Talent van eigen bodem

Sterre Vervloet: “De gravelfiets is een leuk tussendoortje”

Gepubliceerd: 23 september 2025  |  Door: Eddy Leysen  |  Onderox editie: 256

BEERSE/VOSSELAAR — Ondanks een voorjaar dat deels in het water viel door gezondheidsproblemen, pakte de nog altijd maar 21-jarige Sterre Vervloet al voor de tweede keer dit jaar goud op een Belgisch kampioenschap. Na eerder naar de titel te snellen in het veldrijden, bleek de renster van Lotto Ladies nu ook de beste in haar categorie op de gravelbike.

Je pakte gravelgoud in Westerlo. Had je dat verwacht?
Sterre Vervloet: “Dat ik de titel zou pakken had ik helemaal niet voor ogen. Wel had ik gedacht om mee te kunnen strijden voor het podium en stiekem hoopte ik wel op de driekleur. Maar ik wist echt niet goed wat ik ervan moest verwachten. Ik was niet echt goed voorbereid en had amper kilometers gemaakt op de gravelfiets. De vierde plaats in het algemeen bij de dames en de eerste bij de beloften waren dus toch een verrassing. Maar het was niet echt een doel op zich om deze titel te pakken, het BK gravelbike was een leuk tussendoortje. Het is gewoon heel tof om te doen en nog leuker om dan op dat hoogste schavotje te mogen plaatsnemen.”

De gravelbike is een hype bij sportieve fietsers. Hoe beleef jij dat en hoe zie jij de toekomst van deze relatief jonge discipline?
“Dat het gravelbiken enorm populair is, daar kan je niet omheen. Het is een heel toegankelijke discipline en je ziet de beoefenaars steeds vaker opduiken in de bossen of andere onverharde paden. Of het te vergelijken is met de opmars van de mountainbike destijds, weet ik niet. Wat het fietsen betreft is het wel heel verschillend van de mountainbike. Ik zie het eerder als een combinatie tussen fietsen op de weg en cyclocross. De fiets zelf en de houding doen denken aan de wegfiets, doordat je op onverhard terrein terechtkomt doet het denken aan veldrijden. Met dat verschil dan dat gravelen net iets minder technisch is dan cyclocross. En in wedstrijdverband is de duur tussen een veldrit en een gravelwedstrijd het grote verschil. In de cross werken we onze race af binnen het uur, tijdens het BK in Westerlo deze zomer zat ik drie uur op de fiets. Dat lijkt dan weer meer op een wegwedstrijd. Het is dus een mooie mix. Ik denk ook dat er toekomst zit in deze discipline. Er duiken overal nieuwe omlopen op, ook hier bij ons. De wedstrijd in Westerlo vond ik wel oké, maar niet super. Maar er zijn mogelijkheden genoeg in de Kempen om je hartje op te halen op de gravelfiets. De wedstrijd in Turnhout langs het Vennengebied in het voorjaar vond ik bijvoorbeeld een hele mooie omloop. En zo zijn er nog wel een aantal en je hoeft er niet zo ver voor te rijden. Wil je het bijvoorbeeld graag wat pittiger dan kan je naar het Hageland. Keuze genoeg dus.”

Het is een kruising tussen twee onderdelen van het wielrennen die je goed beheerst. Zou je je hier in de toekomst dan op willen focussen?
“Nee, dat is momenteel zeker niet aan de orde. Zoals ik al zei is de gravelfiets leuk om mee te rijden, maar de focus blijft liggen op het veld en op de weg. Doordat het perfect te combineren is met die twee onderdelen kan ik het doen. Ik ben ook blij dat ik van mijn team de kansen krijg om dit te mogen doen. Zo zou het bijvoorbeeld heel moeilijk kiezen zijn tussen veldrijden en fietsen op de weg. Vandaar dat ik beide zo lang mogelijk wil blijven doen. Misschien ga ik ooit wel eens knopen moeten doorhakken, maar nu nog niet. Bij Lotto Ladies ligt de focus vooral op de weg, maar ik ben blij dat ze me kansen geven om ook in het veld mijn ding te kunnen doen. Sinds dit jaar is er de samenwerking met het veldritteam Deschacht-Hens en daar had ik wel oor naar. Dat team legt de nadruk op cyclocross dus zal ik veel beter ondersteund en begeleid worden in het veld. Zo zou ik dus zeker nog een stap voorwaarts moeten zetten. Of ik al echt zal meedraaien met de top? Dat denk ik niet meteen, maar ik wil wel in de buurt komen. Vanaf deze winter moet ik met de dames elite het veld in, dus makkelijker zal het er niet op worden. Ik hoop in de tv-crossen enkele keren top tien te kunnen halen. Dat zou al mooi zijn, want de concurrentie is niet mals.”

