Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
ARENDONK — Thiebe Van Campfort (14) is zot van zeilen. En misschien ook een beetje door het zeilen. Want terwijl velen onder ons de voorbije kerstperiode bij de verwarming naar het winterlandschap keken, zat Thiebe op het water om de theorie van het zeilen uit te testen op zijn nieuwe boot. “Ik ben niet echt een goeiweerzeiler”, zegt Thiebe met een brede glimlach.
Je woont hier tegenover de terreinen van KFC Arendonk Sport, Thiebe, en er is in de verste verte geen water in de buurt. Hoe kom je dan bij de zeilsport terecht?
Thiebe Van Camfort: “Tijdens de coronapandemie wist ik eigenlijk niet wat te doen. Ik was toen acht en iemand vertelde me over een zeilkamp op de Mellevijver in Turnhout. Omdat je alleen in zo’n boot zit, was zeilen in coronatijd eigenlijk ideaal. Ik heb me toen ingeschreven en vond die week zo leuk dat ik een week later nog bij een ander kamp ben aangesloten. Sindsdien ben ik niet meer gestopt. Mijn vrienden en ik hadden het geluk dat er tijdens die coronaperiode geen wedstrijden waren. Alle energie werd in de trainingen gestoken, waardoor wij als starters in die tijd heel goed opgevangen en begeleid zijn.”
Die intense begeleiding heeft ook wel wat opgeleverd, want in 2024 werd je zelfs Belgisch kampioen in de Spirou-klasse.
“Ja, dat was fantastisch. De Spirou is een kleine boot met een heel ronde romp. Daardoor is een Spirou heel beweeglijk. Dat is ideaal om de smaak van het zeilen te pakken te krijgen en om veel te leren. Zo’n kleine boot is heel wendbaar, waardoor je goed leert aanvoelen op welk moment je je gewicht moet verplaatsen om niet te kapseizen. De Spirou-klasse is ook een klasse die enkel in België wordt ingericht en dat maakt het allemaal heel familiaal en gemoedelijk. Ik heb vijf jaar in die competitie meegedaan en heel wat gewonnen, ook het Belgisch kampioenschap dus. Maar de titel gaf ook wel aan dat het voor mij tijd was om op te schalen naar een andere klasse. Daarom ben ik begin vorig jaar overgeschakeld naar ILCA 4, een klasse met de Laser-boten. Die zijn langer en vereisen meer technische skills. En ik heb me aangesloten bij het Sail-On-team. 2025 was echt een overgangsjaar waarin ik mijn nieuwe boot moest leren kennen en de theorie moest aftoetsen op mijn nieuwe materiaal.”
Wat maakt het zeilen voor jou zo leuk?
“Ik hou ervan om op het water te zijn. Lekker buiten, in de natuur en in contact met de natuurelementen water en wind. Het geeft me een gevoel van vrijheid en tegelijk leer ik er ook veel van. De theorie van het zeilen ken ik ondertussen. Het is leuk om nu ook op het water uit te zoeken hoe ik die met mijn nieuwe boot in de praktijk kan brengen. Daarvoor is het wat mij betreft altijd goed weer. Ik heb de voorbije vakantie nog eens geteld: in 2025 had ik 75 zeildagen. Dat betekent dat ik minstens één keer per week op het water zat. In de zomer zelfs vaak een paar keer per week.”
Is het voor jou dan echt nooit te koud? Ook als Belgisch kampioen kom je vermoedelijk toch ook nog wel eens in het water terecht, niet?
(Lacht) “Ja, zeker als je risico’s opzoekt, kapseist de boot wel eens. Maar mijn vrienden en ik zijn niet van suiker. Als ik in het water val, doe ik het liefst gewoon door, want van het bewegen op het water krijg je het warmer dan van stilzitten. Vroeger droeg ik bovendien een drysuit waardoor je lichaam niet nat wordt als je in het water terechtkomt. Maar nu draag ik eigenlijk liever een wetsuit en hot socks in mijn laarzen. Daarin word je wel nat, maar het water in de wetsuit komt op lichaamstemperatuur waardoor je je ook in de winter warm kunt houden.”
