Opvallende bezigheden

An Lauwers: het wonderlijke werk van een taxidermist

Gepubliceerd: 23 maart 2023  |  Door: Suzanne Antonis  |  Onderox editie: 229

MOL — Het werk van taxidermisten heeft decennia in de hoek gezeten waar het stof viel maar sinds enkele jaren is dat veranderd. Taxidermist is tegenwoordig ‘hip’. An Lauwers in Mol is voor het opzetten van dieren tegelijk slachter, beeldhouwer, kapper en make-up artiest, met een flinke dosis kennis van de anatomie van dieren. Onderox Magazine ging op visite in haar atelier Studio Talpa in Mol. Waarbij de koudwatervrees om naar zo’n leeggehaald vogeltje te kijken al snel veranderde in verwondering over wat een taxidermist allemaal kan.

An Lauwers (57) begon zo’n zes jaar geleden met het opzetten van dieren, maar de microbe zat er al veel vroeger in. An: “Als mijn moeder vroeger konijn klaarmaakte, dan pikte ik meteen de kop in, die ik dan — tot haar grote ergernis — met veel geduld leeg peuterde. Ik ben ook iemand die graag creatief bezig is en ik had al wel eens een workshop taxidermie gevolgd. In Nederland, want in België was daarvoor toen weinig gelegenheid. Ik herinner me nog dat ik meteen de huid van een overleden vos in handen kreeg, wat eigenlijk veel te moeilijk was voor iemand zonder ervaring. Maar de interesse was wel gewekt. Tijdens de voorbije coronajaren kreeg ik wat meer tijd en ben ik voluit beginnen experimenteren, workshops volgen, oefenen en bijleren in het vak van taxidermist. Want een erkende opleiding bestaat nog altijd niet.”

EEN MOEILIJK WOORD
Het woord ‘taxidermie’ is een samentrekking van twee Griekse woorden: ‘taxis’ wat ordenen betekent en ‘derma’ dat staat voor huid. An: “Concreet is het dus: de huid op de juiste plaats leggen. Het werk van een taxidermist kan je op verschillende manieren omschrijven: opzetten van dieren, naturaliseren of prepareren. Het ambacht bestaat al sinds de 18de eeuw, toen werden de dieren enkel gedroogd en bewaard. Daarna groeide de kennis en ging men er wat serieuzer mee om. Maar omdat heel wat dierenhuiden uit Afrika kwamen waar veel gejaagd werd en de taxidermist alleen de pels in handen kreeg, zetten die de dieren soms in de meest vreemde houdingen op. Zij hadden het dier immers nooit in levende lijve gezien en foto’s waren er ook niet. In musea kan je soms nog zo’n lachwekkend exemplaar vinden.”

NIET ALLES KAN ZOMAAR
In de vroegere eeuwen werden dieren à volonté bejaagd en gedood omdat men toen dacht dat de natuur onuitputtelijk was. Intussen zijn we wel wat wijzer geworden. An: “De wetgeving rond taxidermie is in België best wel streng en uiteindelijk is dat een goede zaak. Zo worden er tenminste geen dieren uit de natuur gehaald om ze te doden en als opgezet exemplaar te verhandelen. In de regel mogen geen dieren uit de vrije natuur voor taxidermie gebruikt worden, ook niet het roodborstje dat tegen het raam is gevlogen en een natuurlijke dood is gestorven. Dieren die als huisvriend worden gehouden mag wel, net als jachtexemplaren en park- en boerderijdieren. Internationaal bepaalt de CITES-overeenkomst welke handel in dieren en planten is toegestaan. Uitzonderingen kunnen enkel voor educatieve doeleinden of op vraag van musea voor wetenschappelijk onderzoek. Sommige dieren moeten vergezeld zijn van een document van herkomst, hoe het is overleden en daarna waar het als opgezet exemplaar terechtkomt.”