Het voorbije seizoen pakte je de Belgische titel in het veld, maar op de weg liep het wat minder. Heb je daar een verklaring voor?
“Mijn crosswinter was veel beter dan we vooraf gedacht hadden en in Heusden-Zolder vond ik wel een BK-parcours dat me lag. Doordat ik hierdoor werd geselecteerd voor het WK duurde mijn seizoen een beetje langer. Dat wilde ik immers niet laten schieten. Maar na het seizoen werd ik ziek en mijn bloedwaarden waren helemaal niet in orde. De eerste wedstrijden op de weg waren dus niet echt geweldig. Daardoor moest de fiets weer even aan de kant. Dat was helemaal niet de bedoeling, want ik had mijn zinnen echt gezet op een mooi voorjaar. Gelukkig zat ik tegen de Ronde van Vlaanderen en Gent-Wevelgem terug op de fiets, maar daar werd ik genekt door materiaalpech. Aan Dwars door het Hageland en vooral Parijs-Roubaix hield ik wel een goed gevoel over, hoewel ik ook daar met een lekke band werd geconfronteerd. Het resultaat was niet schitterend, maar ik vond het een prachtige ervaring. Op de fiets zie je al die tijd af en vraag je je wel eens af waarmee je bezig bent. Maar eenmaal je de Vélodrome opdraait, dan vergeet je dat allemaal en word je overvallen door een zalig gevoel. Parijs-Roubaix is me op het lijf geschreven, daar wil ik ooit meedoen voor een mooie plaats. Ik vind het ook veruit de mooiste wedstrijd die ik al reed. Maar het was dus niet mijn beste voorjaar, al diende ik tussendoor ook nog een kleinere ingreep te ondergaan nadat hartritmestoornissen werden vastgesteld. Gelukkig was alles snel onder controle en kon ik vlug weer de fiets op.”

Hoe is de liefde voor de fiets er ooit gekomen?
“Het begon allemaal toen ik een jaar of elf was. Mijn papa reed wedstrijden op de mountainbike en daar gingen we altijd mee naartoe. Het duurde dan ook niet lang of ik reed rond op een kleine mountainbike in de kleuren van ATB Kempen. Dat heb ik enkele jaren gedaan en zo heb ik heel wat geleerd. Ik belandde in het veldrijden waar ik onder de vleugels kwam van Geert Wellens, iemand die wel van aanpakken weet met jonge crossertjes. Intussen ging ik ook naar de Wielerschool in Herentals en ik ben blij dat ik dat heb kunnen doen. Daar heb ik veel geleerd, al was de combinatie tussen school en fietsen op niveau niet altijd even makkelijk. Maar het was dus de moeite waard.”

Wat brengt de toekomst nog?
“Ik zou graag kunnen leven van mijn fiets, al besef ik dat dat niet voor iedereen is weggelegd. Iemand naar wie ik opkijk is bijvoorbeeld Marianne Vos, hoe mooi zou het zijn als ik een deeltje van haar palmares bij elkaar zou kunnen fietsen? Er is dus nog een lange weg af te leggen. En mocht het niet lukken, dan heb ik nog altijd mijn diploma’s sportbegeleiding en fietstechnicus achter de hand. Op het vlak van trainingsleer en begeleiding kan ik dus een aardig woordje meespreken en ik ben dus ook best handig aan de fiets. Maar omdat mijn vriend mechanieker is, hoef ik me over het onderhoud van mijn fiets voorlopig niet al te veel zorgen te maken.”

Foto’s: Eddy Leysen

Meer lezen van Eddy Leysen
Meer lezen over
sport

Meer Talent van eigen bodem

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.