Bijzondere plaatsen

Kris Peeters: Wikt en weegt de Kempense mobiliteit

Gepubliceerd: 26 augustus 2025  |  Door: Annelies Vrints  |  Onderox editie: 255

HERENTALS — Van 16 tot 22 september vindt de week van de mobiliteit plaats, waar duurzame mobiliteit centraal staat. Maar hoe zit het eigenlijk in de Kempen? Wie kan daar zijn licht beter over laten schijnen dan Kris Peeters (61), ooit de eerste fietsambtenaar van de stad Antwerpen en zijn hele carrière lang al een prominente stem in het mobiliteitsdebat?

Ben je met de fiets gekomen, Kris?
Kris Peeters: “Uiteraard! Een dag niet gefietst, is een dag niet geleefd. Fietsen is een heel sociale bezigheid. Je komt mensen tegen, je bent aanspreekbaar en tegelijkertijd werk je aan je gezondheid. Hoewel ik een fietsactivist ben, kan ik ook heel erg genieten van treinritten. Als het enigszins kan, gebruik ik de trein voor mijn functionele verplaatsingen. Zeker wanneer je in de grotere steden moet zijn, is dat vaak de beste oplossing. Ook in mijn vrije tijd vind ik het leuk om de trein te nemen voor langere verplaatsingen. Die spontane ontmoetingen, het leven op de trein, dat is toch genieten? Aan het woord ‘mobiliteit’ hangt vaak een negatieve connotatie vast, alsof het altijd om een probleem gaat. Maar als mobiliteit goed georganiseerd is, word je er gelukkig van. Herinner je corona. Toen werden we beperkt in onze mobiliteit en moesten we ineens massaal thuisblijven. Na een paar dagen begonnen we ‘uit ons kot’ te komen en te wandelen en te fietsen, om ons toch wat gelukkiger te voelen. Mobiliteit, jezelf kunnen verplaatsen en daardoor andere mensen kunnen ontmoeten is wel degelijk heel belangrijk.”

Hebben we in de Kempen redenen om blij te worden van hoe de mobiliteit georganiseerd is?
“Dat hangt ervan af over welk vervoermiddel we het hebben. Waar we zeker niet het best mee bediend worden in de Kempen is het treinaanbod. Tot Herentals en Lier heb je nog een degelijke dienstregeling en kan je verschillende kanten uit. In Turnhout of Mol zijn de mogelijkheden toch eerder beperkt. Een avondje uit naar De Warande kan niet met de trein. Het materieel dat we in de Kempen krijgen is ook vaak verouderd, om van de stations nog maar te zwijgen! Dat die steeds vaker onbemand worden, zonder enige sociale controle, bevordert het veiligheidsgevoel niet. Wat De Lijn betreft, zijn we overgeschakeld op basisbereikbaarheid. Dat wil zeggen dat er gekeken wordt naar waar de vraag het grootst is om daar de verbindingen te versterken. Waar er weinig mensen wonen of er weinig vraag is naar busvervoer, kunnen busreizigers een flexbus reserveren om hen naar de dichtstbijzijnde halte op hun traject te brengen. Een klein kind ziet dat reizigers daar niet blij van worden. In de Kempen zijn er veel kleinere dorpen die verbonden zijn door lintbebouwing. Een evenwichtig aanbod uitbouwen is dan heel moeilijk en dat merken ook de gemeentebesturen, die in het nieuwe beleid de touwtjes meer in handen hebben. Ik vrees dat minder mobiele mensen nu gewoonweg thuis blijven, waardoor het probleem onzichtbaar wordt en niet meer op de politieke agenda komt.”

Van het groeiend aantal fietsers op onze Kempense fietspaden moet je dan toch wel blij worden, niet?
“Met de fietspaden zijn we zeker aan een inhaalbeweging bezig. Het plan van de Bovenlokale Functionele Fietsroutes heeft ervoor gezorgd dat er meer geld naar het aanleggen van fietspaden gaat. De vorige minister, Lydia Peeters, heeft dat echt op gang getrokken. In de praktijk mag het nog sneller gaan, maar we zitten met trage procedures wanneer het om het onteigenen van gronden gaat. De provincies zijn gelukkig ook op de kar gesprongen om fietssnelwegen aan te leggen. Stilaan zie je daardoor een aaneengesloten netwerk van fietswegen ontstaan. Waren die in eerste instantie voor recreatief gebruik bedoeld, dan zie je dat nu steeds meer fietsers ze ontdekken voor hun woon-werkverkeer. En dat kunnen we alleen maar aanmoedigen.”

