Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
DESSEL/MOL — Danny Vercaigne (70) is gepassioneerd door boogschieten. Zijn inzet en doeltreffendheid zorgden ervoor dat de imposante wisseltrofee voor sportverdienste van de gemeente Mol een jaar lang op zijn schouwmantel mag prijken. Boogschietclub Olympia mag binnenkort een verjaardagstaart met vijftig dikke kaarsen uitblazen. Of zouden ze de wieken – Sherwood Forrest gewijs – vlotjes decimeren?
Leuk detail was zeker dat, ergens op de voet van deze trofee, zelfs ondergetekende – samen met gelijkgestemde zielen uit het Molse basisonderwijs – gekalligrafeerd stond. Voor het overige is de kunst en kunde van het boogschieten bij mij relatief beperkt. Bogen sneden we in onze kortebroekentijd uit een eikenkant. Pijlen werden gemaakt van hazelaar of sporkehout. Veren van een lokale duiventil lijmden we er op met lijm uit de vaderlijke lijmpot in de schrijnwerkerij. En voor de pijlpunten ‘ratten’ we een handvol spijkers uit dezelfde stek. Die legden we dan op de rails van de nabijgelegen spoorweg en na Herentals-Mol waren die plat en puntig. Tot zover de wetenschap.
Danny, wat is eigenlijk jouw functie binnen de club?
Danny Vercaigne: “Oei, dat is in de loop van de jaren van alles geweest. Ik was er voorzitter, penningmeester, secretaris, sportleider als verantwoordelijke voor de inschrijvingen…”
Ik ga ervan uit dat jij best ook wel zelf aan de boogpezen getrokken hebt?
“In mijn jonge jaren werd er nog op de wip geschoten. Dat gebeurde destijds door de zogenaamde gildes. Via mijn ouders ben ik zo in een Arendonkse gilde terechtgekomen. Daar mochten we als snotneuzen via een veilige doorgang na het schieten de pijlen ophalen en weer bij de schutters inleveren. Dat leverde een zakcentje op, net als dat voor anderen gebeurde om de kegels op te zetten bij de alomtegenwoordige kegelbanen.”
Maar je bent meer richting Mol-Sluis afgezakt?
“Destijds werd er geschoten ‘Op den Dop’, aan het kruispunt van de Turnhoutsebaan met de weg naar Sluis, later werd dat nog café de Nachtuil. Daar was achterin een zaaltje en daar werden de wedstrijden georganiseerd. Boogschieten gebeurde toen nog met de langbogen. Ja, zoals jij zegt, uit Sherwood Forrest. In 1973 was er eens een wedstrijd België tegen Holland op het Molse college. Een wedstrijd die trouwens nog altijd bestaat. Door allerhande strubbelingen kwam het lokaal te vervallen en werd er in 1976 begonnen aan de bouw van een eigen lokaal in Mol-Sluis. Daar werd ook de huidige naam aan gegeven. Alles werd er in eigen beheer opgebouwd. Zaterdagen, zondagen, avonden… Altijd waren we in de weer.”
En was je ook toen nog een actieve schutter?
“Ik heb heel veel wedstrijden gedaan, de meeste op de afstand van 25 meter. De grotere afstanden van 50, 70 en 90 meter noem ik altijd de Formule 1. Daar heb je echt wel een krachtigere boog nodig. Met actief schieten ben ik ondertussen gestopt. Ik ben nu vooral actief met het geven van trainingen. De trainerscursus heb ik trouwens ook zelf geschreven. Soms geef ik de trainingen alleen, soms krijg ik hulp van onze club. Onze teamwerking loopt erg gesmeerd. Nu, wat trofeeën betreft, ik heb er wel wat, maar ik moet eerlijkheidshalve toegeven dat mijn vrouw veel meer prijzen — tot op Europees niveau — bij elkaar geschoten heeft. En mijn broer presteerde op het allerhoogste niveau. Hij zat zelfs in de preselectie voor de Olympische Spelen in Moskou tot een spierscheur die droom knakte.”
Wat ik me afvraag: boogschieten, het klinkt misschien oubollig, maar telt de club nog veel leden?
“Reken toch op een zestigtal schutters waarvan de helft jeugd. Via o.a. schoolsportdagen weten we toch wel jongeren aan te spreken. Onze clubwerking weet die jonge gasten toch wel blijvend te motiveren.”
Zijn er eigenlijk nog veel van dergelijke clubs in ons landje?
“Ik heb geen exacte cijfers, maar ik denk dat er nog een zestigtal clubs actief zijn. Zowat 2/3 situeert zich in de provincies Antwerpen en Limburg. Zo voor de vuist weg denk ik aan Balen, Noorderwijk, Vorst en Veerle. Om er maar enkele te noemen.”
Als ik jullie club in een ranking zou zetten, waar situeer ik ze dan?
“Qua grootte van de club zitten we in de top tien. Op vlak van niveau durf ik ons bij de drie besten catalogeren.”
Foto: Jef Aerts
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.