Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
GEEL/OLEN – De musical in Vlaanderen leeft en dat vindt Jens Sauvillers fantastisch. Momenteel schittert hij als jager in de sprookjesmusical Roodkapje en zijn agenda voor de daaropvolgende maanden is ook al goed gevuld. De 28-jarige musicalacteur heeft het naar zijn zin in het musicalwereldje en voelt zich er helemaal thuis.
Jens, je bent al jaren met muziek bezig, is het een talent dat je van thuis uit is meegegeven?
Jens Sauviller: “Muziek of acteren zit in onze familie helemaal niet in de genen. Mijn ouders vragen zich nog steeds af hoe ik daartoe gekomen ben. Zelf probeer ik het wel mee te geven aan mijn petekindje, die wordt drie en mag dus al wel eens een muzikaal cadeautje verwachten. Zo is het bij mij destijds ook begonnen. Een cassetterecorder met microfoon hield me als kleuter in de ban en de volgende stap was dat ik op mijn zevende naar de muziekacademie ging in Geel. Ik volgde er notenleer en later ook piano en deed dat tot mijn achttiende, tot ik naar het conservatorium ging. Daar was het dan de vraag welke richting ik in zou gaan en dat leek niet zo evident. Toevallig botste ik in het conservatorium van Brussel op de richting musical en dat leek me wel wat. Dezelfde dag deed ik er nog een stemtest en de docente leek ook overtuigd, dus volgde een auditie die positief eindigde. Vier jaar heb ik er gestudeerd.”
Je hebt enorm veel te danken aan het conservatorium?
“Het is de enige musicalopleiding die je in ons land kan volgen, maar het is zeker een hoogstaande opleiding. Ik kreeg er les van routiniers als Luk De Koninck, Karel Deruwe en Lulu Aertgeerts, stuk voor stuk mensen waar ik ontzettend veel van opstak. Doordat de opleiding in eigen land de enige is in zijn soort, is het misschien iets makkelijker om je weg in de wereld van de musical te vinden. In mijn laatste jaar liep ik stage, deed ik al audities, de eerste rol leek binnen en dan viel plots de wereld stil. Covid. Alle producties werden stopgezet, een jaar geen werk en dus maar wat bijklussen. Door het gebrek aan opvoeringen volgde ik ook de lerarenopleiding musical. Gelukkig kwam na de lockdown heel snel alles terug tot leven. Er ontstonden nieuwe projecten en verbazend genoeg ging het snel. Het leek of de mensen wilden ontsnappen uit de miserie en op zoek gingen naar een avondje ontspanning in de theaterzalen.”
Snel had je een eerste rol te pakken en de rest is geschiedenis.
“Mijn eerste rol was er eentje in het ensemble van ‘La Cage Aux Folles’ in een regie van Stany Crets. Hij is zowat de huisregisseur bij Deep Bridge, een begrip in het Vlaams musicalwereldje. Daarna volgden Mamma Mia en A Christmas Carol. En toen was de trein inderdaad vertrokken. Intussen was ook Studio 100 meer aandacht aan het genre gaan schenken en kreeg ik de kans in Red Star Line, Sneeuwwitje en recent nog de Tien Om Te Zien-musical. En eigenlijk was er nog zo veel meer. Vaak speel ik in het ensemble, wat betekent dat je geen hoofdrol hebt, maar verschillende kleinere rolletjes voor je rekening neemt. Ik vind het best wel leuk, het zorgt voor de nodige variatie. Het fijne aan het hele musicalplaatje is ook die afwisseling. Nu speel ik bijvoorbeeld in Roodkapje, wat een kindermusical is. Later dit jaar staat dan met Oliver Twist een echte familievoorstelling op de agenda en begin volgend jaar speel ik mee in ‘Everybody ’s talking about Jamie’, een musical die als 16+ wordt bestempeld. Die musical gaat over identiteit en jezelf kunnen zijn, een thema dat meer dan ooit onder de aandacht komt. Recent zijn we nog naar de Pride in Antwerpen getrokken om al wat publiciteit te maken voor die productie.”
