige antieke koperstukken die mensen bijvoorbeeld thuis hebben staan, kunnen niet meer gemaakt of gerestaureerd worden als men de technieken niet meer kent. Het mooiste aan koperslagen is het bezig zijn met het materiaal, de technieken en je hersenen. Ik heb het altijd graag gedaan. Ik heb ook ontzettend veel te danken aan mijn vrouw, zij heeft altijd aan mijn zijde gestaan.”
Portretfoto: Delia Filippone
Andere foto’s: Theo Alofs
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.