Bijzondere plaatsen

Trappen langs wijn en vakwerk in de Elzas

Gepubliceerd: 15 december 2025  |  Door: Paul Huysmans  |  Onderox editie: 259

BARR (FR) – Geprangd tussen de vlakte van de Rijn en de bergen van de Vogezen ligt de Elzas, een bekende Franse wijnregio. Wie al eens in de streek was, kent ongetwijfeld de toeristische autoroute Route des Vins d’Alsace, de route van de Elzaswijnen. Die brengt je langs wijngaarden en wijnproducenten en door charmante dorpen met veel vakwerkhuizen. Minder bekend is dat er ook een Véloroute du Vignoble d’Alsace bestaat. 140 km lang is die fietsroute en verbindt Marlenheim in het noorden en Thann in het zuiden.

Een vlotte jongedame van de toeristische dienst van Barr neemt me mee naar buiten, waar mijn huur e-bike klaarstaat. Een dag eerder was ik al eens langs geweest om die te bespreken en kreeg ook een fietskaart van de regio mee. Die kaart moest ik ver uitplooien om een overzicht te krijgen van het volledige traject van de Véloroute du Vignoble d’Alsace. Het leek me een goed idee om de regio van Barr te verkennen en ook het mooie Obernai te bezoeken.

VERSCHIL MET AUTOROUTE
Het verschil met de klassieke autoroute is meteen duidelijk. De fietsvariant zoekt bewust de ruimte op: weg van het doorgaande verkeer, dichter bij de wijngaarden, langs veldwegen en smalle asfaltstroken die vooral door landbouwverkeer worden gebruikt. Het tempo ligt vast nog voor ik goed en wel ben vertrokken. Niet omdat het langzaam moet, maar omdat de omgeving dat afdwingt.
Barr ligt direct aan de voet van de wijnheuvels en sluit zonder overgang aan op de fietsweg. De bewegwijzering is helder en specifiek gericht op fietsers. Geen grootse aankondiging, maar een bord, een pijl, en de weg die tussen de ranken omhoog draait.

AUTO’S TE GAST
De eerste kilometers tussen Barr en Mittelbergheim lopen licht stijgend. De fietsweg volgt hier het reliëf van de helling en vermijdt bewust de hoofdweg in het dal. Ik rij over smal asfalt en betonplaten, soms onderbroken door korte stukken grind. De ondergrond wisselt, maar blijft goed berijdbaar. Breedtebanden maken het comfortabel. Wat vooral opvalt is de afwezigheid van haast. Auto’s zijn hier te gast, fietsers niet.
De wijngaarden liggen open en ongehinderd. Geen hekken, geen afzettingen, alleen lage muurtjes en paden die de percelen van elkaar scheiden. Al fietsend zie ik hoe elk perceel net anders wordt bewerkt. De fietsweg slingert er tussendoor, soms direct langs de stammen, soms net iets hoger met uitzicht op de vlakte van de Rijn. Dat uitzicht keert telkens terug, maar verveelt niet, omdat het elke keer vanuit een ander punt verschijnt.
Mittelbergheim passeer ik zonder af te stappen. De fietsweg snijdt langs de rand van het dorp en dwingt niet tot een bezoek. Dat is kenmerkend voor dit traject. De route stelt niets verplicht. Wie wil pauzeren, stopt. Wie doorfietst, mist niets essentieels. De weg zelf is het verhaal.
Tussen Mittelbergheim en Heiligenstein kies ik een parallel traject dat deel uitmaakt van de officiële fietsvariant van de Route des Vins. Het pad loopt hier hoger op de helling en is rustiger dan de weg beneden. Ik fiets tussen rijen druivenplanten die strak zijn geleid, met regelmatig kleine huizen en schuren ertussen.

PEPERKOEKENHOOFDSTAD
In Gertwiller passeer ik een peperkoekenhuis. Letterlijk. La Maison du Pain d’épices is een bijzondere combinatie van museum, atelier en winkel. Op deze plek wordt al 200 jaar peperkoek gemaakt. “Het recept is al vele jaren hetzelfde”, verklapt de kassierster wanneer ik afreken. Zonder verder in detail te gaan, wil ze nog kwijt dat ze in hun recepten honing gebruiken die alleen van de Elzas en de Vogezen afkomstig is. Als cadeau voor thuis neem ik een kant-en-klaar pakket mee om zelf Elzasser peperkoek te maken en krijg daar het recept van Michel Habsiger bij, de huidige meesterbakker. De gemeente Gertwiller draagt de titel van peperkoekhoofdstad van de regio vanwege haar rijke geschiedenis op dit vlak. Rond 1900 telde dit kleine dorp met 800 inwoners 8 of 9 peperkoekfabrikanten. Nu blijft enkel Maison Lips nog over. De geschiedenis krijg je mee in het kleine museum dat vlakbij de winkel en het atelier ligt.
Heiligenstein zelf kondigt zich aan met een korte afdaling. De fietsweg leidt door het dorp, langs een fontein en een kerk, en verbindt zonder omweg weer met het volgende wijngaardpad. Even later volgt de laatste aanloop naar Obernai. Het landschap wordt geleidelijk minder open, de bebouwing dichter. De overgang is voelbaar, maar niet abrupt.

PITTORESKE CENTRUM
Obernai is op deze route duidelijk een knooppunt. De fietsweg komt samen met andere regionale verbindingen, en het aantal fietsers neemt toe. Ik fiets het centrum binnen via rustige straten en merk hoe anders de sfeer hier is dan in Barr. Meer terrassen, meer bezoekers, maar nog altijd beheersbaar. De fiets hoort erbij, ook hier. Stallen is eenvoudig en op loopafstand van alles wat je nodig hebt. Het oude centrum is pittoresk en goed bewaard: geplaveide straten, vakwerkhuizen en middeleeuwse verdedigingsmuren geven de stad een authentieke, warme sfeer. Op het terras van het Café des Amis bestel ik een glas Riesling-wijn van een lokale producent met een Quiche du chef.
Wat dit traject tussen Barr en Obernai sterk maakt, is de samenhang. De fietsweg is geen losstaande infrastructuur, maar verweven met het landschap en de dorpen. Hij voelt niet aangelegd om toeristen te leiden, maar om bestaande paden toegankelijk te maken. Dat is merkbaar in kleine dingen: een bocht die een perceelsgrens volgt, een helling die niet is afgevlakt, een kruising waar je even moet opletten.

COLMAR
Wie de Route des Vins d’Alsace verder volgt, merkt dat dit karakter grotendeels behouden blijft. Richting het zuiden, naar Colmar, worden de afstanden groter en de dorpen iets minder frequent. Colmar vormt een duidelijke overgang. De fietsweg leidt je langs waterlopen en parken de stad in. Na dagen tussen de wijngaarden voelt Colmar stedelijker, drukker ook, maar niet onvriendelijk. Het is een plek waar je het contrast ervaart tussen landbouwlandschap en historische stad.
In het noorden, richting Straatsburg, verschuift de nadruk opnieuw. De Route des Vins als fietsweg sluit daar aan op een dicht netwerk van stedelijke fietspaden. Straatsburg zelf is ronduit fietsvriendelijk, met brede paden, duidelijke kruisingen en veel ruimte. Het is een andere omgeving, maar logisch als afronding of startpunt. Na de openheid van de wijnhellingen voelt de stad niet als breuk, maar als een ander hoofdstuk.

MEER INFO
www.alsaceavelo.fr

Foto’s: Paul Huysmans

Meer lezen van Paul Huysmans
Meer lezen over
reizenvakantie

Meer Bijzondere plaatsen

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.