Welke rol was doorheen de jaren je echt op het lijf geschreven?
”Dan denk ik onmiddellijk aan de musical Rent, dat was één van de leukste rollen die ik speelde. Daarin heb ik mezelf verrast en misschien wel overtroffen. Op conservatorium kreeg ik de stempel van een klassiek musicalartiest te zijn, maar in die rockmusical was het vanaf de eerste dag raak. Ik speelde met fantastische collega’s en het was echt schitterend. In het meer klassieke werk heb ik ook mooie herinneringen aan Red Star Line, waar ik de rol van Fonske vertolkte, de beste vriend van het hoofdpersonage. Het was geen grote rol, maar wel een hele beleving. Het was de grote spektakelshow, met rijdende tribunes en heel wat nieuwe technieken, dus echt baanbrekend. Eigenlijk zijn er al heel wat fijne rollen de revue gepasseerd waar ik een goed gevoel bij had.”
Dit jaar schitter je als jager in Roodkapje en dat is voor jou ook een heel speciale ervaring?
(Knikt) “Hier werd me gevraagd om te spelen naar het beeld van mijn vader. Het moest een echte Kempische jager worden en dat is gewoon fantastisch. Het vreemde is dan wel dat ik mijn Kempisch accent niet meer hoef te verbergen. Jaren heb ik daar aan moeten werken, ik heb er ooit een extra jaar aan moeten besteden om een correcte uitspraak te hebben, en nu mag het eindelijk eens. Ik ben na mijn studies dan wel in Antwerpen beland, puur om praktische redenen, maar ik voel me nog op en top Kempenaar. Ik ben opgegroeid in Olen, maar mijn jeugd speelde zich grotendeels af in Geel. Ik kom er wekelijks en spring geregeld nog bij mijn oma binnen om een koffietje te drinken. De Kempen heeft ook heel wat te bieden op vlak van musical, als je bekijkt wat Historalia verwezenlijkt. Schitterend toch? Ik was erbij bij enkele realisaties en dat was echt top, denk maar aan Rubens, 1830 en Marie-Antoinette. Het spelen in openlucht geeft een extra cachet en ook het historische karakter spreekt aan bij de mensen. Dit is iets om trots op te zijn, dit is echt Kempisch. En dan heb ik het nog niet over de Dimpnadagen die Geel maanden op zijn kop zetten.”
Hoe lang zie je jezelf nog doorgaan als musicalartiest?
“Daar heb ik eigenlijk nog nooit bij stilgestaan, maar ik voel me wel goed in deze fijne wereld. Als het kan zou ik dit tot mijn pensioen willen doen. Er zijn ook altijd wel rollen als ouder- of grootouderfiguur, dus een leeftijd staat er niet echt op. Ik doe het gewoon ontzettend graag. Al is het zeker niet gemakkelijk, want wij moeten ons telkens weer bewijzen. Wanneer je al wat producties hebt meegedraaid is het soms wel eens wat makkelijker, maar meestal moeten we nog auditie doen en altijd weer opnieuw tonen dat we de rol verdienen. Dat is misschien nog wel het moeilijkst aan deze job. We hebben over het algemeen een hechte band met de collega’s, maar bij een auditie is het even ieder voor zich. Enkele jaren geleden heb ik het eens over een andere boeg willen gooien en stelde ik me kandidaat voor een plaatsje bij K3. Het leek me iets keileuk om te doen en het inschrijven was laagdrempelig. We zaten nog in de nasleep van corona en ik wilde elke kans grijpen die zich voordeed. Toch kwam ik snel tot het besef dat het misschien niets voor mij zou zijn en dat mijn wereld te veel zou veranderen. Ik heb dan maar de eer aan mezelf gehouden en ik denk dat dit een wijze beslissing was, in de musicalsector voel ik me beter op mijn plaats.”
Foto: Eddy Leysen
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.