HET PROCES
Hoe begin een taxidermist aan zo’n parkietje, huiskat of trouwe hond die in de schoot van een familie overleden is? An: “We gaan daar heel respectvol mee om want voor veel mensen is het verlies van een huisdier een emotioneel moment. Ons eerste werk is het dier enkele weken in de diepvries leggen zodat alle bacteriën en ongedierte dat het lijfje nog meedraagt weg zijn. Eenmaal ontdooid, maken we foto’s en meten we het dier op om het later weer correct te kunnen opbouwen. Daarna villen we het waarbij we beenderen, spieren en vet verwijderen. Bij vogels laat ik de schedel meestal zitten omdat daar de bek aan vastzit. We houden dan enkel de huid over, die behandeld wordt met looistoffen om bederf tegen te gaan. Vroeger gebeurde dat met zeer giftige stoffen zoals arseen. Er zijn taxidermisten die dat werk met hun leven hebben bekocht. Wassen en drogen van de huid is de volgende stap.” En dan komt de kunstenaar in het vizier want het lege huidomhulsel moet ook weer opgevuld worden. An: “Er bestaan voorgevormde kunstlijfjes die we zelf met een scherp mesje, vijltjes en schuurpapier moduleren tot de juiste vorm. Ik gebruik ook schuim om zelf een kunstlijfje te maken waar we de huid dan over trekken. Het plaatsen van de kunstogen is een discipline apart. Het bepaalt immers de blik van het dier. Zet je ze niet in de juiste stand, dan kijkt het scheel. In de afwerking volgt nog het retoucheren van de pootjes, de snavel, een gehavend veertje,… Het uiteindelijke doel van de taxidermist is altijd om het dier er weer levensecht te laten uitzien.”

MOEILIJKE DIEREN
De vos uit de eerste workshop die An volgde, was een moeilijke opdracht maar er zijn nog meer dieren waarvoor ze op het puntje van haar stoel moet gaan zitten. “Duiven”, zegt ze. “Jazeker, duiven! Als ik een duif heb leeggehaald, blijft er een flinterdun velletje over dat bij het minste scheurt. Onlangs heb ik zo een Gentse Kropper opgezet. De eigenaar had er veel wedstrijden mee gedaan én gewonnen en wilde de vogel graag bewaren. Dat was zeker niet mijn favoriete dier om mee aan de slag te gaan. Bij vogels – wat ik toch het liefste doe – is het juist leggen van alle veertjes die op de huid blijven vastzitten een hele opgave. Ze zijn dus moeilijker dan zoogdieren die meestal alleen een pels hebben.” Of An al aan wedstrijden voor taxidermisten heeft meegedaan? “Nog niet”, lacht ze. “We zijn onlangs wel gaan kijken naar het Europees kampioenschap in Salzburg. Wat ik daar allemaal gezien heb! Sommige taxidermisten bouwen echt een verhaal rond de dieren die ze opzetten. Een vogel zetten ze bijvoorbeeld op een tak, daar leggen ze dan nog een slakje op… en alles maken ze zelf. Voorlopig kriebelt het nog niet om mee te doen met zo’n kampioenschap maar ik sluit het zeker niet uit.”

BLIK OP DE NATUUR
Een egel die onverhoeds de straat oversteekt, een strompelende kat… Hoe kijkt An naar dieren die weldra zullen sterven? An: “Ik hoop in de eerste plaats dat ze niet bij mij terechtkomen want dan zijn ze kunnen blijven leven. De natuur zit zo mooi in elkaar en die verscheidenheid die we aan dieren hebben, is zo overweldigend. Uiteraard bekijk ik een levend dier met andere ogen. Als ik in een dierentuin kom, probeer ik zo dicht mogelijk te komen om de details goed te kunnen zien. Ook de houding en bewegingen observeer ik. Hoe vliegt een vogel of een vlinder, hoe zet hij zich neer als hij uitrust… Allemaal informatie die me later van pas kan komen. Maar laten we wel wezen: ik zie nog altijd een dier liever levend dan dood. En als het dan toch gebeurt dat een huisdier overlijdt, ben ik blij dat ik mensen iets kan teruggeven van wat ze eerder hadden verloren.” 

MEER INFO
Met Erfgoeddag op zondag 23 april 2023 organiseert An Lauwers in Studio Talpa in de Brandstraat in Mol een opendeurdag met demonstratie, tussen 10 en 16 uur. www.studiotalpa.com.

Meer lezen van Suzanne Antonis

Meer Opvallende bezigheden

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.