Die gouden medaille op het Belgisch kampioenschap heeft je waarschijnlijk ook al doen dromen van meer. Wat hoop je nog te bereiken?
“Het zeilen heeft me al op heel wat plekken gebracht. Ik ben begonnen in Turnhout en zeil nu ook bij de club in Broechem. Maar ik deed ook al wedstrijden aan de kust en in Duitsland en Frankrijk. Ik hoop nog meer internationale wedstrijden te mogen varen en wie weet zelfs te winnen. En ooit droom ik wel eens van de Olympische Spelen, maar of dat realistisch is, blijft natuurlijk de vraag.”
De toekomst zal het zeggen. Wat heb je eigenlijk nodig om een goede zeiler te zijn?
“Alles begint met doorzettingsvermogen en punctueel zijn, want elk klein foutje wordt in het zeilen onmiddellijk afgestraft. Een goede zeiler heeft ook volledig inzicht in hoe de wind in een zeil speelt. Door een kleine onoplettendheid of verkeerde inschatting kun je kapseizen of uit koers raken, waardoor de concurrentie je zomaar voorbijgaat. Maar ook fysiek moet je er staan. Ik ben daarnet nog een paar kilometer gaan lopen om mijn conditie op peil te houden en ik train mijn buikspieren om goed te kunnen uithangen.”
Ach zo, zeilen is dus een prima excuus om het eens goed uit te hangen.
(Lacht) “Klopt, zelfs hier in huis. In het salon heb ik hier mijn eigen hangblok. Dat is een soort poef waar ik dan op de rand ga zitten. Met een riem aan de salontafel en mijn papa als tegengewicht op de tafel kan ik dan doen alsof ik buitenboord ga hangen om de boot in balans te houden. Dat is een ideale buikspiertraining voor een zeiler. Mijn huidige boot heeft immers een zeil van 4,7 vierkante meter. Als de wind daarin speelt, moet ik wel eens volledig gaan uithangen om tegengewicht te geven aan de wind en niet om te slaan.”
Zeilen is dus niet zomaar wat varen. Het is een complete body-workout?
“Absoluut. Vaak denken mensen bij zeilen aan die grote jachten, maar de zeilsport is iets totaal anders. Wij gaan met kleine bootjes de zee op en zeilen vaak op de golven bij een paar beaufort. En een zeilwedstrijd is niet gewoon één race. Een wedstrijd is opgebouwd uit verschillende manches waarin je punten vergaart die worden opgeteld. Dat maakt dat we voor een wedstrijd vaak een uur of zes op zee zijn waarin we de boot onder controle moeten houden en verschillende keren racen. Dan moet je niet alleen ’s morgens in vorm zijn, maar een hele dag fit blijven.”
Is het dan ook geen eenzame sport?
“Nee, zeilen is helemaal niet eenzaam. Tussen de manches door zoeken we onze teamgenoten op, leggen we de boten bij elkaar en eten we samen met onze coach, die op een motorboot in de buurt is. Zo maken we ook veel lol tijdens de wedstrijden. Ik had bij de overgang naar een andere klasse ook kunnen kiezen voor een tweemansboot, maar dat is niet zo mijn ding. Ik heb dat een paar keer geprobeerd en dat is eigenlijk ook wel cool en uitdagend, je kunt meer snelheid maken. Maar elke keer dat ik dan iets verkeerd deed, had ik een schuldgevoel omdat mijne maat mee moest opdraaien voor mijn fouten. Dat vond ik echt moeilijk. Laat mij daarom maar gewoon alleen in een boot. Dan heb ik er alleen zelf last van als ik een fout maak.”
Foto’s: Tom Claessen en Thiebe Van Campfort
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.