Talent van eigen bodem

Bie Van Laer: “In mijn hoofd is het altijd leuk”

Gepubliceerd: 23 februari 2026  |  Door: Dominique Piedfort  |  Onderox editie: 261

RIJKEVORSEL/HOBOKEN — ‘Met niets is het ook altijd iets', is de titel van de bijzondere debuutroman van Bie Van Laer uit Rijkevorsel. In een recent verleden bevolkte zij nog de redactie van een stel magazines, maar een heus boek uit de mouwen schudden is toch andere koek. Op 51-jarige leeftijd is het nu zover. Tekst en uitleg kregen we bij haar thuis in Hoboken, waar Bie al een tijdje woont.

In het boek is de hoofdrol weggelegd voor ene Elke. Ze woont samen met haar man Ben in een niet nader genoemd Kempens dorp. Elke is haar man liever kwijt dan rijk. Zou hij niet plots kunnen sterven met behulp van wat statistiek? Het is het begin van een tragikomedie met niet bepaald een happy end.

Mogen we hier van een laat debuut spreken?
Bie Van Laer: "Ja, ik ben een laatbloeier. Ook in de klas was ik de laatste die begon te puberen. Ik heb al wel een boek geschreven, maar dat is nooit uitgebracht. Ik voelde dat het daar toen niet het moment voor was. Volgens mij had ik gewoon wat tijd nodig om te rijpen. Korte stukken schrijven voor een magazine, dat is vaak makkelijk. Daar hoef je niet diep bij na te denken. Als je een lang verhaal schrijft, dan moet alles echt goed zitten. En weet je wat het ook was? Ik ben ziek geweest, toen had ik niets om handen. En mijn kop staat altijd aan. Ik hield altijd notities bij. Toen ging ik daar nog eens naar kijken. Niet met het idee om plots een boek te schrijven. Die gedachte was er wel vaak. Maar als je kleine kinderen hebt, is daarvoor gewoon geen tijd. Deze keer ben ik er wel aan begonnen. En plots was dat boek daar.”

Van niets kwam dus iets, meteen de titel van het boek.
“Nee, dat had te maken met de statistische gegevens die in het boek zitten. De begrippen niets en iets worden meestal losjes door elkaar gebruikt. Maar je kan ook veel impact hebben door in het leven gewoon niets te doen. Daar slaat die titel op.”

Een auteur die een boek presenteert heeft per definitie iets te vertellen. Wat is dat in jouw geval?
“Dat klinkt nu alsof je een boodschap moet hebben. Bij mij gaat het meer om het vertellen zelf. Ik had geen vaststaand plan of een bepaald scenario voor ogen. Waar moest het verhaal naartoe? Hoe moest het eindigen? Voor mij was het meer een organisch proces. En ik heb een erg grote fantasie. Meer dan de helft van mijn leven speelt zich af in mijn hoofd. Daar is het altijd leuk. Leg mij in coma en ik amuseer mij nog. Jaren aan een stuk, geen probleem! (lacht) Ik zie schrijven daarom meer als een lollig gesprek met mezelf, als met mezelf op café gaan. Als we dan samen iets kunnen verzinnen waarvan je ook een resultaat kan zien, echt iets kunnen maken dus, dan maakt mij dat heel blij. Nee, ik heb echt geen diepgaande boodschap. Er is wel die grote nieuwsgierigheid. Die had ik ook als klein meisje. Hoe steekt alles in elkaar? Dat heeft mij al op veel plekken gebracht.”

Jouw schrijfstijl is niet typisch voor een vrouwelijke auteur, toch?
“Ik begrijp wat je bedoelt. Bij mannen en vrouwen zie je altijd bepaalde mechanismen terugkomen. De manier van doen van het hoofdpersonage is redelijk vrouwelijk: dat manipulatieve, het onderhuidse. In haar geval in de slechte zin. Maar de vertelstem is eerder mannelijk, het is redelijk in your face. Toen het boek af was, heb ik dat zelf gedacht: zoiets schrijft een vrouw toch niet? Wel het thema, maar niet op die manier. Misschien heb ik een paar mannelijke trekjes. De meeste vrouwen discussiëren niet graag, die zien dat meer als een conflict, als een soort oorlog. Ik discussieer net wel graag. En ik heb ook altijd gelijk.” (lacht)