Is er een grote evolutie geweest?
“Als je ziet hoe het fietsbeleid de afgelopen 30 jaar geëvolueerd is, dan hebben we toch grote stappen gezet. Veel bedrijven geven nu een fietsvergoeding aan hun medewerkers, ze voorzien fietsleasing, er zijn veilige fietsenstallingen, je mag meestal in twee richtingen fietsen in een eenrichtingsstraat,… Niets daarvan is vanzelf gekomen. Voor al die dingen is gestreden, maar het was de moeite waard.”

Mogen we dan ook veronderstellen dat meer fietsers een gunstig effect hebben op de files?
“Dat is wat veel mensen denken, maar eigenlijk gaat het vaak om gebruikers van het openbaar vervoer die overstappen op de fiets. Net door het minder goede aanbod van trein en bus en het verbeteren van de fietsvoorzieningen, wordt de fiets een populairder alternatief. De autofiles verwachten we niet meteen op te lossen. En misschien hoeft dat ook niet. Ten eerste doen ze ons nadenken over onze verplaatsingen en verplaatsingswijzen. En ten tweede bestaat er een mechanisme waardoor we de ‘gewonnen tijd’ binnen de kortste keren opnieuw zouden besteden aan verplaatsingen. Met nieuwe files tot gevolg.”

Waar zitten de knelpunten momenteel in de Kempen?
“Voor het autoverkeer zijn er momenteel drie waarover consensus bestaat dat ze aangepakt moeten worden. Dat zijn de ring rond Turnhout, de ‘worst van Wellens’ in Herentals en de turborotonde in Geel. Maar dat zijn ook niet meteen de gemakkelijkste dossiers om onder handen te nemen. Of daar snel verandering in zal komen, dat kan niemand beloven. Voor de Kempen zie ik vooral heil in het invoeren van het rekeningrijden. Op dit moment moeten vrachtwagens betalen om onze snelwegen te gebruiken, maar niet voor het onderliggend wegennetwerk. Terwijl eigenlijk het omgekeerde waar zou moeten zijn: vrachtwagens aanmoedigen om de snelwegen te gebruiken en niet via de lokale wegen van de ene naar de andere snelweg door te steken. Nu zie je vrachtwagens die tussen de E313, E34 en E19 de kortste route nemen over de lokale wegen. Als je die daar kunt weghalen, scheelt dat veel in de drukte op onze wegen. Jaren geleden dachten we ook dat carpoolen een toekomst zou hebben in het mobiliteitsverhaal. De coronacrisis heeft daar weinig goed aan gedaan. We zien dus nog steeds dat er in de spits gemiddeld 1,1 persoon in een auto zit, terwijl er meestal plaats is voor 5. Moesten bussen of treinen systematisch maar voor 20 of 25 % gevuld zijn, dan zou daar veel commotie over zijn. Voor auto’s geldt diezelfde redenering blijkbaar niet.”

Er is in de wereld weinig om gelukkig van te worden, hoe zie jij de toekomst op mobiliteitsvlak?
“Zoals heel vaak heb je een zware crisis als katalysator nodig om veranderingen in gang te zetten. Denk aan de coronacrisis voor alles wat met thuiswerk te maken heeft of de waterbom om bufferbekkens aan te leggen. De huidige oorlogen en de crisis rond importtarieven doen ons nadenken over de organisatie van onze bevoorrading. De korte keten wint daardoor aan belang. Op mobiliteitsvlak kan de fiets daar een belangrijke rol in spelen. Je hebt er weinig infrastructuur voor nodig, het is budgetvriendelijk en we hebben fabrikanten in eigen land. Als je het mij vraagt, is de fiets hét vervoermiddel van de toekomst!”

MEER INFO
deanderekrispeeters.wordpress.com

Foto’s: Annelies Vrints

Meer lezen van Annelies Vrints
Meer lezen over
maatschappij

Meer Bijzondere plaatsen

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.