Vrouwelijke auteur met mannelijke vertelstem, dat ligt misschien wel gevoelig in deze genderneutrale nieuwe wereld.
“Ik heb het over het gemiddelde van de grote getallen. Niet over dé man of dé vrouw. Het gaat om eigenschappen die bij het ene geslacht prominenter in beeld komen dan bij het andere. De meeste vrouwen tonen bijvoorbeeld niet hoe slim ze werkelijk zijn. Omdat de meeste mannen geen slimmere vrouw willen. Dat is gewoon een biologisch feit. Het is wel weer een algemeenheid. Ik zeg niet dat elke vrouw en elke man zo zijn. Maar ik vind het wel onzin om op een kunstmatige manier het geslacht er tussenuit te halen. Om op een bepaalde manier over iedereen te gaan praten. Probeer gewoon wat relativiteit te gebruiken in je manier van spreken, op een manier die je toevallig niet van school hebt meegekregen.”

Het verhaal omvat de tragiek van het banale, de schone schijn waarmee een koppel vooral zichzelf bedriegt. De ellende die begint als de rolluiken naar beneden gaan.
“Weet je, ik ben heel naïef opgevoed. Mijn ouders zien elkaar nog altijd graag, het is gewoon een goed koppel. Ze hebben ons in dat Kempense dorp ook redelijk goed afgeschermd van wat er allemaal misging. Zo word je naïef. Pas later kwam ik te weten wat er toch in de familie of in het dorp was gebeurd. En toen ik in Antwerpen kwam wonen, was het hek helemaal van de dam. Na een tijd begin je dat normaal te vinden. Een overbuur die op zijn blote voeten over de tramsporen wandelt, in een pyjama van Snoopy. Om bij jou binnen te lopen omdat de vorige eigenaar hem een oude zetel had beloofd. Dat was de eerste kennismaking. Later zag ik hem naakt op zijn balkon staan. Stond hij iets van Céline Dion uit Titanic te zingen. Nee, zoiets kom je in Rijkevorsel niet tegen.”

Hoewel, elke gemeente had toch zijn dorpsgek?
“Ja, er was de dorpszot, de ‘drinkbroers’ die altijd in hetzelfde café zaten. Er waren de oude mensen die nooit buiten kwamen. Dat was allemaal duidelijk. Maar wat gebeurde er achter de gevel? Er is een verhaal dat ik ooit in Rijkevorsel heb gehoord. Een vrouw had haar minnaar in de autokoffer verstopt. Ze kreeg onverwacht bezoek en vergat die man in de koffer. Als ze dat ontdekt, moet ze de ziekenwagen bellen. En dat zorgt voor geroddel in de straat. Is het waar gebeurd of niet? Dat doet er voor mij niet toe. Het blijft een hilarisch verhaal.”

In het boek wordt er ook gependeld tussen de Kempen en Antwerpen. Daarmee houdt het op. Leo Pleysier is de bekendste auteur van Rijkevorsel. Bij hem lees je de Kempen. Dat is bij jou niet het geval.
“Voor een scène had ik een specifiek huis in Rijkevorsel in gedachten. Ik dacht ook aan mensen die ik heb gekend. Maar meer is het inderdaad niet. Het is wel wat een vriendin altijd zegt: je kan de griet uit de Kempen halen, maar de Kempen niet uit de griet.”

De lancering van het boek is nog voor februari. Wat daarna? Sommige schrijvers die laat debuteren zijn gewoon content met dat ene boek dat er eindelijk ligt.
“Mijn tweede boek is al bijna af. Ik heb het onmiddellijk na dit boek geschreven. Ik moet het gewoon nog even nalezen. Tussendoor werk ik aan kortverhalen, ik hoop daar echt mijn eigen stem uit te puren. Is het sarcasme? Ik zie het vooral als zelfspot. Sarcasme is voor mij vooral een stijlfiguur. Dat mag geen levenshouding worden. Het moet allemaal een beetje leuk blijven.”

MEER INFO
‘Met niets is het ook altijd iets’ is uitgegeven door Manteau en telt 255 bladzijden, richtprijs 19,99 euro.

Foto’s: Johannes Vande Voorde

Meer lezen van Dominique Piedfort
Meer lezen over
literatuur

Meer Talent van eigen bodem

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.